Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
53. De eerste mijlpaal....
14 juni
Accolay-Vezelay 29 km
(dag 45, totaal 939 km)

Het is half 7 als de wekker gaat. Alles slaapt nog terwijl wij alles inpakken. Dat we inmiddels perfect op elkaar ingespeeld zijn blijkt wel uit het automatisme van handelen zonder gesproken woord, zonder elkaar in de weg lopen en zonder tijd te verknoeien. Om iets voor 8 staan we gepakt en gezakt en schrijven we nog even twee korte bedankbriefjes die we bij het echtpaar van de soep onder het tafelkleed schuiven en bij het echtpaar van de fles rosé in een slipper leggen. Dan lopen we aan naar het bakkertje in het dorp. We slaan ontbijt en beperkt proviand voor overdag in. Op het bankje bij de bakker werken we twee vette chocoladebroodjes naar binnen en plakken we de hak van PP af want dat waren we vergeten.
De temperatuur is goed en de lucht bewolkt, heerlijk loopweer. Het eerste stuk lopen we via een pad door het "Bois de Regny" evenwijdig aan de rivier de Cure. Het pad loopt langsaam omhoog totdat we de Cure wel honderd meter dieper links beneden ons zien stromen. Alleen maar bomen op een super steile helling die ons gedeeltelijk het zicht op het water ontnemen. Als het pad de daling weer ingezet heeft komen we oog in oog te staan met een reegeit. Het beest is niet schuw en geeft ons alle gelegenheid tot kijken. Dan springt het dier de stijle helling rechts van ons op en verdwijnt, denken we. Maar als we doorlopen staat de reegeit op een afstand van 10 meter en 3 meter hoger ons nieuwsgierig aan te kijken. Dan verdwijnt hij in het bos. Een paar minuten later is het weer Reintje de Vos die onze komst niet afwacht en een tijdje in het zicht van ons vandaan rent. We komen weer op gelijke hoogte met de Cure en we zien een bonte specht voor ons uit wegvliegen. Dan buigt de Cure naar links terwijl ons pad rechtdoor gaat. Op dit punt is het dat er ineens een klein vogeltje vol gas langs de oever van de Cure vliegt. Hij valt onmiddellijk op door zijn diepe heldere ijsblauwe kleur. Het is een ijsvogel, het eerste exemplaar dat we op onze tocht zien.
In Arcy sur Cure lopen we weer een "epicerie" binnen en kopen we 2 blikjes cola, 2 peren en 1 blok chocolade. Dit alles smikkelen we lekker op zittend in het gras aan de oever van de Cure, in de stille hoop de ijsvogel nogmaals te spotten. We zien een merel, een vink en een kwikstaartje aan de waterkant maar niet wat we hopen te zien.

Het gaat verder en we lopen het gehucht Herodats binnen. Zeg maar door want er staan niet meer dan 4 huizen. Bij het laatst huis komt er een man van middelbare leeftijd naar buiten gelopen die vraagt gelijk of we koffie willen. We staan perplex maar zeggen gelijk ja omdat we hard aan een pauze toe zijn. Hij biedt ons een zit aan onder de kastanjeboom en komt even later met koffie en petit Madeleines (cakejes met chocolade). Gelijk ook komt hij met een bakje kersen en water om ze in te wassen. Hij praat volop en uit zijn verhaal maken wij op dat hij veel pelgrims op deze manier ontvangt. De meeste zijn Nederlanders en dat hij daar op ingesteld is blijkt uit een heel groot en dik Frans-Nederlands woordenboek dat op tafel komt. Ook een echt gastenboek waarin wij mogen schrijven. Hij vertelde amateurwielrenner geweest te zijn en getraind te hebben met Merkx en Thevenet. De laatste twee zijn echter doorgegaan als prof terwijl hij is blijven steken. Dan komt de zelf gebrouwen perenlikeur op tafel waarvan hij een beetje in onze lege koffiekop schudt. Hij drenkt daarin een suikerklontje wat hij op een lepel aanbiedt. Waauw wat een sterk spul maar....wel lekker. Hij heet Mrs. Pinois en als we weer opstappen loopt hij een stukje met ons mee tot het punt dat de Basilique van Vezelay zich in de verte volledig toont op de top van een heuvel. Nog 6 km en 2 uur te gaan zegt Mrs. Pinois en we danken hem voor zijn gastvrijheid. Met de Basilique in zicht naderen we Vezelay. Maar we zien ook dat ons nog een behoorlijke klim te wachten staat. Het venijn zit ' m weer in de staart. Voorbij Asquins begint de echte klim naar Vezelay over een lang kiezelpad. Doodop en kei kapot komen we aan bij de zijgevel van de Basilique Sainte Marie Madeleine in Vezelay, onze eerste mijlpaal in de route.

Als we weer op adem gekomen zijn melden we ons bij de Office de Tourisme ruim 500 meter verder naar beneden. Kort daarvoor het bureau de poste die nog maar even open is. We besluiten eerst dan maar de Poste Restante op te halen ofwel het pakketje wat we verwachten. Als we vragen naar de post en ons legitimeren, blijken en maar liefst 4 pakketjes en een enveloppe voor ons klaar te staan. Verbaasd en verrast nemen we de pakketjes mee die we amper kunnen dragen in twee plastic tassen. Bij de Office de Tourisme een onvriendelijke dame die ons wijst op de presbytere naast de Basilique voor onze overnachting. We moeten snel wezen want die sluit over 15 minuten. Vol gas en met alle pakketjes weer 500 meter lopen en alleen maar omhoog. Met de tong op de schoenen en de rug zeik nat komen we op de valreep bij de presbytere. We krijgen een flink glas water om bij te komen en worden ingeschreven voor de nacht in maison Bethanie. Maar dan wacht ons een teleurstelling, PP moet bij de heren slapen en T bij de vrouwen. Als we hem verwonderd aankijken en PP roep dat T zijn "epouse" is, kijkt hij ons bedenkelijk aan en wil men voor een keer een uitzondering maken omdat het op dit moment niet druk is met de pelgrims. Dan vraagt hij T naar de doopnamen van PP en staat T met de mond vol tanden. Gelukkig worden we niet uit elkaar gehaald.

Maison Bethanie ligt 800 meter verder onder aan de rand van Vezelay en met onze pakketjes dalen we weer af. Kamer 23 is voor ons en na een heerlijke douche en schone kleren is al het leed weer geleden. We gaan op zoek naar eten, drinken, en Wi-Fi. Bij hotel-bar Compostela kunnen we alleen maar drinken en krijgen we na tekst en uitleg een ticket voor 7 dagen Wi-Fi van de vriendelijke en meedenkende hoteleigenaar. Hij legt ons daarnaar gevraagd precies uit waarom het in Frankrijk zo moeilijk is om een vrij netwerk te vinden. We zullen daarom vaker een hotel moeten bezoeken. Als we de eerste berichten verzonden hebben gaan gaan we op zoek naar eten. Het wordt steak vanavond. Na het eten nemen we nog een afzakkertje op de kamer waarna we moe maar voldaan te bed gaan. De pakketjes en de enveloppe hebben we voor het slapen gaan uit nieuwsgierigheid natuurlijk nog geopend. Veel onverwachte hartelijkheid maar daarover morgen meer.



Reacties