83. Weerzien met familie… 14 juli 2011

83. Weerzien met familie…

14 juli 2011

Conques-Decazeville: 20 km.

dag 75, totaal: 1543 km.

 


 

             

 


We zijn als eersten wakker op onze slaapzaal en gaan voorzichtig aan het inpakken. Het meeste is gelukkig droog, alleen de rugzakken nog niet. We doen zo stil als we kunnen maar de plastic tasjes ritselen behoorlijk bij het volstoppen en inpakken. Alleen de Fransman die gisteren aangekomen is voor zijn eerste etappe vanaf Conques wordt wakker.

Met meerderen zitten we aan het ontbijt, de meeste al zo vroeg omdat ze de mis willen bijwonen. Wij besluiten dat niet te doen omdat we de vespers al bijgewoond hebben en omdat we het gevoel hebben, dat dit in Conques geen meerwaarde geeft aan onze reis. Onze schoenen voelen nog nat aan als we ze aantrekken. Soppen doen ze niet meer, de kranten hebben hun werk gedaan. We lopen Conques uit steil naar beneden tot aan de oude stenen brug over de rivier de Dourdou. (het laagste punt in het dal van Conques). Het is nog nevelig en wolken hangen laag.

                

 

Dan stuurt de GR65 ons een erg smal maar vooral steil en steenachtig bergpad op, een klim die ons het eerste uur onafgebroken blijft plagen. We halen Jean-Marc en Elisabeth Leclerc in die het er ook zichtbaar moeilijk mee hebben. Tot aan de laatste honderd meter lopen we in de nevel en mist. Maar dan breekt ineens de zon door en komen we aan op het dak van de bergen rond Conques. We zijn boven de wolken uitgeklommen en terwijl we op adem komen genieten we van het uitzicht. Onze ademhaling is vlot weer normaal. We voelen ons goed, aan conditie scheelt het niet. Nat zijn van het zweet is echter niet te voorkomen na zo'n klim. Het uitzicht voelt als een beloning voor deze inspannende klim. Het gaat verder met de zon op onze bol en de wolken aan onze voeten. Heerlijk weer hier boven op ongeveer 540 meter hoogte. De weg voert ons kronkelend door het gehucht Les Clementies. Veel walnoten en hazelnoten die hier in het wild groeien maar helaas nog niet rijp. De eerste zwarte bramen treffen we aan in de struiken.

 

Ze zijn zoet en we werken de nodige vitamientjes weer naar binnen. Ook treffen we hier en daar al wat blauwe pruimen.  Ze moeten eigenlijk nog een paar daagjes zon hebben maar wij wachten dat niet af. Goed voor alles en zeker als je met de broek van de kont moet. De natuur geeft voor bijna alle kwalen een oplossing. Niet dat wij er last van hebben maar het gaat allemaal even wat makkelijker.....

Als we het gehucht Prayssac naderen worden we vrijwillig verplicht aan de kant gedirigeerd door een kudde koeien. Ze lopen traag en zitten helemaal onder de stront. Waarschijnlijk komen ze net van stal en mogen ze de wei in. We proberen ze wat vrolijker te laten kijken maar ze reageren niet als we onze mondhoeken optrekken. Als de hele kudde voorbij is blijkt het wegdek voorzien van een nieuwe zachte welriekende deklaag. 


In Prayssac zien we onze Fransman van de slaapzaal uit een vervallen schuurtje komen. Het blijkt een rustplaats voor pelgrims waar koffie, brood, geitenkaas, wijn en walnoten aanwezig zijn. Het heeft het interieur van een krot met een tafel en twee bankjes. Aan de muur bidprentjes, kruisjes, spreuken en een afbeelding van onze vorige paus. Ook een gastenboekje en een trommeltje voor de vrijwillige bijdrage. De koffie is te drinken maar het brood is versteend hard. De wijnfles ziet er niet uit en de geitenkaas meurt verschrikkelijk. Toch kan PP het niet laten een schijfje kaas naar binnen te werken. De walnoten zijn van vorig seizoen en smaken nog steeds voortreffelijk. Als we even zitten komen ook Jean-Marc en Elizabeth Leclerc aanlopen. We maken wat foto's en wisselen nog gegevens uit voor wij weer verder gaan. Apart, deze stop maar het past geheel in het pelgrimsplaatje. 

Onderweg treffen we Norbert weer en samen lopen we naar Decazeville. Daar scheiden onze wegen opnieuw omdat wij naar het 6 km van de route afgelegen Flagnac gaan om broer Daan en familie te gaan treffen. Als we afscheid nemen van Norbert stopt er een bus op de kruising. De bestuurder vraagt ons of we de route kwijt zijn en wijst ons in de juiste richting. Dan geven we aan dat we naar Flagnac moeten en dat we de bushalte zoeken.

Er is op de nationale feestdag van Frankrijk geen openbaar vervoer naar Flagnac. Als de teleurstelling duidelijk van onze gezichten is te lezen biedt hij aan ons naar de camping te brengen. Zijn bus heeft alleen een voorbank en zijn vrouw wordt achter in de laadruimte geparkeerd tussen onze rugzakken. We voelen ons wat opgelaten maar worden recht voor de camping afgezet. Wat treffen we het weer...De receptie is gesloten tot 16 uur en we nemen plaats op het terras van de camping. Als we Daan een berichtje sturen hoever ze zijn, krijgen we geen antwoord. Nog voor we het eerste glas drinken achter de kiezen hebben komt de hele familie hartelijk lachend de camping op gelopen. Een warm en emotioneel weerzien met de familie, zeker nadat T enkele traantjes moet laten als ze de boodschap van oma middels een filmpje op de Iphoon van Daan bekijkt.

Er volgt een gezellig samenzijn op de camping. De avond sluiten we af bij de stacaravan , die na enig improviseren "ruim" plaats biedt aan 7 personen. We zijn weer op de hoogte van alles wat er in het Schaijkse speelt en voor Annie Manders gaan we in ieder geval ook een kaarsje opsteken in de kathedraal in Santiago de Compostela.

              





Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Vul deze captcha in
Dit is een verplicht veld