130. Een pan vol paella... 3 september 2011

130. Een pan vol paella...

3 september 2011

Murias de Rechevaldo-Foncebadon: 22 km.

dag 126, totaal: 2580 km.


 

 

 

Het gekraak van de bedden moet meerdere mensen op de slaapzaal gestoord hebben. Wij hebben allebei onrustig geslapen. Een bed is op de camino niet altijd een garantie voor een goede nachtrust. Maar we hoeven alleen maar te lopen overdag en dat kan met hulp van de ander op vlakke stukken ook met de ogen dicht. We gaan na een redelijk ontbijtje met een goede bak koffie in het donker al op stap. De albergue ligt aan het einde van het dorp en de harde weg gaat daar direct over in een breed lichtgekleurd kiezelpad ofwel de camino. Hugo en Miriam zijn kort voor ons al vertrokken. Wij hadden allebei nog behoefte aan een zware toiletgang en wilden Hugo daarom niet laten wachten. 

                                          

 

                                                          

Het belooft een mooie dag te worden, de lucht is helder en de sterren aan de hemel zijn ook helder. Ze wijzen je de weg zegt men, maar dan moet je wel weten hoe je er naar moet kijken. Wij hebben de camino, het breed en lichtgekleurde kiezelpad, die ons de weg wijst. Licht of donker, het maakt niet uit. Er zijn voor elk moment van de dag de noodzakelijke aanwijzingen aanwezig om probleemloos de camino te volgen. Het boekje van de Spaanse Sint Jacobsroute is hier eigenlijk niet meer nodig maar het geeft net even iets meer informatie, die toch ook wel belangrijk is. Hoe ver is het nog, waar hebben we water, gaat het omhoog of omlaag, hoe veel kilometers voor het volgende dorp om energie bij te tanken. Ongemerkt gaat het informatieboekje nogal eens open voor een korte blik. 

                                                         

Ook de natuur belooft mooi te worden vandaag volgens de kaart maar wel met enig ongemak. We starten op een hoogte van 885 meter en moeten over een afstand van ongeveer 22 kilometer naar een hoogte van 1420 meter. Het gaat geleidelijk aan maar het verschil is wel 535 meter. We zijn inmiddels wat gewend en juist omdat het geleidelijk aan gaat, is dat in ons voordeel. Veel pelgrims gaan op deze trajecten erg langzaam en komen uiteindelijk laat aan. De keus wordt dan beperkt. Vroeg aankomen geeft garantie voor eerste bedkeuze. En dat heeft als voordeel dat we altijd naast elkaar liggen en niet hoeven te klimmen. Hadden we dat al niet eerder beschreven? Bovendien heb je als eersten nog altijd een volle boiler, dus een warme douche.

Als we na 5 kilometer het gehucht Santa Catalina de Somoza passeren komt de zon op achter ons aan de horizon. Prachtige vergezichten op een sterk glooiend landschap met hoge bergen op de achtergrond. Wolken hangen rond de bergtoppen en hier en daar steken de propellers van de windturbines boven de wolken. Links van ons uitgestrekte lage dennenbossen, de geur van dennen ruikt sterk deze ochtend. 
Hugo met Miriam treffen we kort voor El Ganso. Daar ons tempo hoger ligt trekken we door naar Rabanal del Camino. De klim over het rotspad daar naar toe leidt ons langs een met gaas afgezet bosperceel. Het gaas hangt over de volle lengte en hoogte vol met van takken en ander materiaal gemaakte kruisjes en bidprentjes. Het werk van pelgrims door de jaren heen. 

                                                         

In Rabanal del Camino onze eerste rust op het terras bij het café. Het is er al druk met pelgrims en als we onze bocadillo met ei naar binnen zitten te werken komt Norbert aangelopen en later Hugo. Er komen nog meer bekenden aan en het wordt een gezellig samenzijn op het terras in de zon. De laatste 6 kilometer klimmen we via een slingerpad tussen heide, varens, lage dennen en eiken door naar Foncebadon, een gehucht dat vroeger een belangrijke pleisterplaats was voor pelgrims. Als we het dorpje kort zijn genaderd lijkt het of we een spookstad binnenlopen, een onverharde brede weg door het dorp met veel ruïnes van huizen.

                                          

                                          

 

Daken die dicht gelegd zijn met blikken platen, autoportieren, plastic en ander raar materiaal. Tussen deze ruïnes rijzen enkele albergues op. Onze keus valt op albergue Irani, waar ook een kleine "tienda" bij is. In de koeling zien we halve liters Franciscaner witbier staan. De middag brengen we door in het zonnetje op de antieke banken voor de albergue. Het uitzicht is mooi hier op ruim 1400 meter hoogte waar we de pelgrims één voor één zien binnen lopen. Verschillende pelgrims kennen we al van onderweg en telkens hebben we weer een gezellig kort praatje met elkaar. Wat is dit mooi. 

 

De avond gebruiken we gezamenlijk het eten. Deze keer anders dan anders. Een grote pan paella wordt binnen gebracht en borden worden doorgegeven. Daarbij een flinke bak gemengde salade en borden met schijfjes worst, chorizo en kaas. Wijn wordt constant geschonken bij het eten. Onze magen worden overvloedig gevuld. Na het eten tafelen we met wat zweverige muziek op de achtergrond nog een tijdje na met een Deens stel van onze leeftijd en twee jonge Duitse dames. Na het laatste wijntje van het huis stappen we een donkere slaapzaal binnen, de meeste al in diepe rust.

 



Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Vul deze captcha in
Dit is een verplicht veld