56. Een stormachtige nacht…

17 juni 2011

Chatellux sur Cure-Dun les Places: 24 km.

dag 48, totaal: 984.

 

Als T haar benen insmeert voor de dag-etappe blijkt er weer een zwart puntje onder aan haar kuit te zitten die we voor het naar bed gaan over het hoofd gezien hebben. Teek 9 heeft zich gelukkig nog niet diep ingevreten en wordt verwijderd. 

Tijdens het ontbijt met Paul en Hanneke, staat er echte hagelslag en pindakaas op tafel (mmmm... jammie, jammie). We maken nog een paar foto's en nemen afscheid. Paul loop een stukje met ons mee om ons weer op de route te zetten en hond Bo gaat gezellig mee. We zijn direct weer onder de indruk van de schoonheid van de natuur hier in de Morvan. Omdat we hoog zitten kijken we neer op de vele groene bomen die een prachtig en kleurrijk vergezicht blijven geven. 

 

  
We lopen naar Marigny-l'Eglise en komen daarna in een dicht bos bij een oude watermolen. Daar steken we over een smal en glad bruggetje de Cure over. We lopen door naar La Chaume aux Renards waar we een beoordelingsfout maken en een vaal gele streep in de markering voor wit aanzien. We maken een steile klim en zien de markeringen van de GR13 niet meer. Voor we er erg in hebben dat we mis zitten zijn we al 15 minuten aan het klimmen. Terug bij het begin zien we wat we fout gedaan hebben en zijn we wel weer 30 minuten verder.De rug van PP is vandaag behoorlijk aan het zeuren. Pijn bij de onderste ribben wat door de oneffen paden in combinatie met het gewicht van de rugzak telkens op komt. We bespreken de inhoud van de rugzak en komen eindelijk tot de conclusie dat we de grote tube tandpasta en al het reservevoedsel moeten dumpen. De extra smeerseltjes moeten opgesmeerd worden. Hanneke had het al gezegd gisteravond maar wij zijn nog van de niets-weg-gooi-generatie want dat vinden we sund. Maar de signalen zijn duidelijk, te zwaar beladen maar ook een stevige kou gepakt op de rug. Dat het niet lekker zit blijkt wel uit het feit dat de eerste paracetamol wordt geslikt.

 

      

De route gaat verder met een stevige klim door het bos alwaar we verschillende beekjes passeren en uiteindelijk uitkomen bij Le Vieux Dun. Op een t-splitsing zien we twee wandelaars van rechts omhoog komen lopen. Ze zien er verdacht Hollands uit en na een goeiendag worden we in het Nederlands aangesproken. We maken kennis met Harrie en Eline Kuppens uit Oosterhout. Zij houden hier een wandelvakantie en verblijven in de buurt in een hotel. We lopen een eind met elkaar op en als onze wegen scheiden worden we op de foto gezet.

 

Bij Pont Du Montal komen we in the middle of nowhere uit bij een simpel gelijkvloers hotelletje. Als we op het terras wat te drinken bestellen blijkt de eigenaar ook een Nederlander. Dan zien we Harrie en Eline aan komen lopen die hun onderkomen in dit hotelletje hebben. We krijgen wat aangeboden en wisselen nog wat gegevens uit omdat Harrie ons vraagt om speciale reden een kaarsje te willen aansteken als we in Santiago de Compostela arriveren. Dan wordt het tijd voor de laatste klim naar de boswachterij van Breuil, een gite d'Etape die druk bezocht wordt en altijd open is volgens ons boekje.

 

 

Nog 2,5 kilometer te gaan en de klim gaan over een soort van afdalingscircuit voor mountainbikes. Veel bomen die gemarkeerd zijn en zelfs bordjes die blauwe en zwarte afdalingen aangeven. Gekkenwerk lijkt het want het is gewoon stijl omhoog en we doen ruim 30 minuten over de 1e kilometer. Daarna gelukkig wat vlakker waarna we midden in het bos op het hoogste punt in dit gedeelte van de Morvan (612m) bij de gite aankomen. Het is even na zessen en er brandt geen licht. Er is geen activiteit waar te nemen en alles is gesloten.....!? T laat even haar emoties gaan maar herpakt zich gelukkig weer. We bellen het telefoonnummer van de gite wat Paul gisteren nog even voor de zekerheid in ons boekje heeft geschreven en we krijgen iemand aan de lijn die zegt eraan te komen. Een kwartier later staan we binnen en blijken we de enige gasten in de gite. Er is geen eten en drinken te krijgen maar de eigenaar wil ons wel even naar het dorp rijden voor wat boodschappen. Weer een uur later zitten we moederziel alleen en helemaal afgelegen in de gite die twee slaapzalen heeft van ieder 19 bedden. We zitten in ieder geval droog en eten de risotto van Mieke&Martin aangevuld met blikboontjes en chocotoetjes. Daarna nog een paar glaasjes wijn en een chocoladeflik als borrelhap. Oud stokbrood gesopt in rode wijn blijkt weer te eten en doet een beetje Frans aan. Buiten is pikdonker en raast de wind flink door het bos. Het is stormachtig weer al we naar bed gaan. Om T gerust te stellen neemt PP de wandelstokken mee naar boven en plaatst ze binnen grijpafstand langs het bed. We horen van alles buiten en T slaapt maar licht die nacht.

 


Reacties

57. Lac des Settons

18 juni 2011

Dun les Places-Chevigny: 18 km.

dag 49, totaal: 1002 km.

 

Als de wekker gaat blijkt dat PP het behoorlijk in zijn rug heeft. Hij twijfelt of hij de zware rugzak wel op kan en besluit om de eerste diclofinac te nemen, wat voor hem een laatste redmiddel is op rugpijngebied. We zien wel waar het schip strand en wat niet gaat dat gaat niet. De rechter schoen zelf strikken gaat nog net maar voor links moet T komen helpen. Nee, lekker zit het niet maar we beginnen rustig aan. Voordat we vertrekken wordt er ook nog een klein blaartje (de 1e bij PP) op de linker hak doorgeprikt en afgeplakt. Dan stappen we naar buiten en lopen aan.

 

   

 

Vandaag naar Lac des Settons, een stuwmeer dat tussen 1848 en 1858 is aangelegd. De stuwdijk is 20 m. hoog en 267 m. lang. Het ligt 580 m. boven zeeniveau en het diepste punt is 18 m. Het meer wordt gevoed door de rivier de Cure. Dat zijn wetenswaardigheden die we jullie niet willen onthouden. Helaas geen duiklocatie getroffen want de verleiding zo langs het water is groot en..... PP heeft zijn duikbrevetje bij. 
Wat ons de laatste weken van de reis opvalt is dat we op veel overnachtingadressen de naam van Illona den Ouden uit Gouda tegenkomen. We zien haar naam telkens in het "livre d'or" (gastenboek) staan. Zij is ook als pelgrim onderweg en we weten ondertussen dat ze 31 jaar oud is en alleen loopt. Ze ligt ons vanaf Vezelay een dag voor. We zouden haar graag willen inlopen om kennis met haar te maken. Maar dat valt niet mee in dit ruige gebied. Het aparte van deze wetenschap is dat wij wel weten van haar bestaan en reisschema, maar zij waarschijnlijk geen weet heeft van ons. Ze is in ieder geval onderweg naar Compostela en misschien treffen we haar nog...!

 

              

 

Tijdens het lopen houdt de rug van PP zich redelijk. Het pilletje werkt maar we besluiten verder te gaan over de harde weg in plaats van de GR.

We komen via de noordzijde aan het Lac des Settons en besluiten bij het eerste restaurant naar binnen te gaan. We zijn toe aan een behoorlijke hap en bestellen een steak. We krijgen niet precies wat we hadden gewenst maar het smaakt en het vult. Tijdens dit eten begint het te stormen buiten en zien we de stoelen over het terras waaien. Een geluk dat we binnen zitten. Als de storm is gaan liggen lopen we via een pad langs de westkant van het meer naar Chevigny. Daar de eerst volgende gite nog 10 km lopen is, kiezen we ervoor om hier te stoppen. We hebben de keus uit een hotelletje en een camping waar ze ook kamers hebben. De camping ziet er verlaten uit en het winkeltje op de camping staat leeg. Geen eten dus. De eigenaar geeft aan dat er goed weer wordt verwacht en dat we rustig onze tent op kunnen zetten. Maar de lucht en de wind doen ons anders vermoeden en we laten de camping voor wat het is. 

 

 

We stappen bij het het hotel "Le Rendez-Vous des Pecheurs" naar binnen, een klein knus hotel met direct uitzicht op het Lac des Settons. De eigenaar is ons zeer behulpzaam en we krijgen een hoop informatie en telefoonnummers van gites op onze route. Het ziet er echter niet zo goed uit want de gites die nog open zijn, zijn op een hand te tellen en op afstanden die net niet te halen zijn op een dag. 

 

Na een paar drankjes en een uitgebreide maaltijd realiseren we ons, terwijl we een formidabel uitzicht op het Lac hebben, wat deze reis allemaal teweeg brengt. We zijn vrij van zorgen en behoorlijk onthaast. Met nieuws zijn we niet bezig en televisie zien we niet. We hebben geen radio en de laatste krant is zeven weken geleden. En als we onszelf de vraag stellen of we het allemaal missen dan constateren we dat we het helemaal niet missen. Veel van wat je denkt nodig te hebben, heb je compleet niet nodig. Lopen, eten, slapen en aandacht voor elkaar zijn de dingen waar wij mee bezig zijn. Het verveelt geen moment en met de natuur als decor op de achtergrond genieten we elke dag weer opnieuw.

Als we naar bed gaan horen we hoe hard het buiten regent en waait en zijn we blij dat we ons tentje niet opgezet hebben...

 



Reacties

58. Le Pinot Noir

19 juni 2011

Chevigny-Anost: 17 km.

dag 50, totaal: 1019 km.

 

Als we vertrekken in Chevigny kijkt de lucht erg donker en waait het stevig. Het is fris en het ziet er naar uit dat we het niet droog houden. De regenhoezen zitten al over de rugzakken en de regenjacks hebben we aan. Omdat het modderig en glad is wijken we af van de GR13 en nemen we een andere route. We missen echter een afslag waardoor we uiteindelijk enkele kilometers in de verkeerde richting lopen. We komen uit op de weg D37 kort voor Planchez en we zien op een bord langs de weg dat daar een vrije WiFi-zone is. We besluiten om dit plaatsje aan te doen voor wat boodschappen, een pauze en wat berichtjes te plaatsen. In ieder geval niet voor niets verkeerd gelopen.

 

   

 

Twee buien vroeg in de ochtend en daarna droog. De zon laat zich regelmatig zien. Veel vingerhoedskruid in de bloei en velden vol margrieten. Op een onverhard pad in een plas ligt een jonge groene kikker. Hij is niet bang van ons en laat zich zelfs van dichtbij op de foto zetten. 

 

In het "Foret d'Anost" komen we bij de afrastering van een zwijnenpark. Of ze nog wild zijn weten we niet want hier bij de gaas zit er niet een. Maar we vermoeden dat ze ook in dit gedeelte van Frankrijk weinig voorkomen in het wild. Zwijnen zijn echte bodemwroeters. De laatste keer dat we ze gespeurd hebben in het wild was in het zuiden van België. 

   

We lopen het plaatsje Anost binnen en boeken hier in de gite Fortin omdat we geen contact kunnen krijgen met de gite 5 km verder in Athez en het onzeker is of we daar eten hebben. Ook een onbeveiligd netwerkje naast deze gite komt als geroepen. De Gite is redelijk en we zijn alleen vanavond. 

                 

 

Als T ‘s avonds op pad gaat om wat boodschappen en een flesje wijn te kopen, komt ze echter van een kouwe kermis thuis. Het is zondag en er is helemaal niets open. Een willekeurige jonge vrouw van een jaar of 35 vraagt ze of er in de buurt überhaupt nog iets te krijgen is? Als de vrouw ontkennend antwoord maar vraagt waaraan T gebrek heeft, zegt T met enige schaamte dat ze gebrek heeft aan flesje wijn. "Ah" zegt de franse vrouw, "pour le diner" en T antwoord direct met "oui". Dan zegt de vrouw dat ze thuis nog wel wat heeft staan en of het de rode of de witte moet zijn?
Met nog meer schaamte vraagt T naar een fles van allebei de kleuren. De vrouw vraagt T over 20 minuten terug te komen omdat ze voor de wijn even naar huis moet. T zegt er te zullen zijn.
Als T wat later op het bankje voor de kerk zit te wachten gebeurt er iets waarvan ze enigszins onder de indruk raakt. De vrouw komt aanrijden en een klein mooi meisje van een jaar of 12 stapt uit de auto. Ze komt op T af, geeft haar op beide wangen een kus en overhandigt een fles rode en een fles witte wijn. Overdonderd staat T op om aan de moeder te vragen wat de kosten zijn? Ze zegt dit niet te weten en als T geld geeft en vraagt of het voldoende is, knikt ze bevestigend. T bedankt haar en beiden rijden weer weg...

Voor het avonddiner moeten we plaatsnemen in de plaatselijke pizzeria die van dezelfde eigenaar blijkt te zijn als het hotel, de gite, de bar en het restaurant wat wegens werkzaamheden gesloten is. Als we in de pizzabar binnenkomen zien we direct het Canadese stel zitten die we de afgelopen dagen onderweg meerdere keren zijn tegen gekomen. Ook zij kregen het diner geserveerd in de pizzeria. Ze groeten ons vriendelijk en vragen of we zin hebben om bij hen aan tafel te komen zitten. Gezamenlijk nuttigen we de maaltijd en er komt een fles wijn, een heuse Pinot Noir uit de Bourgogne op tafel.Het zijn Simon en Melanie uit Canada, beiden leraar sociologie.

 

Ze maken een 2 maanden durende wandelvakantie door Frankrijk en zijn afgelopen donderdag gestart in Vezelay en gaan dezelfde weg tot ongeveer 100 km voor Saint Jean Pied de Port. Ze lopen een gearrangeerde reis van hotel naar hotel.
Alles is al geboekt en ook het eten is inbegrepen. Hun bagage wordt dagelijks vervoerd en zij lopen met een dagrugzakje een etappe van ongeveer 20 km. Het zit er dik in dat we hen nog vaker zullen zien. Als de 2e fles Pinot Noir op is nemen we afscheid en gaat ieder zijn weg. Opmerkelijk vonden we dat de druivensoort tevens de naam was van deze Bourgognewijn, "Pinot Noir".

 

Dat klompen maken niet alleen een Nederlandse aangelegenheid is, blijkt als we op 18 juni nog voor het bereiken van het Lac des Settons op enig moment door het gehucht Metz-Garnier lopen. Een klompenmakerij waar klompen gemaakt worden van berkenhout. Er is ook een museum(pje) bij en een souvenirwinkel die op dit gebied dezelfde soorten souvenirs verkoopt als je treft in Nederlandse winkeltjes. Dat verwacht je toch niet hier in de Morvan.

 



Reacties

59. De reus geveld…

onvrijwillige rustdag Anost

20 juni 2011

dag 51, totaal: 1019 km.

 

Voor het ontbijt moeten we ons melden in het hotel links de straat uit. Maar de rug van PP werkt niet echt mee. Een hete douche geeft verlichting voor korte duur. De schoenen worden door T gestrikt maar het bukken gaat niet. Weer een diclofinac naar binnen en op naar het ontbijt. De stoel in het hotel zit niet makkelijk en uiteindelijk breekt het zweet uit en kan hij amper uit de stoel komen. We komen zo niet verder en moeten er een onvrijwillige rustdag van maken in hoop op verbetering. PP gaat plat met een warme kruik en T gaat op ontdekkingstocht in Anost. De "epicerie" is voor de middag open en de "pharmacie" vanaf 15 uur. In het hotel mag T de computer gebruiken. Na de boodschappen nog wat sight-seeing in het dorp en wat extra fotootjes maken. Aan de voordeur van het huisje naast de bakker hangt een bord waarop staat dat hier in 1904 is geboren en heeft geleefd Henri Contet, tekstschrijver van Edith Piaf en Yves Montand.

 

                 

Als PP wakker wordt rond de middag zit er niet veel verbetering in en gooien we er een brufen 600 mg bij wat kort daarna verlichting geeft. De kou heeft hem goed te pakken.

Als T een uurtje naar bed gaat, loopt PP wat voorzichtig rond in het dorp en haalt nog wat berichtjes binnen op het bankje bij de kerk. Als de "pharmacie" open is komt T uiteindelijk terug met een rugpleister die de komende dagen hopelijk voor warmte en verlichting gaat zorgen.

In de avond eten we wat simpels in de gite en drinken nog een klein glaasje. De langste dag van het jaar bijna en we lopen voor het slapen gaan nog een klein rondje.

 

Reacties

60. Het tuinhuisje…

21 juni 2011

Anost-Glux en Glenne: 24 km.

dag 52, totaal: 1043 km. 

 

 

De kerkklok van Anost slaat niet tussen 22 en 8 uur. Een zaligheid omdat we uit ons raam recht tegen de kerktoren aan kijken. Zeldzaam deze stilte in de nacht hier in Frankrijk. Het is 7 uur als de wekker gaat en we zijn benieuwd hoe de rug van PP het heeft gehouden. Nog wat stijfjes en een pijntje rechts maar de rugpleister heeft behoorlijk liggen broeien en zijn best gedaan. Het gaat na een dag en een behoorlijke nachtrust naar omstandigheden redelijk maar voor de zekerheid slikt PP nog een brufen voor het ontbijt. Na wikken en wegen besluiten we om aan te lopen omdat bewegen nog altijd beter is dan stilzitten. We kijken wel tot hoever het gaat.

We kiezen voor wat vlakke doorgaande wegen en laten de GR links liggen. Het gaat richting Bussy en Athez. De rug houdt zich de eerste 5 km goed en na een korte stop lopen we door naar de gite Le Croilant op 13 km en kort in de buurt van het hoogste punt van de Morvan, wat 902 meter schijnt te zijn. De weg ernaar toe loopt door een flink bos waar vele beuken gekapt zijn en allemaal tot kachelhout wordt gekort. Een tractor met een kloofmachine erop die hydraulisch werkt, maakt in een keer zes parten van stammen van 1 meter, ongeacht de dikte.

 

                

Het pad loopt door maar is niet gemarkeerd. Na enige twijfel komen we toch uit op de harde weg die ons brengt bij de gite La Croisette. De gite blijkt gesloten en ook niet meer bewoond. Alles is verwaarloosd en verlaten. veel adressen van gites uit ons boekje blijken op een of andere manier niet meer voor publiek geopend. Bij de gite gaan we even op het stenen trapje zitten en eten er onze lunch, stokbrood met een blikje tonijn en water. We lopen verder richting St. Prix. De kaart geeft daar een gite en een cafeetje aan. T heeft op dat moment ontzettend veel zin in cola, ijs en chocola maar weer treffen we alles gesloten aan in dat dorp. Alleen het openbare toilet is open en drinkwater uit de kraan bij het bankje. Op naar het volgende plaatsje Glux en Glenne waar ook een gite, een winkeltje en en een café-restaurant zouden moeten zijn. De laatste 5 kilometers maar het venijn zit 'm toch weer in de staart. Klimmen, klimmen en nog meer klimmen, het gaat alleen maar omhoog. Met de tong op de schoenen bereiken we Glux en Glenne, wat het hoogst liggende dorp in de Morvan blijkt te zijn. 

 


We zien even verder een uithangbord van Kronenbourg 1664, in ieder geval een terras. T is kapot en roept; "kan me niet schelen of ie open is of dicht, maar ik ga daar zitten!" Gelukkig is het terras open en horen we Nederlands spreken. Met een "goedemiddag" maken we onze entree. De eigenaar en een Nederlands echtpaar op doorreis zitten op het terras. We zijn aangekomen bij café-restaurant "Le Petit Auberge", wat al 11 jaar gerund wordt door Ans en Bert Verschure (Brabanders uit de buurt van Kaatsheuvel).

 

Het eerste rondje maakt weer veel van de inspanningen goed. Maar de gite in dit plaatsje blijkt niet bereikbaar. Telkens het antwoordapparaat, ook als Bert voor ons belt. Ondertussen vertelt Bert verhalen over archeologische vondsten die hier in de omgeving gedaan worden.

Er zijn zelfs grote centra's voor archeologen ingericht in Glux en Glenne, omdat er dagelijks gewerkt wordt bij Oppidum de Bibracte, opgravingen uit de tijd van de Galliërs op de Mont Beuvray. Ondertussen stroomt het terras bij Bert vol met archeologen die kennelijk ook toe zijn aan een borrel na gedane arbeid. Aan hun kleding was duidelijk te zien dat ze recht van de berg af kwamen.

Na een uurtje of 2 op het terras gezeten te hebben is Bert voor ons naar de gite gereden maar trof een gesloten deur. Uiteindelijk boden Ans en Bert ons aan in hun tuinhuisje te kunnen slapen. Dat aanbod konden we natuurlijk niet afslaan. Na een douche en ons geïnstalleerd te hebben in het tuinhuisje hebben we in de "Le Petit Auberge" nog een goed gebakken steak gegeten met het nodige aan vocht erbij. 

 

            

De avond bij de bar afgesloten en op tijd in onze zak gekropen in ons tuinhuisje. De rug van PP heeft zich vandaag goed gehouden. De rug was gevoelig maar door alle beweging en warmte is dat langzaam weggeëbd. Hopen dat het zo blijft.

 



Reacties

61. Camping la Bedure

22 juni 2011

Glux en Glenne-Luzy: 24 km.

dag 53, totaal: 1067 km.

 

   

 

Al vroeg wurmen we ons uit de slaapzak. De nacht in het tuinhuisje is goed bevallen. Wel weer allebei zo stijf als een plank en de rug van PP nog steeds gevoelig. Er moet meer beweging in komen, de boel moet warm gedraaid worden. Als we aan het opruimen zijn horen we Ans naar beneden komen. Ze heeft ons een echt ontbijt beloofd. Om 8 uur zitten we op het verhoogde terras in de achtertuin van Bert en Ans aan het meest uitgebreide ontbijt wat we tot nu toe in Frankrijk hebben gehad. Het uitzicht is een plaatje en terwijl we de koffie naar binnen slurpen zien we twee reeën in de verte uit de bosrand komen. Het is maar voor even want ze duiken iets verder de dekking weer in. “Goed eten”, zegt Ans en ze maakt ook nog een lunchpakket voor onderweg. En wat voor één, blijkt later, dikke vette boterhammen met ham, gehaktpaté en kaas. Daarbij nog een vol pak koekjes. In de loop van de dag in ieder geen gebrek aan eten gehad. We nemen afscheid en lopen in de richting van de Mont Beuvray.

 

Onze route loopt naar de top van de berg vandaag, een absoluut hoogtepunt. Voor we de klim aangaan verdelen we nog even het gewicht van het lunchpakket en worden we belaagd door een grote witte hond die een boerenerf af komt stormen. Een hoop geblaf en gejank terwijl hij niet reageert op de DazerII. Echt agressief is ie echter niet en als we voorzichtig doorlopen, loopt de hond blaffend maar ook kwispelend met ons mee. De eerstvolgende 10 kilometer raken we hem niet meer kwijt en hij blijft bij ons tot ver over de Mont Beuvray. Een lieve hond die wel wat weg had van onze Diesel maar dan wat lichter en groter.

 

  

We maken de klim naar de top en komen aan bij het Gallische Oppidum Bibracte, vroeger de hoofdstad van het land der Eduenen. In 52 voor Christus werd hier Vercingetorix door alle opgeroepen en bijeengekomen Gallische stammen, uitgeroepen tot de hoogste chef van de Gallische legers, voordat zij tegen Caesar gingen vechten. Nog veel meer interessante geschiedenis hierover maar daar zullen we jullie niet mee vermoeien. Wel leuk om te weten is, dat Asterix, Obelix en het toverdrankje van Idefix hier hun oorsprong hebben. Honderden archeologen komen hier wekelijks bijeen om de geschiedenis van deze berg verder uit te diepen.

 

Iets verderop komen we aan op de top van de Mont Beuvray, 809 meter staat er op de oriëntatietafel. We hebben een onbeschrijflijk uitzicht over de vallei van de Arroux, de bergen van Autun met zicht tot aan het Centraal Massief en de Alpen.

 

De oriëntatietafel geeft ons informatie over wat waar precies ligt. We lezen dat we hier 88 km van Dijon en 140 km van Lyon vandaan zijn. Ook zien we de richting die we vandaag nog af te leggen hebben, in ieder geval weer een stuk naar beneden. We blijven nog even hangen om te genieten van het uitzicht waarna we de afdaling naar Larochemillay maken. Halverwege de afdaling gaat "Diesel" een wildspoor na en horen we hem tot heel ver weg nog blaffen en janken. Dan houdt het geluid op en zien we "Diesel" niet meer terug. Een kleine steile klim naar het centrum van dit dorpje doet ons het angstzweet uitbreken als de bliksemschicht kort voor ons zichtbaar wordt en iets later een oorverdovende donderslag. We komen tussen de huizen en zien op het dorpsplein een cafeetje waar de parasol buitenstaat. Als we aan de openstaande voordeur staan, blijkt het een woning te zijn in plaats van een café.

De bewoner is thuis en blijkt een Nederlander te zijn. Omdat er verder geen café te bekennen is vraag hij ons binnen en krijgen we een paar glaasjes druivensap. Als het onweer over is gaan we verder via de bossen richting Millay en daarna via een landweg naar Luzy.

Als we Luzy binnen lopen zit het eindelijk eens op alle fronten mee. Nog voor we ons afvragen waar we ons moeten melden om te overnachten zien we schuin links van ons een grote Lidl. Rechts van ons en recht tegenover de Lidl de 2** camping "La Bedure" met aankondiging van zwembad en gratis wifi. Het weer ziet er goed uit en we melden ons op de camping. We worden geholpen door campingeigenaar die ook weer een Nederlander blijkt te zijn. Het is Wim, die van oorsprong uit Haarlemmermeer komt maar nu in Oostenrijk woont. Als hij verneemt dat we pelgrims zijn onder weg naar Santiago mogen we de camping niet betalen. "Pelgrims slapen hier voor niets" zegt Wim. We krijgen de code voor WiFi en mogen een tafel en twee stoelen van het terras gebruiken bij de tent. Een stempel erbij in onze credential en ook de 2 sigbottles worden voor een spotprijs nog gevuld met rood en rosé van de tap. Onze avond kan niet meer stuk. We halen een salademaaltijd met vis met daarbij een salade van geweld graan met van alles er tussen. Een toetje erbij en het buikje zit weer strak. De avond brengen we verder voor de tent door en als T het laatste berichtje met wat foto's op de reislog heeft geplaatst slaat de klok ruim 22 uur en kruipen we in de slaapcabine.

 

Reacties

62. Portugese gastvrijheid

23 juni 2011

Luzy-Gueugnon: 25 km.

dag 54, totaal: 1092 km.

 

We hebben slecht geslapen vannacht omdat we de tent op een ietwat schuine ondergrond hadden gezet. In het begin hadden we het nog niet in de gaten maar langzaam rolden we in onze slaap naar een kant. De slaapzak met matjes waren bijna een halve meter naar het laagste punt geschoven. De binnentent plakte tegen de condens aan van de buitentent en was dus zeiknat. Daarbij voelen we ons stijf en stram en koste het even moeite om op gang te komen. Zeker met de rugklachten van PP duurt het even voor het wat loskomt. Het weer ziet er best uit en de zon komt al rap te voorschijn om de tent te drogen. Als we iets later bij het ontbijt het stokbrood van gisteren willen eten komt Wim naar ons toegelopen met een vers stokbrood. Hij legt het op tafel met de woorden: "Nee he, jullie gaan op mijn camping geen oud stokbrood zitten eten, alstublieft"..... Iets later nemen we afscheid van Wim en zijn camping en bedanken we hem voor zijn gastvrijheid. 

Na Luzy lopen we de Morvan uit. De route gaat verder binnendoor naar Issy l'Eveque. Een paar heuvels die we nog moeten nemen maar de hoogteverschillen worden minder en het gaat geleidelijker aan omhoog en naar beneden. Een fazanthaan in de linkerberm heeft ons opgemerkt en schiet de struiken in. Hoge begroeiing links en rechts van het pad en veel braamstruiken met roze bloesems, die nog volop in bloei staan. Het ritselt constant aan beide zijden van het pad en als we de tijd nemen om vast te stellen wat het is blijkt het te wemelen van de sprinkhanen. Gelukkig vinden we er een bereid om voor ons te poseren. Kort voor Issy l'Eveque sluiten we weer aan op een variant van de GR13, die we vandaag voor het laatst zullen volgen. 

   

In Issy l'Eveque is weinig te beleven rond het middaguur. Geen terras of iets wat er op lijkt. We nemen plaats op een bankje bij een openbaar toilet en halen cola, mars en peren bij de "epicerie". Daarbij de koekjes van Ans en we kunnen er weer een tijdje tegen.

We gaan door via een beschreven bombeert naar Uxeau. We moeten de D42 volgen maar die bestaat niet meer. Dat is waarschijnlijk een weg met 3 nummers geworden. 2 km verder op het hoogste punt moeten we rechts en dan alsmaar rechtdoor. Zo gezegd, zo gedaan. Maar als we de zon een tijdje in de verkeerde richting hebben en bij het gehucht Bauzot aankomen, blijken we een half rondje terug gelopen te hebben en bijna een uur verder. We bellen aan bij een boer die ons op de kaart uitlegt waar we zijn. Hij lacht maar heeft tegelijk medelijden en biedt aan om ons op het juiste punt weer af te zetten. We nemen zijn aanbod aan en stappen bij hem in. Uiteindelijk komen we met hetzelfde aantal kilometers aan in Uxeau maar wel een uur later.

  

Uxeau is een plaatsje van niks en na een korte sanitaire stop bij het openbare toilet naast de kerk lopen we door naar Gueugnon. Eindelijk een wat grotere plaatst met wat meer mogelijkheden denken we. We komen binnen door een straat met diverse winkels, bars, eettentjes en een hotel en komen uit bij het Office de Tourisme tegenover de kerk. Tot onze verbazing krijgen we te horen dat ze geen ander onderdak hebben dan een hotel of een dure chambre d'hote. De camping is voor tenten en caravans gesloten en gaat pas na het weekend open....!?!? Bij de Mairie is niets geregeld dus blijft alleen de kerk over. We melden ons bij de pastorie alwaar 3 dames met elkaar in gesprek zijn. Als we vragen naar een slaapplaats krijgen we te horen dat er niets geregeld is en dat er gisteren ook een pelgrim uit Holland aan de deur geweest was, die geslapen heeft bij de dame van de pastorie. De pelgrim was Ilona den Ouden die dus nog steeds een dag op ons voor ligt. Uiteindelijk wordt ons gevraagd of we een echtpaar zijn waarop we instinctief beiden ja antwoorden.

Als we nog even doorpraten biedt een van de dames ons aan om bij haar thuis te slapen en wil de andere dame ons daar wel met de auto naar toe brengen. Uiteindelijk komen we aan in Gueugnon bij Jose en Odette Fernades, een dame van Portugese komaf. 46 jaar geleden is ze met haar man vanuit Portugal naar Frankrijk verhuisd en hebben ze hier hun bestaan opgebouwd. 5 kinderen die allemaal ver weg wonen. We worden gastvrij ontvangen en als het ijs gebroken is, is hun huis ook ons huis. Tijdens de maaltijd zijn we met vijven, Jose Odette, haar man, een vriendin en wij tweeën. Heerlijke karbonade met spaghetti en brood met kaas en cake toe. Tussendoor wordt wijn en na de maaltijd champagne geschonken. We hebben het gevoel thuis te zijn en het wordt een interessante avond waarin veel Frans gesproken wordt over van alles en nog wat. We mogen douchen en een was wordt voor ons gedraaid. We zijn onwijs hartelijk ontvangen en genieten van een bovennormale gastvrijheid. Voor het naar bed gaan maken we wat foto's van de familie. Weer een bijzonder contact en een ervaring rijker. Het ontroert ons en we weten ons af en toe geen houding te geven. Zoveel goedheid van wildvreemde mensen maakt het dat je zelf ook de dringende wil voelt om deze goedheid door te geven aan anderen. Pelgrimeren is veel meer dan alleen de route lopen naar Santiago de Compostela. Pelgrimeren is jezelf ontdekken, anderen ontdekken, afzien, maar ook veel onverwachte goedheid en gastvrijheid ontvangen waarvan het bestaan je bij aanvang onbekend is. Het doet iets met je en het verandert de visie op het leven. De druk is eraf. Het voelt na 8 weken ontzettend goed.

 


Reacties

63. Koffie met stroopkoeken

24 juni 2011

Gueugnon-Paray Le Monial: 24 km.

dag 55, totaal: 1116 km.

 

Na het wassen van onze vuile kleren gisteravond, kwam madam Odette ontstelt de keuken binnen met de mededeling dat er tijdens de wasbeurt alle pasjes en papiergeld in de broek waren blijven zitten. Foutje van T die zakken niet goed genoeg had gecheckt. De pasjes bleken brandschoon en ons geld eindelijk witgewassen. 

Met de familie Fernandes ontbijten we à la France. Jose Fernandes biedt aan om ons met de auto terug te brengen naar de kerk waar we gisteren geëindigd zijn. Odette begint dan te glunderen en vraagt ons of we een stempel willen van de kerk in ons credential. Aan alles merken we dat ze dat erg op prijs stelt. Tijdens het afscheid nemen van Odette belooft ze voor ons te zullen bidden en ze zoent ons op beide wangen. Met Jose rijden we naar de kerk alwaar we van meneer pastoor een mooie stempel krijgen. Hij voelt aan beide rugzakken en zegt dat hij ze veel te zwaar vindt. Gelijk zegt hij in het Frans iets tegen de koster waaruit wij op kunnen maken dat hij het over de stevige benen van T heeft, die zoveel gewicht wel kunnen dragen. Als hij ons naar de route vraagt, geeft hij aan een mooiere route te weten tot voorbij Rigny sur Arroux, een traject van 10 km langs de Rigole de l'Arroux (klein kanaaltje). Om ons op het goede spoor te zetten loopt hij een kilometertje met ons mee. Na een "Bon courage" en een hand van de pastoor vervolgen we onze weg.

 


Het pad voert ons inderdaad langs het kanaaltje en langs een trimbaan. Er staan paaltjes waarop vogels en planten afgebeeld met de namen erbij. In het Frans natuurlijk maar we zijn leergierig en schrijven het allemaal op. 
Doordat we vlakke weg lopen schiet het voor het eerst sinds de Morvan lekker op. Rond het middaguur zijn we al een aardig eind op pad en lopen we bij Le Crot van de l'Arroux af richting Vigny les Paray.

We zijn toe aan de lunch maar nergens echter iets van eten of drinken te koop. Het zijn alleen maar gehuchtjes waar we doorheen komen met max 10 tot 20 huizen, wel altijd een kerkje erbij. Wie deze looproute uitgevonden heeft moet zelf ook veel tekort gekomen zijn. Op deze manier wordt de speklaag wel erg dun.  

Net buiten Vigny les Paray roepen we "Bonjour" tegen een wat oudere dame die in haar tuin doende is. Ze wenst ons direct een "Bon courage" en even staan we stil. Dan raken we in gesprek met haar over onze onderneming en vraagt zij ons binnen om wat te drinken. Limonadesiroop met zelf gebakken cakejes zoveel we maar willen. Het wordt een kort maar leuk contact en een half uur later gaan we verder richting Paray Le Monial. Paray le Monial is een stadje van ongeveer 10.000 inwoners en een bedevaartsplaats. Het lijkt voor ons dus een makkie om aan een slaapplaats te komen. Maar bij de Office de Tourist hebben ze voor ons alleen maar enkele dure hotels en Chambre d'hotes. Ook de kerk en het seminair weten geen plek voor ons en ook de Office de Pelerinage stuurt ons naar een duur hotel.

 

Een camping aan de rand van de stad biedt uitkomst en met wat boodschappen in de hand is dat nog 20 minuten lopen. Er is genoeg plaats en we zetten ons tentje op achter de sanitaire voorzieningen en bij een tafel met vaste parasol waarvan er verschillende over de camping verspreid staan. Bij het water halen voor de soep treffen we een belangstellende Nederlander die gelijk zijn waterkoker aanbiedt. Als hij heet water komt brengen, nodigt hij ons uit voor een bak koffie als wij klaar zijn met eten en het maakt niet uit hoe laat. Na de tomatenbouillon eten we een volle bak met salade met ui, paprika, olijven, notenkaas en zalm uit blik. Daarbij tzatziki met oud stokbrood en.... de Franse wijn wat allemaal goed naar binnen gaat. "C'est la France, c'est le pain, le vin en le boursin". 

 

 

Na het douchen melden we ons bij Cor en Mieke Noordermeer uit Den Haag. Ze staan hier met de caravan al enkele weken en voor het 3e jaar. Ze hebben het goed naar de zin. We krijgen de luxe stoelen aangeboden en drinken koffie met stroopkoeken. Als het donker wordt komt de wijn en de chips op tafel. Mieke is maar wat bang dat we te kort komen en vindt dat we goed moeten eten. Het kaarsje gaat aan en voor we er erg in hebben is het al dik 23 uur. Cor en Mieke blijken gezellige kletsers maar er is een tijd van komen en voor vermoeide pelgrims ook een tijd van gaan. En Mieke begreep heel goed dat de tijd van gaan was gekomen. Een half uur later ligt T te snurken en PP waarschijnlijk ook.

 


Reacties