128. Don "Pedro"...

1 september 2011

Villar de Mazarife-Hospital de Orbigo: 14 km.

dag 124, totaal: 2536 km.

   

 

Vier volle maanden onderweg alweer vandaag en de eerste dag van de maand waarin onze wandeltocht naar verwachting zal worden voltooid. Wat is het allemaal snel gegaan. Het besef van tijd zijn we een beetje kwijt maar het lijkt absoluut een stuk korter, als we terug denken aan het moment dat we in Schaijk vertrokken. Het besef van afstand dringt pas echt tot ons door als we alle bolletjes op de kaart van ons reisschema naar voren halen. Allemaal dagafstanden en overnachtingplaatsen. Een fantastische onderneming tot nu toe waar we elke dag nog volop van genieten. Wat het zal brengen en hoe het zal voelen als de laatste dag gelopen is, willen we nu nog niet weten. Dat zien we dan wel. Hoe we naar huis gaan en wanneer weten we ook nog niet, dat zien we dan ook nog wel. De verwachting is dat we halverwege deze maand in Santiago de Compostela aan zullen komen. Maar dat is niet het einde van de camino en niet het einde van onze tocht. Wie het stukje geschiedenis heeft gelezen in het begin van onze reislog weet, dat het kustplaatsje Finisterre het einde van de camino is, het einde van de wereld en het begin van de hemelpoort. Het plaatsje Muxia is gelegen aan de kust, 30 km ten noorden van Finisterre en wordt in de legendes van Jacobus de Meerdere ook genoemd. Beide plaatsen willen we te voet vanuit Santiago nog aandoen, de laatste 210 kilometers. 

Na vier maanden kunnen we stellen dat we met beide benen nog stevig op de grond staan. Veel tijd tot denken hebben we gekregen. Als eerder al eens vermeld zijn we volledig onthaast en alleen nog maar bezig met het hier en nu. Geen zorgen meer tot het verkrijgen van onderdak of eten, op elke hoek van de straat is wel een bar. Albergues in elke plaats met een overcapaciteit aan bedden. Het pelgrimsmenu serveren ze overal en is doorsnee genomen goed.Het zal straks moeilijk zijn om weer in het keurslijf van de Nederlandse maatschappij te moeten passen maar we hebben thuis nog een paar weken om daar aan te wennen. Het haar van PP is nog steeds "blond" maar een beetje uit model gegroeid. Van de kapper wil hij niet weten en een klein staartje kan hij ondertussen al maken. De boel in model laten brengen doen we thuis wel weer.

  

                                      

 

Enkele kilo's is PP kwijt maar de spoiler op de buik lijkt eerder te groeien dan af te nemen. Of lijkt dat omdat het overige vet langzaam verdwijnt? T is ook wat lichter dan bij aanvang van de reis en haar cellulitis is sterk verminderd. Er zit veel ruimte tussen de benen en de bokspijpen en als ze haar jurkje aan doet komen er twee slanke gevormde benen onderuit. We zijn in topvorm en klaar voor de laatste hoge bergen die ons de komende dagen te wachten staan. De tekenteller is op 12 blijven staan. Geen teek meer gehad de laatste maand. Daarentegen nog wel allebei vol met beten van muggen en bedwantsen. Je maakt wat dat betreft van alles mee hier. De voeten voelen vermoeid aan, elke dag weer. Maar ze doen het bijzonder goed. Geen enkele blaar de afgelopen maand. T heeft extra tape om te verhogen onder de bal van haar rechter voet. Een gevoelige plek. Ook de heup aan een zijde sputtert af en toe wat tegen als de daginspanning te groot is geweest. Kleding en schoenen slijten hard op dit moment Maar zolang het gaat doen we het ermee. De pony van T hebben ze in Leon "verknipt" maar dat komt volgende maand in Schaijk wel weer goed. Met de rug van PP gaat het redelijk.

's Morgens bij het opstaan wat stijf maar na een paar kilometertjes lopen weer zo soepel als wat. De bedden hier zijn niet de beste en dat merk je na elke nacht weer. Veel draaien en tussendoor wakker worden. 

Daarom ook horen we het midden in deze nacht plenzen buiten. Een regenbuitje die ons zegt, dat we de dorre droge "meseta" achter ons hebben en nu het meest natte gedeelte van Spanje naderen, Galicië genaamd. Om 6 uur zitten we in de bar aan het ontbijt. We zijn niet de enige pelgrims die vroeg op zijn. Als T opstaat om naar het toilet te gaan, valt haar stoel om en met een harde klap op de grond. In een hoek van de bar begint een heks flink te krijsen en te lachen. Iedereen lacht. Het blijkt een heks die aan het plafond hangt en op geluid reageert. Iets later staan we buiten en gaan we op weg naar Hospital de Orbigo, de plaats waar we Hugo en Miriam gaan treffen.

                                                      

Het is vlak hier op 870 meter hoogte en we zien veel maïs langs de weg. Verderop een groen uitgestrekt weiland waarin we 44 vette koeien tellen. Overal zien we irrigatiekanalen waar het water behoorlijk hard doorheen stroomt. Enig mechanisme moet dit toch op gang brengen, anders kan het niet zo hard stromen. Het is hier mooi groen overal. Af en toe voelen we een drupje vallen. Tot kort voor Villavante mag het geen naam hebben, maar dan begint het. We moeten langs de kant om de regenhoezen te pakken en de regenjas aan te doen. Vanaf die tijd is het niet meer opgehouden met hard regenen.

Onderweg treffen we hazelnoten aan de boom en er wordt zoals gebruikelijk weer wat geplukt.  

Uiteindelijk lopen we via de Puente de Orbigo, een hele lange stenen brug over de Rio Orbigo, het plaatsje Hospital de Orbigo binnen. We checken in bij de alberque San Miguel alwaar het ruim, schoon en netjes is. 

                                     

Hugo wachten we op bij de brug en begeleiden we naar de albergue schuin tegenover ons omdat daar faciliteiten voor Miriam zijn. Als later ook Norbert arriveert met nog enkele Duitsers die we van gezicht kennen, besluiten we met Hugo en de hele bups in het dorp te gaan eten. De avond sluiten we af op de binnenplaats van de albergue. De regels zijn hier niet zo streng en ze verkopen hier binnen een kwalitatief goede wijn, echter alleen maar per fles. Het wordt een klein feestje, een avond om niet meer te vergeten.

                                   



Reacties

129. Uitgeteld...?

2 september 2011

Hospital de Orbigo-Murias de Rechevaldo: 22 km.

dag 125, totaal: 2558 km.

 

 

 

 Vroeg eruit na een feestje is hier geen probleem. De biologische wekker werkt fantastisch na vier maanden en laat zich niet leiden door incidentele factoren. Als we aan de koffie zitten loopt Hugo binnen. Hij staat startklaar voor de deur met Miriam. Als de laatste hap erin zit trekken we onze schoenen aan en gaan we gezamenlijk op pad. Het is nog donker buiten en de gele pijlen zijn moeilijk te vinden. Net buiten het dorp voor een splitsing, krijgen we dubbele aanwijzingen op het wegdek in 2 richtingen. Of de korte variant recht langs de N120 of de noordwestelijke door de natuur. Onze keus zal inmiddels duidelijk zijn, maar welk van de twee is de juiste weg. Het kompas geeft uitsluitsel, we gaan noordwestelijk.  

 

                                                        

De sterren staan nog aan de hemel maar de Ursor Mayor zien we niet. Achter ons komt de zon langzaam op, het is nog fris. Als we het plaatsje Santibanes de Valdeiglesias door zijn, krijgen we eindelijk weer gevarieerde ruige natuur met brede onverharde paden met losse keien. 
Er staat weer veel fruit langs de weg, appelbomen en perenbomen. Kleine appeltjes die heerlijk smaken.

                                       

Voor Miriam gooien we er ook een paar in haar rugtas. Veel wijngaarden met druiven zien we weer en langs het pad verschillende tamme kastanjebomen die nu helemaal vol met bolsters zitten. Ze zijn nog niet rijp. We lopen door een ruig maar laag bosgebied met veel dennen en eiken. Ook veel open stukken tussen het bos waar tarwe verbouwd is geweest. Dat links van het pad een grote plek waar leemgrond afgegraven is. Steile wanden, 5 tot 8 meter hoog, waarin kleine diepe gaten zitten. Gaten waaruit oeverzwaluwen af en aan vliegen. Een hoop leven voor de wand wat een sierlijk gezicht geeft. Op de splitsingen van de kiezelpaden staan grote gele pijlen op rotsblokken geschilderd. Fout lopen gaat hier niet meer.

                                      

Dan op een splitsing in het bos een soort van grote pop die een pelgrim moet voorstellen. Hij heeft een staf in de hand. Daarnaast een kruis met een hele hoop stenen erbij gelegd. Het geheel wordt ontsiert door allerlei rotzooi zoals oude schoenen, versleten T-shirts, schoenveters, briefjes, bidprentjes, todjes en nog veel meer shit.

Het is door pelgrims achtergelaten met een of andere gedachte erbij. Het ziet er niet uit en lijkt op een kleine vuilnisbelt. 

                                                    

Twee konten naast elkaar vandaag waar PP achter aan loopt, die van T en die van Miriam. Er is geen twijfel over de keus. Als we het bos uitlopen komen we bij een bouwvallige schuur waar een rustplaats voor pelgrims is gecreëerd. Zomaar ineens een kraampje op wielen met allerlei warme en koude drinkwaren, eten, snoep en fruit. We mogen nemen wat we willen, alles voor een vrijwillige gift. We lasten gelijk een koffiepauze in. Na de koffie met koek, noten en vijgen is het nog even heerlijk relaxen in de hangmat voordat de tocht verder gaat. 

                                               

In San Justo de la Vega doet Miriam zich te goed aan wat groenvoer, waar we met name in Noord-Frankrijk uitgestrekte velden van vol hebben zien staan. We wisten niet wat het was. Hugo vertelt ons dat het luzerne is, een eiwitrijk gewas wat als voer voor dieren verbouwd wordt. 

Astorga is een wat grotere stad waar veel herinneringen aan de Romeinse tijd te zien zijn. We komen langs wat Romeinse opgravingen, oude stadsmuren en het museum Romano. We komen wat verderop ook langs een pinautomaat, wat we voor dit moment belangrijker vinden. Vlug de knip weer wat vullen. Bij de kathedraal pikken we een terrasje met uitzicht op het bisschoppelijk paleis, wat een schepping is van Antonio Gaudi. Met een leuk sprookje erbij had het zomaar in de Efteling kunnen staan. 

                                                  

We gaan door naar albergue Las Aguedas in Murias de Rechivaldo omdat Hugo daar plaats heeft voor Miriam. Een prachtige albergue met een mooie binnenplaats met terras en bar. Voor eten en drinken hoeven we niet meer op stap. Alles aanwezig. Na de eerste drankjes gaan we voor het eten nog een paar uurtjes plat. Er wordt een teleurstellend maar goed vullend pelgrimsmenu inclusief wijn geserveerd. Aan tafel ook Bart uit Schoonhoven die vanaf Leon de camino loopt. Tevens 2 jonge Duitse vrouwen waarvan een zwaargewicht. Zij zijn vanuit Astorga begonnen en uit het gesprek blijkt dat ze ongetraind zijn en zwaar bepakt. Als wij elkaar aankijken en vervolgens het gezicht van Bart zien, denken we alle drie het zelfde. Die dames gaan het nog zwaar krijgen als ze het volhouden.


Reacties

130. Een pan vol paella...

3 september 2011

Murias de Rechevaldo-Foncebadon: 22 km.

dag 126, totaal: 2580 km.


 

 

 

Het gekraak van de bedden moet meerdere mensen op de slaapzaal gestoord hebben. Wij hebben allebei onrustig geslapen. Een bed is op de camino niet altijd een garantie voor een goede nachtrust. Maar we hoeven alleen maar te lopen overdag en dat kan met hulp van de ander op vlakke stukken ook met de ogen dicht. We gaan na een redelijk ontbijtje met een goede bak koffie in het donker al op stap. De albergue ligt aan het einde van het dorp en de harde weg gaat daar direct over in een breed lichtgekleurd kiezelpad ofwel de camino. Hugo en Miriam zijn kort voor ons al vertrokken. Wij hadden allebei nog behoefte aan een zware toiletgang en wilden Hugo daarom niet laten wachten. 

                                          

 

                                                          

Het belooft een mooie dag te worden, de lucht is helder en de sterren aan de hemel zijn ook helder. Ze wijzen je de weg zegt men, maar dan moet je wel weten hoe je er naar moet kijken. Wij hebben de camino, het breed en lichtgekleurde kiezelpad, die ons de weg wijst. Licht of donker, het maakt niet uit. Er zijn voor elk moment van de dag de noodzakelijke aanwijzingen aanwezig om probleemloos de camino te volgen. Het boekje van de Spaanse Sint Jacobsroute is hier eigenlijk niet meer nodig maar het geeft net even iets meer informatie, die toch ook wel belangrijk is. Hoe ver is het nog, waar hebben we water, gaat het omhoog of omlaag, hoe veel kilometers voor het volgende dorp om energie bij te tanken. Ongemerkt gaat het informatieboekje nogal eens open voor een korte blik. 

                                                         

Ook de natuur belooft mooi te worden vandaag volgens de kaart maar wel met enig ongemak. We starten op een hoogte van 885 meter en moeten over een afstand van ongeveer 22 kilometer naar een hoogte van 1420 meter. Het gaat geleidelijk aan maar het verschil is wel 535 meter. We zijn inmiddels wat gewend en juist omdat het geleidelijk aan gaat, is dat in ons voordeel. Veel pelgrims gaan op deze trajecten erg langzaam en komen uiteindelijk laat aan. De keus wordt dan beperkt. Vroeg aankomen geeft garantie voor eerste bedkeuze. En dat heeft als voordeel dat we altijd naast elkaar liggen en niet hoeven te klimmen. Hadden we dat al niet eerder beschreven? Bovendien heb je als eersten nog altijd een volle boiler, dus een warme douche.

Als we na 5 kilometer het gehucht Santa Catalina de Somoza passeren komt de zon op achter ons aan de horizon. Prachtige vergezichten op een sterk glooiend landschap met hoge bergen op de achtergrond. Wolken hangen rond de bergtoppen en hier en daar steken de propellers van de windturbines boven de wolken. Links van ons uitgestrekte lage dennenbossen, de geur van dennen ruikt sterk deze ochtend. 
Hugo met Miriam treffen we kort voor El Ganso. Daar ons tempo hoger ligt trekken we door naar Rabanal del Camino. De klim over het rotspad daar naar toe leidt ons langs een met gaas afgezet bosperceel. Het gaas hangt over de volle lengte en hoogte vol met van takken en ander materiaal gemaakte kruisjes en bidprentjes. Het werk van pelgrims door de jaren heen. 

                                                         

In Rabanal del Camino onze eerste rust op het terras bij het café. Het is er al druk met pelgrims en als we onze bocadillo met ei naar binnen zitten te werken komt Norbert aangelopen en later Hugo. Er komen nog meer bekenden aan en het wordt een gezellig samenzijn op het terras in de zon. De laatste 6 kilometer klimmen we via een slingerpad tussen heide, varens, lage dennen en eiken door naar Foncebadon, een gehucht dat vroeger een belangrijke pleisterplaats was voor pelgrims. Als we het dorpje kort zijn genaderd lijkt het of we een spookstad binnenlopen, een onverharde brede weg door het dorp met veel ruïnes van huizen.

                                          

                                          

 

Daken die dicht gelegd zijn met blikken platen, autoportieren, plastic en ander raar materiaal. Tussen deze ruïnes rijzen enkele albergues op. Onze keus valt op albergue Irani, waar ook een kleine "tienda" bij is. In de koeling zien we halve liters Franciscaner witbier staan. De middag brengen we door in het zonnetje op de antieke banken voor de albergue. Het uitzicht is mooi hier op ruim 1400 meter hoogte waar we de pelgrims één voor één zien binnen lopen. Verschillende pelgrims kennen we al van onderweg en telkens hebben we weer een gezellig kort praatje met elkaar. Wat is dit mooi. 

 

De avond gebruiken we gezamenlijk het eten. Deze keer anders dan anders. Een grote pan paella wordt binnen gebracht en borden worden doorgegeven. Daarbij een flinke bak gemengde salade en borden met schijfjes worst, chorizo en kaas. Wijn wordt constant geschonken bij het eten. Onze magen worden overvloedig gevuld. Na het eten tafelen we met wat zweverige muziek op de achtergrond nog een tijdje na met een Deens stel van onze leeftijd en twee jonge Duitse dames. Na het laatste wijntje van het huis stappen we een donkere slaapzaal binnen, de meeste al in diepe rust.

 



Reacties

131. Cruz de Ferro...

4 september 2011

Foncebadon-Ponferrada: 28 km.

dag 127, totaal: 2608 km.

 


 

 

Deze morgen lopend buffet met veel fruit, vlees, melk, cornflakes en echte geitenyoghurt. Voor ons een ongekende luxe. In ieder geval een goede bodem om de top te bereiken. Hugo is Miriam aan het optuigen en van PP krijgt ze de laatste wortel. We wachten tot het licht is en omdat we het Cruz de Ferro in zijn totaal willen zien. Het is nat maar droog buiten. Regen hebben we niet gehoord vannacht. Het is ook bewolkt en dat belooft niet veel goeds voor de vergezichten vanaf de top.

                                          

Om half 8 lopen we aan samen met Hugo en Miriam. We zijn nog 2 kilometer verwijderd van het pelgrimskruis Cruz de Ferro, een monument voor bedevaartgangers wat beschreven wordt als een van de indrukwekkendste gedeelten van deCamino de Santiago. Een hoogteverschil van 100 meter nog te overbruggen. Het begint wat te miezeren als we bij de laatste ruïne Foncebadon verlaten. De hoezen doen we om en de jassen aan. Iets verder snuiven we het eerste vocht van een wolk waar we instappen naar binnen. Geen mooie vergezichten zoals we gehoopt hadden. Enkel mist, wolken, miezer en de frisse natuur direct om ons heen. Als we z'n 25 minuten geklommen hebben klinkt de stem van Hugo ineens achter ons;

"Zie de gullie da daar?” PP vraagt gelijk wat en waar? "Da paaltje me da kruiske erop, daar voor u. Da is Cruz de Ferro". 

 

                                          

Verwonderd kijkt PP op naar een houten paal van 5 meter hoog en een klein kruisje erop. De paal met het kruis staat op een berg met stenen waar een paadje overheen loopt. Het geheel wordt opgesierd met allerlei snuisterijen met teksten door pelgrims opgeschreven en achtergelaten. De berg onderscheidt zich van andere bergjes door de aanwezigheid van alleen maar meegebrachte stenen vermengd met van alles aan, onder en rond het kruis. De wetenschap dat de meeste van deze stenen van ver meegebracht zijn, de betekenis en symboliek die er achter zit, brengt ons wel tot enig nadenken. Maar het geheel op zich is voor PP absoluut geen indrukwekkend moment op de camino. Gelukkig voor T denkt ze daar iets anders over. Onze steentjes die we al iets meer dan 2600 kilometer meegedragen hebben en voor ons beiden een levenslast symboliseren, werpen we voor eens en voor altijd van ons af. We laten deze achter in een Sint Jacobsschelp onder het kruis en vervolgen onze weg. 

We nemen voor even afscheid van Hugo en Miriam omdat we vandaag meer kilometers gepland hebben. Na onze rustdag deze week zullen we hem vast weer zien. Na ruim een half uur komen we in het verlaten bergdorp Manjarin. Een albergue en een paar ruïnes telt dit gehucht. Het betreft een particuliere herberg van een "nep" tempelier (kruisridder) van Duitse afkomst. Er zijn weinig sanitaire voorzieningen en water uit de bron. Als we langs alle aanwijzingen en borden heen in een smerig onderkomen een goeroefiguur zien zitten bij een vuurtje, laten we de gratis koffie voor wat het is. De borden voor de deur laten ons weten dat het nog 70 kilometer is naar Galicië, 222 naar Santiago, 5000 naar Trondheim, 5000 naar Jeruzalem en 9376 naar Mexico. Daar hebben we tenminste iets aan op deze verlaten bergweg. Een 50 meter verderop aan de linkerkant een berg, niet te overzien, van vuilniszakken tussen een ruïne gekwakt, waarschijnlijk van deze tempelier......

Vanaf Manjarin lopen we 2 uur onafgebroken via smalle bergpaadjes. De natuur lijkt hier in de mist en regen bijna ongerept. Veel kleurige heide en uitgebloeide brem langs de paden. Op enig moment koeien langs het pad maar ook een stier, gelukkig met afgezaagde hoorns. Je weet maar nooit hier. Tot aan El Acebo gaat het op en neer met de hoogte. In El Acebo is het druk bij de bar waar kennelijk elke pelgrim voor ons naar binnen gedoken is. Voor de deur staat een Renault-Mehari in dezelfde kleur als onze crocs. De bareigenaar is de baas en spreekt goed Engels.

                                    

Als ik hem vraag of hij het wagentje wil verkopen, blijkt dat dingetje hier ook een speciale auto te zijn waarvoor dik geld neer geteld moet worden. Helaas.... 

Van El Acebo verder naar Riego Ambros gaat het sterk omlaag. Maar tegelijk met het omlaag gaan geraken we ook langzaam uit de wolken en krijgen we beter zicht. Riego Ambros is een klein gehucht waar net zo als in vele andere plaatsjes vervallen huizen en ruïnes gewoon tussen de bewoonde huizen staan. Het ziet er armoedig uit en zoals we regelmatig vernemen leven veel mensen ook in zekere armoede in deze streek. Op een oude voordeur een overlijdensbericht van de bewoonster, zes dagen geleden overleden op 82 jarige leeftijd. Als we verder afdalen naar Molinaseca begint de zon te schijnen en wordt het gelijk warm. Via de puente over de Rio Meruelo lopen we het stadje binnen. Een korte cola-stop met bocadillo-ei aan het einde van het dorp en het zonnige weer doen ons besluiten 8 kilometer verder te lopen naar Ponferrada.

                                         

 

 

                                         

Net buiten Molinaseca lopen we langs een albergue waar de bedden onder een afdak buiten staan, een luchtig idee. Bij de afslag richting Campo is het 14 uur, tijd voor het wekelijks onderhoud met "grutje". Dolenthousiast is ze zoals gebruikelijk en dat we het vol moeten houden drukt ze T nog maar even op het hart, want ze wil trakteren in de Wijers in Schaijk.

Ponferrada is een grote stad wat we op afstand al zagen. Op de brug bij binnenkomst een kiekje van T op het hoogste punt. We checken in bij de moderne parochieherberg naast een klein kerkje. Als we op de lijst kijken, blijkt Norbert er ook te zijn. 5 Seconden later een hartelijke weerzien met hem. 

De middag brengen we in de stad door en eten doen we in de avond in het restaurant tegenover de herberg. Daar treffen we ook Norbert met Martin, een aardige jongen uit Oostenrijk. Ieder nog een rondje waarna we onszelf naar bed brengen. Veel rumoer op onze slaapkamer met 9 bedden waarvan 7 bezet door Spanjaarden. Aardige mensen die pas beginnen te leven als buiten de lamp uit gaat.


Reacties

132. Een pondje druiven...

5 september 2011

Ponferrada-Villefranca del Bierzo: 24 km.

dag 128, totaal 2632 km.


 


Zo luidruchtig als ze zijn in de avond, zo stil zijn ze in de ochtend, die Spanjaarden. Elk nadeel heeft dus ook weer zijn voordeel. Als ons wekkertje afloopt zijn onze Spaanse kamergenoten al zachtjes aan het rommelen. Dan kan natuurlijk ook het licht aan. Ontbijt nemen we in het café tegenover de parochieherberg. Daar hebben ze ook vers geperste sinaasappelsap. In het donker worden we de stad uit geloodst langs het immense kasteel dat door de tempeliers is gebouwd tussen 1178 en 1312. Dit kasteel is een van de best bewaard gebleven kastelen in Spanje. 

      

Via de modern bebouwde buitenwijk lopen we de stad uit in westelijke richting. Het eerste deel van de route blijven we voornamelijk in stedelijk gebied lopen. De vele moestuinen vallen op tussen alle bebouwing. We zien voor het eerst de rode paprika's en rode pepers groeien in de tuintjes. Dan een grote notenboom langs de weg waarvan de walnoten er rijp uitzien. We stoppen en weten een zakje noten bij elkaar te rapen. T helemaal in d'r element.

Wat verderop is een grote familie aardappels aan het rapen van het een land. Zo te zien 3 generaties bij elkaar. Dat zie je bij ons niet meer. Ook hier ondanks al het groen overal irrigatiekanaaltjes, die zelfs onder huizen door lopen.

Verder op de route zien we dat er in een tuin paprika's op het vuur gebrand worden. Een soort barbecue maar dan met vlammen erin. Als we nieuwsgierig blijven staan kijken zien we dat verschillende paprika's flink zwart aangebrand zijn. Twee vrouwen zitten paprika's te pellen. Het zal zo wel horen. Maar later op de dag horen we dat ze de paprika's hier zwart branden zodat de huid beter los laat. Als ze gepeld zijn worden de paprika's in repen gesneden en met knoflook en olijfolie in de oven klaar gemaakt. Na het afkoelen blijft er een heerlijk paprikagerecht over wat weken lang goed te houden is en zowel op brood, vlees en in verse salades gegeten wordt. Het klinkt in ieder geval heerlijk. Als we de snelweg zijn overgestoken richting Cacabelos belanden we weer tussen de druiven. Links en rechts van ons druiven en we laten ons vertellen door een Engels sprekende Spanjaard dat de wijn van deze streek geen dure wijn is. Maakt niet uit, vele wijnen vanuit de streek smaken ons altijd hartstikke lekker.

Dat komt natuurlijk ook omdat we onderweg zijn en van elke streek waar we door komen de wijn willen proeven. De Rioja is tot nu toe de lekkerste maar ook hier krijgt het goddelijk vocht van ons een ruime voldoende. Typisch is wel dat de mindere kwaliteit rode wijn sterk gekoeld wordt aangeboden, kennelijk om de wat zure smaak te verdoezelen. Hoe dan ook, het smaakt ons best. 

Iets verder op de route, als we net voorbij Pieros de alternatieve route door de bergen nemen, voegen Norbert en een jonge Oostenrijker zich bij ons. Een wijnboer wenst ons een "buen camino" en vraagt of we druiven lusten. Voor ieder knipt hij een paar trossen rode en witte druiven. De druiven smaken lekker zoet, met name de witte.

Een prachtige alternatieve route die we lopen tussen de wijngaarden met vergezichten. We lopen ongeveer 50 meter hoger dan de N-weg waarlangs de meeste pelgrims gaan. Wij echter prefereren natuurschoon, wat vaak wat meer klimmetjes en kilometertjes kost. Het zij zo.

In Villafranca del Bierzo lopen we binnen langs een oud kerkje en de albergue municipal. Een bestuurder van een 4-wheel drive stopt en steekt ons een folder toe van een albergue waar het kennelijk de hemel op aarde is. We hebben onze keus al gemaakt en gaan voor albergue De La Piedro aan de Camino aan het eind van het stadje. Een moderne kleine albergue van alle gemakken voorzien en een tweepersoons kamertje. 
Tijdens het bezichtigen van het stadje horen we ineens de klokken van de een op een kerk lijkend gebouw tekeer gaan. We zien enkele mannen boven bij de klokken die de klokken met geweld rond blijven zwaaien. Er staat een hoop publiek te kijken dus het zal wel iets speciaals zijn ter gelegenheid van. Anders dan bij ons, draaien hier de klokken met een contragewicht 360 graden rond hun as. 

 

Op de Plaza Mayor schuiven we voor het eten aan bij Norbert en de Oostenrijker, die Martin blijkt te heten. Onderwijl een sms'je van Ilona die vraagt of wij iets gehoord hebben van het overlijden van een 68 jarige Nederlandse pelgrim in de albergue in Ponferrada. Niets van gehoord? Als we na een avondje gezellig tafelen terug keren naar onze albergue wordt door de eigenaar het overlijden bevestigd. Hij was daar folders aan het uitdelen aan vertrekkende pelgrims toen de hulpdiensten ter plaatse kwamen in de vroege ochtend. Waarschijnlijk in zijn slaap overleden, wordt gezegd. 
Helaas gebeuren ook deze voorvallen op de Camino. Een Camino die je niet moet onderschatten, die zwaarder is om te volbrengen als menigeen denkt. Als we rond 23 uur ons kamertje opzoeken, hebben we besloten morgen een rustdag te nemen. Er staan ons nog enkele zware etappes te wachten. De laatste rustdag voor Santiago de Compostela.

 





Reacties

133. Pulpo en pollo...

6 september 2011

Rustdag Villefranca del Bierzo

dag 129, totaal: 2632 km.


 


Een rustdagje in Villafranca del Bierzo vandaag. Onze dagbelevingen komt echter een paar dagen later. Jullie vragen je natuurlijk af waarom onze berichten niet wat regelmatiger binnen komen. Helaas hebben wij dat niet zelf in de hand. Soms hebben we de tekst verzendklaar en is er geen of een heel slechte WiFi verbinding. Soms ook hebben we perfecte verbinding maar is de tekst niet klaar. De verbinding hier in de bergen is vaak zo klote, dat we met moeite berichtjes kunnen plaatsen, waarbij we de foto's niet ge-upload krijgen. Geloof het of niet, aan ons drinkgewoonte ligt het niet. Het completeren komt wel weer als de verbinding beter is. Dus lieve mensen, weet dat we ons best doen maar dat we afhankelijk zijn. 

Heerlijk geslapen vannacht en lekker blijven liggen tot het volledig licht is buiten. Heerlijk gevoel weer eens om een dagje niet die verplichting te hebben kilometers te lopen. Gewoon doen waar we zin in hebben. De tijd nemen achter de wastafel. We hoeven niet op te schieten want alle pelgrims zijn al op pad. Half 9 zitten we aan het ontbijt en zit er een Poolse pelgrim, een dame van iets meer dan middelbare leeftijd, in de ontbijtruimte te wachten op vervoer. Ze heeft een knieblessure en zo te horen wat ze voelt en te zien hoe ze strompelt vermoeden we iets aan de meniscus. Ze gaat verder met het bagagevervoer waarvan veel pelgrims hier gebruik maken. Lekker makkelijk zonder rugzak maar voor ons niet. 

Na het ontbijt blijven we zitten omdat we weten dat Hugo met Miriam subiet langs komen. Die zijn gisteren 8 kilometer terug in Cacabelos gestopt. Als we hondengeblaf horen in de straat, weten we dat ze eraan komen en treffen we hem voor onze albergue.   We  spreken  af  elkaar  morgen avond te treffen in O Cebreiro.

Door Livia en Unai, het jonge stel die de albergue runnen, worden nog wat foto's gemaakt van de "donkeyman" waarna hij verder gaat. Livia tekent voor ons wat bezienswaardigheden in het stadje aan die we niet mogen missen en met deze informatie gaan we op pad. 

Het kerkje waar speciaal pelgrims op hun tocht naar Santiago vergiffenis kunnen vragen laten we links liggen. We vinden beiden dat we niet echt gezondigd hebben in ons leven. En "dat" wat we misschien niet hebben mogen doen, daar hebben we geen spijt van. De pastoor of wie het ook moge zijn hier, hoeft niet alles te weten. 

Het is markt in het centrum. Het stelt niet zoveel voor maar leuk om te zien hoe de mensen van buiten de stad hun groenten te koop aan bieden. Het kost hier geen knoop maar er wordt door deze lui ook weinig verdiend. In onze ogen ziet het er erg armoedig uit.

                                               

We kopen een gegrilde "pollo" op de markt en gaan op zoek naar de "pulpo" tent, inktvis eten, wat in dit gedeelte van Spanje een traditie is. Voorbij het stadspark en grote overkapping met zonwering waaronder rijen banken. Onder een parasol een grote ketel waarin rood gekleurd water flink borrelt en een kok die met een grote vork roert en knoepers van inktvissen boven water tilt. Allemaal heel primitief maar functioneel. Dan wordt er een gekookte inktvis op tafel gekwakt en wordt deze er met een soort van snoeischaar in stukjes geknipt. Normaal is met olijfolie en picanto is met nog wat rode kruiden maar vooral cayennepeper. We nemen plaats tussen de Spanjaarden en bestellen een flinke portie picanto. Er wordt stokbrood en gekoelde rode wijn geserveerd. T ziet het niet zitten met de  "pulpo" en begint aan haar  "pollo". Als we even na het middaguur van tafel gaan, hebben we onze buikjes strak van de "pulpo",  "pollo" en de "vino tinto". Zeker voor herhaling vatbaar. 

We lopen terug via het strand aan de Rio Burbia, een soort van ligweide. Het is warm en het water trekt maar de zwembroek zit nog in de rugzak. Hier een kiekje en daar nog een kijkje, waarna we in de middag ons bed weer opzoeken om te luieren en te slapen. Het is en blijft inspannend allemaal en morgen staat ons een zware dag te doen. 
In de albergue ligt de Golden Retriever Conan onder aan de trap. Een lieve rustige hond die goed luistert en kennelijk bij het interieur van de albergue hoort. Livia&Unai zijn stapel met de hond, die hier alles mag. Leuk dit zo te zien met alle gastvrijheid, hartelijkheid maar vooral ook properheid in dit onderkomen, wat voor ons als aandenken een paar dikke foto's waard is.

In de avond gaan we naar een bar aan de rand van het centrum waar ze lekkere pizza's schijnen te bakken. We beginnen met het gebruikelijke aperitiefje op het terras wat kort naast de ingang van de eerste hulp van het hospital ligt. Als we aan ons glas nippen, zien we een als arts uitziende dame met witte jas uit de eerste hulp komen en buiten een sigaretje opsteken. Als ze terug naar binnen gaat na haar shotje, zien we haar 5 minuten later weer naar buiten komen. Weer steekt ze een sigaretje op en loopt de bar in waarbij ze een drankje in een wijnglas bestelt. Absoluut geen water, cola of sinassapje. Iets later komt ook de verpleegster in uniform de bar in die ook hetzelfde drankje neemt. Als ze na het legen van hun glas beiden weer naar de eerste hulp zijn, zien we ze kort daarna in een soort van eerste hulpauto stappen en wegrijden. Nog geen 10 minuten later stopt er een 4-wheeldrive van de Guardia Civil voor de bar. Twee dienders stappen uit en lopen al groetend naar de terrasbezoekers de bar in. Er is voetbal op de tv en er worden twee glazen vol geschonken, geen koffie-, thee of limonadeglazen. Na een half uur en nog 2 van zulke glazen, lopen ze de bar uit naar hun 4-wheeldrive en vervolgen de surveillance. Er gaat van alles om in het koppie van PP en T ziet hem denken en rondkijken. Zuiverheid en integriteit lijken hier ver zoek. Het is dan ook algemeen bekend, dat daar waar de zon harder brand de kolder vlugger in de kop zit.

Wat hier normaal schijnt te zijn is bij ons niet meer denkbaar. We zijn blij dat we bij " ons" vandaan komen. 

 

Als we na de pizza's richting albergue gaan verkennen we nog even onze weg voor morgen. We kiezen niet voor de normale camino maar de camino "duro", een route "solo per peregrinos buen caminantes" (alleen voor pelgrims die goed kunnen lopen"), een route over een hoge bergkam, we zijn er klaar voor.

 





Reacties (2)

134. Galicie..

7 september 2011

Villefranca del Bierzo-O Cebreiro: 30 km.

dag 130, totaal: 2662 km.


 

   

 

Het is nog donker als we de albergue verlaten en linksaf gaan richting het beginpunt van de camino "duro" ( zware weg). Er staan twee flinke stijgingen en een steile afdaling beschreven in het eerste gedeelte tot aan Trabadelo en aan het eind van de dag nog een zware passage, de beklimming van de Cebreiro. Net over de Rio Burbia splits de camino zich op ongeveer 500 meter hoogte. We gaan rechts de route van de camino "duro" op, die al meteen tussen de huizen door erg steil omhoog gaat over geribbelde betonnen platen. Na de bebouwing moeten we ruim een half uur lang steil tot zeer steil klimmen over een steenslagweg. Ondanks dat het fris is beginnen wij al vlug op temperatuur te geraken. We zien de lichten van de stad Villafranca del Bierzo steeds verder onder ons. Het geeft een mooi schemerplaatje.

                                  

Als we het steilste stuk gehad hebben is het al aardig licht en lopen we over de zuidelijke helling van de bergkam. Ver onder ons zien we de autobaan met vrachtauto' en personenauto's die net dinkey-toys lijken. We zien ook de N-route, die telkens slingerend onder de autobaan door loopt.

Het is de camino die door het dal van Valcarce loopt. Pelgrims zo groot als speldenknopjes zien we ver onder ons over het asfalt langzaam voortschrijden. We zien het pad tot ver voor ons over de helling van de bergkam slingeren maar we speuren maar 3 pelgrims op ruim een halve kilometer voor ons. Verder niemand te bekennen. We lopen dan op ongeveer 825 meter hoogte maar het lijkt alsof we veel hoger in de bergen zitten. Schitterende vergezichten en een prachtige natuur. Als ook de ochtendzon van achter de bergkam op klimt, is het plaatje compleet. 

Halverwege de camino "duro" komen we door een groot kastanjebos. Allemaal grote en dikke tamme kastanjebomen zover we kunnen kijken. Hier en daar is de grond onder de kastanjebomen met een cultivator bewerkt. We vermoeden dat de kastanjes hier jaarlijks geoogst worden en een bron van inkomsten vormen.

    

Gedurende een half uur lopen we door het kastanjebos en worden we uiteindelijk via steile haarspeldbochten naar Trabadelo in het Valcarcedal geleid. De eerste 11 kilometer zitten er dan op. Er volgen 9 saaie kilometers langs de N-6 waarin we "café con leche" en "bocadillos" naar binnen werken. We zijn dan aangekomen in Ruitilan, dat op een hoogte ligt van 630 meter. Via Hospital Inglis, La Fabe en La Laguna klimmen we op naar 1150 meter via smalle steenslag afgewisseld met rotsbodem. Het uitzicht is fenomenaal en ongekend. We voelen ons weer helemaal terug op de camino, de chemin zoals we in Frankrijk gewend waren. Wat is het hier mooi en wat is het weer lekker zwaar. 

                             

Als we vanaf La Laguna verder lopen richting O Cebreira, passeren we op een hoogte van 1190 meter de grenssteen van Galicië. We hebben dan nog 152 kilometer te gaan naar Santiago de Compostela. Ook hier overal een fantastisch uitzicht, waar we ook kijken. Als we aankomen in O Cebreira zitten we op 1250 meter hoogte en zit onze dagtaak erop.

30 Zware kilometers op de teller omdat we met Hugo en Miriam hadden afgesproken. Moet kunnen na een rustdag met veel slaap en goed eten.  We checken in in de gemeentelijke herberg en krijgen bed 67 en 68 toegewezen op slaapzaal B. 
Hugo ligt ergens in de 30 op A. In het toeristische dorpje is het een drukte van jewelste. In een van de eetgelegenheden drinken we samen met Hugo en met Lucas en Noortje uit Amersfoort een lekker pintje voordat we aan het pelgrimsmenu beginnen. 

Op de slaapzaal van de albergue hebben we een heerlijk tweepersoons bed met twee personen boven ons en nog 68 mensen om ons heen. Om 22 uur gaat het licht uit, welterusten.

 



Reacties

135. Boven de wolken...

8 september 2011

O Cebreiro-Triacastela: 21 km.

dag 131, totaal: 2683 km.


 

 

We hebben onze wekker niet nodig om wakker te worden. Iets na 6 uur is de helft van de zaal al wakker. Ieder probeert zo rustig mogelijk te doen maar alles bij elkaar toch teveel lawaai om nog langer te blijven liggen. Geen ontbijt deze ochtend, een rol chocoladekoekjes moet de eerste uren opvangen. Het is dikke mist als we aanlopen en we hebben onze koplampjes nodig om de juiste weg te vinden. Na ruim een half uur lopen bereiken we Linares, nog steeds in de mist. Achter ons in het oosten probeert het ochtendlicht enigszins door de mist te dringen. Als we onderweg zijn naar de "Alto de San Roque" (pas) op 1270 meter, lopen we de mist aan de bovenzijde uit en kijken we in de schemer ver uit over het wolkendek waar we juist nog doorheen liepen. Als een deken liggen de wolken tussen de bergen in. Allemachtig wat is dit mooi om te zien. Zulke plaatjes zien we normaal alleen vanuit een vliegtuig. We zien in de verte een klein bergtopje net boven de wolken uit komen. We nemen de tijd dit totaalplaatje goed tot ons te nemen en snuiven de frisse ochtendlucht diep in onze longen.

                                      

Miriam boeit dit allemaal niet maar Hugo vindt het ook prachtig. Samen bereiken we de "Alto de San Roque" alwaar een groot bronzen beeld van een pelgrim is opgericht.

                  

Even gaan we afdalen naar Hospital om vervolgens nog verder te stijgen naar de "Alto do Poio", een pas op 1337 meter. Daarna gaat het via rotspaden, keienwegen en andere paadjes met behoorlijk wat ongemakken, geleidelijk aan naar beneden. Constant hebben we schitterende vergezichten en zien we hoe geweldig mooi, groen maar ook dun bevolkt Galicië is. Veel meer dan een paar barretjes en boerenbedrijven zien we hier niet. 

We genieten vollop van de omgeving hier. Maar meer dan enkele ontmoetingen met pelgrims die we van gezicht kennen, gebeurt er overdag niet. Lopen en rondkijken, met de afspraak dat we Hugo en Mirian treffen in Triacastela, is wat het vandaag brengt. De echte contacten van onderweg zijn toch in Frankrijk opgebouwd. In Spanje is dat moeilijker. De communicatie is een probleem, omdat wij niet voldoende Spaans spreken en de Spanjaarden over het algemeen geen Engels spreken. Verder als "hola", "buenas dias" en "buen camino" komt het vaak niet. 

In Biduedo worden we afgeleid door een auto van de Guardia Civil die voor het toeristenbureau geparkeerd staat. We zien de dienders binnen aan de koffie zitten. Het geheel is zo herkenbaar, dat we al rechts kijkend ook het rechter pad nemen. Er volgt een behoorlijk afdaling die na ruim 500 meter op een splitsing geen camino-aanduidingen meer geeft. We zien niemand voor of achter ons terwijl er zo velen op de camino lopen. Als we besluiten terug te lopen, zien we na 500 meter klimmen wat we verkeerd gedaan hebben. Het blijft opletten op elke hoek van de straat. Als we Triacastela binnen lopen zien we dat Hugo net aangekomen is. Hij heeft Miriam al afgetuigd en staat in de rij voor een plaatsje. Ons boekje vermeld echter dat deze albergue uitgewoond en vochtig is. Er zijn geen faciliteiten anders dan slapen en wassen. In overleg met Hugo besluiten we voor een andere albergue te gaan. Hugo blijft omdat Miriam hier in het groen kan staan.

Als we de 3 overige privé-albergue gehad hebben, blijkt er alleen aan het einde van het dorp bij Aitzenea een bierautomaat en internet te zijn. Ook een redelijke kamer met maar 3 stapelbedden. De twee cafeetjes in het dorp beschikken over wifi maar het signaal blijkt te zwak. We krijgen de mail niet binnen en de reislog niet geopend.

Op het terras van een cafeetje voor de albergue waar Hugo zit, treffen we hem samen met Lucas en Noortje. We schuiven gezellig aan en na enige tijd bestellen we daar ook het menu peregrino. Een goede maaltijd met heerlijke salade en twee soorten wijn.

Voor een simpel ontbijt doen we nog wat boodschapjes bij de de supermercado, waarna Hugo nog even meeloopt naar ons overnachtingadres om de weg voor morgen vast te verkennen. De camino in het donker te vinden, valt niet altijd mee. We spreken met Hugo af te vertrekken om kwart na zeven morgenvroeg. De avond brengen we door voor onze albergue samen met Bart uit Voorschoten en een Deens stel wat bij ons op de kamer ligt. We kennen ze al van de laatste dagen onderweg. Met een biertje en een wijntje over en weer en in het Engels wordt het nog een gezellige boel. Wat we in ieder geval aan de weet komen is dat de Deense niet tegen snurken kan. T&PP kijken elkaar aan en laten haar dan weten dat wij dat ze daar niet bang voor hoeft te zijn. We nemen er allemaal nog eentje voor het slapen gaan. Morgen weer vroeg eruit, op naar Sarria of nog iets verder.

 



Reacties

136. Dag 132...

9 september 2011

Triacastela-Barbadelo (Sarria): 21 km.

dag 132, totaal: 2704 km.

 

          

Om half 7 is er nog geen wekker gegaan maar is het wel tijd om eruit te gaan. Zachtjes pakken we onze spulletjes en als we terug komen van de wasruimte, zitten onze Deense kamergenoten op de bedrand. Dan de lamp aan en voortmaken. De Deense kijkt niet zo vrolijk en uit het gesprek met haar partner maken we op dat ze slecht geslapen heeft vanwege het snurken van ons. Maar vannacht heeft juist haar partner het hardst liggen zagen. En daar lag ze nota bene kort naast. T vindt dat het gesnurk van PP mee viel. PP vond dat het gesnurkt van T ook wel mee viel. Het was dus onze Deen die voor het meeste lawaai heeft gezorgd. Best wel lachen maar ook triest dat mensen zo fout kunnen reageren. En daarbij, als je niet tegen snurken kunt, moet je zeker niet op een slaapzaal gaan liggen.

Om kwart over 7 komen Hugo en Miriam aanlopen en samen met Bart erbij vertrekken we. We pakken de korte route via Montan en Calvor, die volgens het boekje in landschappelijk opzicht iets aantrekkelijker is. De langere route loopt via het prachtige grote klooster Samos. De kortere route voert ons via kleine weggetjes en voetpaden van het ene dorp naar het andere en leidt ons in de eerste 4 kilometer van 670 naar 910 meter. We komen dan aan op de "Alto de Riocabo" als het vol licht is. Het uitzicht wordt ons echter door bossages ontnomen. De kilometerpaal op deze pas geeft aan dat we nog maar 124,5 kilometer verwijderd zijn van Santiago de Compostela.

                                              

Een stukje verder krijgen we dan de mooie vergezichten op de bergen en dalen van dit deel van Galicië. Het is hier overal weer groen en we zien her en der koeien buiten in de weiden grazen. We horen hier ook weer het gefluit van wildzang en andere grotere vogels. Zien doen we ze nog niet veel en wat het wild betreft hopen we op het laatste stuk nog wat te kunnen ontdekken. Maar het is hier een stuk drukker geworden op de camino en als er iets is waar wild niet van houdt, zijn het die drukke lawaaierige mensen. Het wild laat zich "nog" niet zien. 

   

Verder op weg naar Montan laten we Hugo en Miriam achter ons. Miriam is traag vandaag en wil voortdurend eten langs de kant. We zien elkaar elders onderweg wel weer en anders aan het eind van de dag. Bart loopt verder met ons. In Pintin doen we een barretje aan en na de koffie en een vette hap heeft Hugo ons alweer ingehaald.

Miriam blijkt dol te zijn op koffiekoekjes en als onze rust er op zit zijn er geen koffiekoekjes meer te bekennen in de bar. 
We lopen verder over rotsachtige vochtige holle weggetjes, hier "corredoira" genoemd. Oude verbindingsweggetjes tussen de dorpen. Deze weggetjes zijn typisch voor dit gedeelte van Galicië en zijn haast niet te onderscheiden van de bedding van een waterloopje. Ze worden als zodanig ook bijna niet meer gebruikt.  

Via het afgelegen kerkje van San Esteban komen we op een bospad dat ons naar de afgelegen herberg van Calvor brengt. Er staat een blauwe telefooncel voor de deur, die hier voor de enige verbinding met de bewoonde wereld zorgt. Ons mobieltje geeft geen ontvangstsignaal. Toch lullig als er iets gebeurt onderweg en we geen bereik hebben. Of zijn wij in dit opzicht te verwend? Altijd maar denken dat alles op elk moment mogelijk moet zijn of mogelijk is. Vroeger gingen er weken, en zelfs maanden voorbij voordat je bericht of je vraag naar enige behoefte beantwoord werd, misschien. Het feit dat je nergens meer op rekent, niks meer verwacht of denkt dat "het" er niet is, voelt geweldig als het dan toch op je pad komt. Als het onverwachte ineens mogelijk wordt, ben je als een kind zo blij en worden nevenfactoren onbelangrijk. Nou mensen, denk daar maar eens over na. Wij maken dat op onze tocht dagelijks mee en je leert met heel weinig tevreden te zijn. Er hangt weer een schitterende wolkendeken boven Sarria als we deze stad vanuit hoogte naderen via degehuchten San Mamede en Carballal.

Het is helder warm weer en Bart laat ons weten aan rust toe te zijn en te stoppen in Sarria. We nemen afscheid van elkaar en gaan door. Sarria is voor ons geen bijzonderheid en na ronding van de stad via de buitenwijk en wat steile trapjes in het centrum lopen we door naar Barbadelo. Het wolkendek is inmiddels verdwenen en de zon schijnt hard op onze bol in Sarria.

    



Na een korte stevige klim komen we aan in Barbadelo en checken we in bij albergue waar we buiten voor Sarria al een flyer van ontvangen hadden. Luxe en wifi was belooft en wat we krijgen voldoet in ruime mate aan onze behoefte. Als we Hugo laten weten waar we zijn en er ook plaats is voor Miriam, geeft hij aan onderweg te zijn. Een uur later zijn we weer samen. Het wordt weer een gezellige avond met meerdere bekende gezichten van de camino. Er is veel belangstelling voor Miriam maar dat zijn we ondertussen wel gewend. Slaapzaal 1 voor ons en 2 voor Hugo. 7 Uur klaar staan spreken we af. 

 

 



Reacties

137. Bedwantsen...

10 september 2011

Barbadelo-Gonzar: 26 km.

dag 133, totaal: 2730 km.

 

Weer vroeg op voor een nieuwe dag met mooie plaatjes en indrukken. Maar wat het meeste indruk heeft gemaakt deze dag zijn de bedwantsen die behoorlijk huisgehouden hebben in de albergue in Barbadelo. Bij T jeukt alles en als ze voor de spiegel staat telt ze op de zichtbare plekken alleen al 94 bulten en beten. PP heeft ook een paar jeukbultjes die absoluut niet van muggen afkomstig zijn. Ook wij ontkomen er dus niet aan. Waarschijnlijk de matrassen hier, ondanks dat we lakenzakken gebruiken.  Ook snelpoepen leren we hier in Barbadelo. De lichtschakelaar op het toilet is zuinig afgesteld en voordat de broek goed op de enkels hangt, is het licht al weer uit. De toiletruimte is echter zo ruim, dat het noodzakelijk is van de toiletpot weg te lopen om het licht weer aan te knippen. En dat werkt niet handig als je je ruggengraat aan het verlengen bent. T had er moeite mee, zo laat ze blijken. 

Vandaag lopen we via mooie steenslagpaadjes door vele kleine gehuchten hier in Galicië. Typische stijl van bouw hier, allemaal uit gestapelde natuursteen met lei als dakbedekking. Het ziet er echter niet zo strak afgewerkt uit en vele muren staan scheef.

                                                                     

 

Kleine raampjes waar vitrage achter hangt in kleuren die ontstaan als iets al lang niet meer bewoond is. Maar hier wonen mensen. De tuinen rond de huizen mag je amper tuinen noemen. Met uitzondering van de moestuin worden ze onderhouden door kippen, schapen en geiten. Er liggen net zoveel koeienflatsen op straat als op het land. Koeien worden hier dagelijks op en neer gestuurd van de stal naar de weide. 

Typisch voor deze streek zijn wel de "horreos" (maïsopslagplaatsen). Smalle langwerpige bouwsels van natuursteen. In de wanden zijn er openingen aangebracht, waardoor er lucht bij de maïs kan. Om te voorkomen dat er muizen door de gaten in de wanden komen, worden de "horreos" op verhogingen gebouwd en wordt er tussen de opslagplaats en de poten grote naar buiten stekende platen aangebracht. 

Op de doorgaande weg kort voor kilometersteen 100 zien we een touringcar staan, waaruit een boel mensen stappen, uitgedost in wandeltenue en een schelp om de nek of aan de rugzak (dagrugzakjes). Ze zien er nog fris uit en beginnen vandaag waarschijnlijk aan hun "georganiseerde" camino. We wisten dat we dit zouden gaan zien. We zien ook veel taxi's rijden op dit gedeelte, allen met dezelfde doel. Kort daarna passeren we tussen de gehuchten Brea en Morgrade de met inktstift geheel volgekladde 100 kilometersteen. Nog maar 100 kilometer verwijderd van Santiago de Compostela.

Portomarin lopen we binnen over de immens hoge brug over het stuwmeer Belesar. Het water staat laag. De smalle loopstrook over de rand van de brug maakt het dat we even iets geconcentreerder lopen en wat harder knijpen in onze wandelstokken. Het is een flinke hoogte. Het levert wel weer mooie vergezichten en mooie foto's op. Ons Iphoontje heeft ons nog niet in de steek gelaten, we zitten al over de 4000 foto's en 150 filmpjes. Geheugen hebben we nog voldoende. 

In Portomarin bezoeken we de "farmacia" voor spray en zalf tegen de bedwantsen. De pinautomaat proberen we te legen maar dat lukt maar beperkt. 

De laatste 7 kilometer naar Gonzar gaat het geleidelijk aan omhoog. We checken in bij de particuliere herberg Casa García alwaar we afgesproken hebben met Hugo met Miriam. Ruim een uur na ons lopen zij ook binnen. Mooie kleine herberg met alle noodzakelijke voorzieningen. Voor het eten en de drank hoeven we niet de deur uit. Heerlijk gevoel na een lange maar ook zware dag.

 


Reacties