111. Pamplona…

11 augustus 2011

Larrasoane-Cizur Menor: 20 km.

dag 103, totaal: 2107 km.

 

 

De wekker gaat om 5 uur af deze morgen. We zijn niet de eersten. In het donker pakken we onze spullen die we naar de zitruimte verplaatsen. Ontbijten is er hier niet bij, we zijn aangewezen op twee automaten die op straat onder een afdakje staan. We trekken fruitsap en lopen aan. Een pak boterkoekjes met het fruitsap moeten voldoende zijn de eerste stop in Trinidad de Arre te halen, ongeveer 2,5 uur verder. Maar voor die tijd passeren we nog de dorpjes Zuriain, Irotz en Arleta. Namen waar we nog nooit van gehoord hebben en waar je niet gauw zult komen als je de Camino niet loopt. In deze dorpjes is niets te beleven en alle kerkjes zijn gesloten. In Zuriain is een bar waar ontbijt te krijgen is. De koekjes liggen nog goed in onze maag dus geen stop hier voor ons. 

De route is overal goed gemarkeerd met de blauwe tegel. met gele schelp, de gele pijlen en de rood/wit markering. Daarbij loopt er altijd wel iemand voor je op de Camino. Het
is een rare gewaarwording. Vanuit Nederland tot aan Le Puy en Velay weinig pelgrims. Vanaf Le Puy en Velay tot Saint Jean Pied de Port meer pelgrims wat ons af en toe noodzaakte om gites te reserveren. Maar vanaf Saint Jean Pied de Port is het een gekkenhuis geworden met pelgrims. Reserveren kan alleen in privé-alberques maar is absoluut niet nodig. In elke plaats zijn albergues en in de wat grotere plaatsen zijn er meer dan voldoende, verschillende met over de 100 bedden. Met bosjes komen ze in de middag binnen lopen. Vroeg aankomen is goed voor lichaam en geest. Het spaart energie omdat je het warmste moment van de dag binnen bent. Je heb eerste keus op de slaapzaal en je kunt op je gemak douchen en wassen. Daarbij ook tijd voor een dutje in de middag. Je moet zorgen dat de hitte je niet sloopt.

We lopen Trinidad de Arre binnen over de middeleeuwse brug en lopen langs het klooster waar de stad naar genoemd is. Er is een pelgrimsherberg bij. We lezen dat de eerste pelgrimsherberg hier al in de 12e eeuw werd ingericht.  Iets verderop onze eerste rust op het terras bij een café. Koffie met een dikbelegd broodje gezond met vette saus. Het vult goed.


We naderen Pamplona en lopen de stad binnen over de beroemde "Puente de Magdalena", ook weer een middeleeuwse brug. We lopen langs de stadsmuren en vestingwal tot over de ophaalbrug, de eerste van de twee stadspoorten die ons toegang geven tot de oude binnenstad van Pamplona. Een indrukwekkende stad die door de Romeinen is gesticht en in de middeleeuwen de hoofdstad was van een rijk dat zich uitstrekte tot ver voorbij de Pyreneeën. Oorspronkelijk werd er Baskisch gesproken en heeft de stad eeuwen lang de invloed van Frankrijk ondergaan. In de 16e eeuw werd Pamplona evenals het grootste deel van het koninkrijk Navarra ingelijfd bij Spanje. 
Deze informatie komt niet uit de losse bol maar krijgen we hier allemaal mee. Het ziet er netjes uit in Pamplona, de straten zijn net geveegd en met water bespoten. De kathedraal lopen we voorbij omdat alleen via het museum bezocht kan worden. We komen voor langs het gemeentehuis, een prachtig oud maar gerestaureerd gebouw met vlaggenwerk en bloemen aan de voorgevel.

Links ervan is de "Calla Estafeta" waar tijdens de "Sanfermines" de bekende stierenloop van Pamplona wordt gehouden. Sanfermines zijn de feesten van de beschermheilige San Fermi, die hier elk jaar van 6 tot 14 juli worden gevierd. Kort bij ligt ook de arena voor stierengevechten. 
Grappig zijn de voetgangersoversteeklichten die zowel bij rood als bij groen het aantal seconden wachttijd aftellend aangeven. Buiten de oude binnenstad is de route goed op de grond aangegeven met grote blauwe vlakken met de gele schelp. Via het park dat ons langs de citadel voert, lopen we de stad uit naar Cizur Menur, een klein plaatsje waar we inchecken bij de alberques van de Orde van Malta. Een rode vlag met het typische Maltezer kruis bij de kerk geeft aan waar we moeten zijn.

 

 

Een zaal met 22 bedden en bijna allemaal nog vrij. De hospitalero spreekt alleen Spaans, wat voor ons nog onbekend is. Gelukkig staan alle huisregels ook in Engels en Frans geschreven. Hugo is met Miriam (ezel) ook aangekomen bij de Orde van Malta. Miriam wordt 
achter de kerk gestald wat ze, aan het balken te horen, niet fijn vindt. We leren haar al een beetje kennen. 
Eten doen we samen met Hugo in het dorp, waar ze op verschillende plaatsen pelgrimsmenu's aanbieden. 
Om 22 uur gaat ook hier het licht uit en liggen we na te dampen in bed. Het was heet deze middag, echt heet. Temperaturen waar we erg aan moeten wennen.

 

  

 

 

 

 

 





Reacties

112. Zeldenbeet…

12 augustus 2011

Cizur Menor-Puenta la Reina: 20 km.

dag 104, totaal: 2127 km.

 


De titel van dit dagverslag heeft niet veel gemeen met onze Camino maar is bedoeld als oppepper voor een clubke wat het zwaar heeft. De berichten van Zeldenbeet zijn somber. Ze doen ons vermoeden dat er weinig vis gevangen wordt. Ons heeft echter het bericht bereikt dat ezel Theo een hele grote "forel" heeft gevangen, die hij speciaal voor ons te rustte heeft gelegd in zijn diepvries. De aanhouder wint.

 

Heet weer betekent vroeg weg. Anders redden we het niet met al die kilometers. Het wordt weer een gerommel op de slaapzaal maar ons idee was ook het idee van enkele anderen. Daarom, zoals we van Jozef de Zwitser geleerd hebben, de lamp aan in ons deel van de slaapzaal. De Spaanse hospitalero heeft een ontbijtje klaar om 6 uur voor wie wil. Met Hugo samen aan de tafel nemen we koffie met brood. Buiten groeten we Miriam nog even voor we aanlopen. We beginnen zowaar een band te krijgen met ezels....!?! Het is nog donker als we aanlopen. De straatverlichting is goed en als we buiten het dorp komen is de lichte kleur van het kiezelpad goed te zien. Alleen even de ogen laten wennen aan het donker.

 

Het eerste plaatsje wat we aandoen is Zariquiegui. Er is niets te beleven, alleen een klein beetje cultuur. We lopen door en de route gaat hier flink omhoog naar de kam van de Puerto del Perdon. Een pittige klim zonder een zuchtje wind, terwijl op de kam de windmolens hard draaien. Vreemd vinden we dat, totdat we op de kam aankomen. Van het ene op het andere moment waait het erg hard en de wind is koud. We begrijpen ineens waarom juist hier de windmolens staan. Gelijk staan we ook bij het pelgrimsmonument, een hoop pelgrims met staf. Het hele monument is in ijzer uitgevoerd en is een markant punt op de camino.

 

Na de Puerto del Perdon is het weer sterk afdalen naar beneden in een bebost gebied.

Het blijft waaien maar naarmate we lager komen wordt het weer warmer. Langs ons pad treffen we onbekende boompjes met nieuwe vruchten. Als we er een plukken en met het zakmes bewerken, blijken het amandelnoten te zijn, nog net niet rijp. 

 

We dalen af naar Uterga, Muruzabal en Obanos. Mooie natuur maar verder niets bijzonders. Wild zien we hier niet en de vogels laten zich weinig horen. Wat dat betreft is het hier stil onderweg. Het is ook allemaal droger en dor. Geen koeien en geen paarden die lekker staan te grazen op groene weiden. 

We lopen Puente la Reina binnen en passeren gelijk de albergue Jakue. Tip van Paul&Wilhelmien, lopend buffet voor een pelgrimsprijs. We lopen door naar tip 2, albergue met zwembad even voorbij de bekende "Puenta"la Reina. Alleen nog even 400 meter steil klimmen. Een camping met albergue die aan bijna 70 pelgrims slaapplaats biedt. We zijn een van de eersten en krijgen een 2-persoons kamertje......met stapelbed. Privacy hebben we maar luxe is er niet bij voor pelgrims. We mogen niet klagen want het onderkomen is gewoon goed. Na bier, wijn, internet, wifi en een kleurspoeling duiken we relaxed het zwembad in. Heerlijk afkoelen en als we aan de rand van het zwembad hangen hebben we zicht op de bergen en het landschap om ons heen. Wat we zien en wat wat we voelen is puur, is echt, een beloning weer voor een dag van flinke inspanning. Weer een pelgrimsmenu en weer goed eten met een pul rode wijn en een pul rosé. Het moet niet gekker worden.


Naast ons aan tafel zitten Juan en Elina uit Barcelona. Juan spreekt alleen Spaans maar Elina spreekt goed Engels. We hebben ze gisteren al gezien in Cizur Menor. We raken aan de praat over de camino en van alles en nog wat. Leuk gesprek met een lekker Spaans tintje. Weer een woordje Spaans geleerd. Onze 2-persoons kamer maakt deel uit van de slaapzaal. Alleen een dunne houten wand met deur scheidt ons van de rest. Een plafond is er niet. Om 22 uur liggen we weer moe maar voldaan plat.

 




Reacties

113. De pelgrimsbron...

13 augustus 2011

Puenta la Reina-Ayegui: 24 km.

dag 105, totaal: 2151 km.

 

 

Om half 6 was ons een ontbijt beloofd, maar het type volk dat achter de bar stond, deed ons al vermoeden dat het wel eens anders zou kunnen verlopen. Alles is nog donker en op slot, niets te ontbijten dus..... De rol mariekoekjes uit onze voorraad biedt uitkomst. Al wandelende knabbelen we de hele rol naar binnen. Het is nog donker. Het eerste stukje loopt T met haar koplampje omdat de paden oneffen zijn. Het went vlug om zo te lopen en we zijn niet alleen. Voor ons zien we meerdere kleine lichtjes van camino-gangers die vroeg op pad zijn om de hitte van de dag te ontlopen. Het daglicht laat niet lang op zich wachten en we naderen het dorpje Maneru, waar we zigzaggend door heen worden geloodst. Er is niets te beleven en geen bakker, winkel of bar. Weer wat later het dorpje Cirauqui wat we al van verre zagen liggen. Het ligt op een grote bult in het landschap en we moeten tamelijk steil omhoog. Het dorpje telt twee kerken waarvan de San Romankerk op het hoogste punt van het dorp gebouwd is. Naast de kerk loopt ook de camino onder het gemeentehuis door en de steile weg weer omlaag is prachtig antiek geplaveid. De weg moet antiek middeleeuws zijn, maar we zien duidelijk moderner straatwerk. Ook hier niets te beleven en het ziet er uit of de tijd stil heeft gestaan in al deze dorpjes. We passeren onderweg een paar middeleeuwse bruggetjes die over droogstaande beekjes lopen.

Net voor de brug over de Rio Salado lopen we onder het aquaduct van het Canal de Alzo. Allemaal beekjes, riviertjes en een kanaal maar veel water zien we niet. Aan de begroeiing en breedte van de waterlopen zien we echter, dat dit in de natte tijden wel degelijk anders is. Langzaam beginnen we te wennen aan het Spaanse landschap en zien we nu ook de schoonheid daarvan. De overgang van Frankrijk naar Spanje was te groot om er ineens aan te wennen. Veel akkerland waar het koren van geoogst is. Hier en daar nog de geweldige stapels pakken stro, die klaar staan voor vervoer.

                                             

Langs de camino zien we veel kleine wijngaarden en olijvengaarden. De olijven zijn nog klein en smaken vies bitter. Eerlijk gezegd weten we niet wanneer olijven geoogst worden en of en welk proces ze ondergaan voordat ze eetbaar zijn. De oude olijvenbomen met hun dikke grillige stammen en hun paraplu van takken en loof zien er sierlijk uit. 
Een schaapsherder laat zijn grote kudde schapen lopen op de akkerlanden waar het koren van gemaaid is. Dorre strosprieten maar geen groen. Toch zien deze schapen er goed gevoed uit. Wat zouden ze hier eten? Ook weten we niet of de schapen gehoed of gedreven worden. We zien namelijk geen enkele schaapshond. Het is een mooi gezicht en het is ook leuk om over dit soort onwetendheden tijdens het lopen na te denken. 

 

Er lopen meerdere pelgrims op de route voor en achter ons. Ook veel Caminogangers met de mountainbike. Fietsbellen hebben ze hier nooit van gehoord maar je hoort ze al ver achter je rammelend en suisend aan komen rijden. "Hola" en "buen camino" wordt bij het passeren door iedereen naar elkaar geroepen. Allemaal op de zelfde weg en met het zelfde eindoel. 

Na Lorca komen we met een korte klim Villatuerta binnen alwaar een van de eerste gebouwen links een kerkje is. Bij de kerk een fontein waar we de waterflessen vullen. In het dorp is het kermis, die anders is als bij ons. Door heel het dorp hier en daar een kraam of attractie. Wat er allemaal te winnen valt is wel dezelfde prul. Daarna lopen we lopen de stad Estrella binnen waar een deel van het water van de Rio Ega door de oude waterkrachtcentrale geleid wordt.

 

Deze stad werd in de 11e eeuw gesticht door de koning van Navarra en heeft een hele interessante geschiedenis. We lopen door de oude binnenstad het dorpje Ayegui binnen dat eigenlijk één is met Estrella. We zien een albergue die niet de naam heeft die ons boekje vermeldt en gaan verder op zoek. Buiten het dorp krijgen we weer een klimmetje die ons naar het kloostercomplex van Irache brengt maar ook naar een heel bijzondere pelgrimsbron bij het wijnhuis Irache. Uit deze bron komt niet alleen koel drinkwater maar ook de uitstekende rode wijn die hier geproduceerd wordt. Het moet niet gekker worden. Uit de muur tappen we een glaasje rode wijn en na de eerste slokjes blijkt deze goed te smaken. Omdat we pelgrims zijn besluiten we een colaflesje en een sigbottle te vullen met dit goddelijke vocht.

Maar als na het wijnhuis de wildernis weer voor ons ligt komen we er ook achter dat we onze albergue in Ayegui gemist hebben. De volgende is 7 kilometer verder en met deze hitte trekken we dat niet. Samen met een Spaanse pelgrim besluiten we terug te lopen en worden we begeleid naar de albergue door 2 plaatselijke wandelaars.

Als we aankomen bij het plaatselijke sportcomplex blijkt hier de albergue te zijn en zijn we ruim 1 kilometer te ver gelopen (vv ruim 2 dus). Maar was dit onoplettendheid van ons of......de stille boodschap van Saint Jaques die ons naar de bijzondere pelgrimsbron leidde. Niets is toeval, alles lijkt een reden te hebben op deze pelgrimstocht. Als we na ons middagdutje wakker worden horen we vaag op de achtergrond een ezel balken. Iets later komt Hugo binnen gelopen. We zien nog meer bekende gezichten binnen lopen maar geen mensen waar we echt contact mee hebben. We doen boodschappen voor het ontbijt bij de Aldi en eten het pelgrimsmenu in de kantine van de sporthal samen met Hugo. We slapen in de voormalige balletzaal waar ongeveer 28 bedden en stapelbedden staan. 

 

We hebben die avond het rode vocht uit de pelgrimsbron, zittend op de rand van onze bedden, tot ons genomen. We hebben Saint Jacques bedankt en hij knikte dat het goed was.



Reacties

114. Amandelnoten…

14 augustus 2011

Ayegui-Torros del Rio: 26 km.

dag 106, totaal: 2177 km.

 

 

De toegangsdeur van de slaapzaal maakt een hels kabaal als de deurremmer op het laatste moment de deur keihard in het kozijn laat sluiten. In het donker verplaatsen we de rugzakken en losse spullen naar de gang, waar het licht al aan is. Ons ontbijt halen we uit de zak met boodschappen van de Aldi. . Eindelijk eens wat zachter brood. De temperatuur buiten is zo vroeg al aangenaam en het is nog lekker stil.

 

Hugo is ook al op en aan het balken te horen heeft Miriam hem al gehoord. Als eersten lopen we om 6 uur aan en komen we buiten het dorp weer langs de pelgrimsbron. Vandaag geen wijn uit de muur. Er is erg warm weer voorspeld en dan lopen we op water beter dan op wijn.

Het is volle maan wat ons voldoende licht geeft om in het donker onze weg op de camino te vinden. Het eerste stukje was bekend terrein omdat we dat gisteren al afgelegd hebben. De kerktoren en de zijgevel van het klooster tegenover de pelgrimsbron zijn mooi verlicht. Daarna gaan we met het licht van de volle maan de wildernis in. Mooie plaatjes van het landschap dat qua kleur blijft veranderen naarmate het lichter wordt aan de oostelijke kim.

 

Er zitten weer een paar pittige klimmetjes in de camino naar Villamayor de Monjardin. Na dat dorp is en blijft het geleidelijk dalen. Het landschap bestaat hier ook weer uit heuvels met uitgestrekte akkers, enkele wijngaarden en een paar hogere heuvels met restanten van bossen. Veel lage dennenbomen en eikenbomen op deze heuvels met ertussen dorre struiken. Als we Los Arcos binnen lopen hebben we aan onze linkerhand een rustplaats waar we even gaan zitten en iets uit de automaat trekken. Het wifisignaal is te zwak om iets te zenden of te ontvangen. In het oude stadscentrum lijkt het feest en treffen we overal Spanjaarden in klederdracht, wit met een rode sjaal om de heup gebonden. We zien ook overal zware houten hekken staan voor de stierenloop. We lopen langs de fraaie Santa Mariakerk naar het grote plein waar een grote arena voor het stierenvechten is gebouwd met aan twee zijden tribunes. Als we navraag doen, horen we dat er morgen feest is in deze stad en dat er stierenlopen zijn. We kunnen helaas niet blijven.

 

Bij de alberque in Los Arcos zitten om 11.00 uur al veel pelgrims te wachten. De wifizone van de bibliotheek doet ons besluiten even een stop te maken en een bericht door te sturen naar onze reislog. Daarna gaan we verder.
Op enig moment zien we twee putters kort van ons vandaan in een veld vol met distels. Ze zitten op een tak van een grote distelstruik. Zo uit het niets twee kleine sierlijke vogeltjes, bruinachtig met geel op de vleugels en fel rood op de kop. Ze zitten er dus wel. Kort daarna zien ook voor het eerst een ekster vanuit een populier van ons vandaan vliegen. 

Langs de camino treffen we veel amandelboompjes aan, althans boompjes waar amandelnoten in groeien. Ze zijn rijp want de schillen zijn al een eind opengebarsten. Als we met onze stokken tegen de takken tikken, vallen er verschillende naar beneden met en zonder schil. We beginnen te rapen en binnen no-time hebben we een plastic zakje vol. 

 

Het plaatsje Sansol bereiken we via een asfaltweg. We worden zigzaggend door het dorp gestuurd maar niet door het centrum. Na Sansol worden we via een voetpad het dal ingestuurd en zien we aan de overkant van het dal Torros del Rio liggen, onze eindbestemming voor vandaag. We melden ons bij de albergue Casa Mari aan het eind van het dorpje. Een kleine albergue met 21 slaapplaatsen en een groot overdekt terras op de eerste verdieping. Eten en drinken vanuit de automaten en de koelkast zijn hier te verkrijgen dus we zitten perfect. Voor de warme hap melden we ons in een van de plaatselijke restaurantjes alwaar we een uitgebreid pelgrimsmenu krijgen met water en wijn in overvloed.

Als we terug zijn in de albergue is het al donker en gaan we plat. Op naar morgen, naar Logrono waar we bezoek uit Holland verwachten.

 


Reacties

115. Weerzien met familie en vrienden...

15 augustus 2011

Torros del Rio-Logrono: 20 km.

dag 107, totaal: 2197 km.

 

 

Logrono is ons einddoel vandaag want we worden met bezoek verrast. Wim en Elly en Paul en Jeanneke komen ons daar opzoeken. Maar zover is het nog niet, eerst nog even een paar kilometertjes lopen. We hebben goed geslapen en zijn vroeg op pad gegaan. Ook nu hebben we extra licht van een bijna volle maan. Dat aanlopen in het donker voor extra meters kan zorgen, merken we gelijk als we bij de albergue vertrekken. In het donker wijst een gele pijl op een geplastificeerd A-4tje ons het veld in en het gras over, een richting die we niet vertrouwen. We besluiten de route vanuit het centrum op te pikken. Na een paar honderd meter lopen we het A-4tjes op 20 meter afstand voorbij. Het stond dus toch goed aangegeven.......

Onderweg doen we wat plaatsjes aan waaronder het stadje Viane. Veel moderne nieuwbouw in de buitenwijken en een oud stadscentrum. We nemen er "café con leche". 
Als we de stad Logrono binnen lopen, zien we langs de weg een oud omaatje zitten bij een kraam. Vooraf werd op een bord al aangekondigd dat er een stempel verkregen kon worden in de Credential. Als we oma aankijken zien we dat alles om haar heen een commercieel tintje heeft. Het gaat puur en alleen om geld verdienen. Ze is dan ook niet gecharmeerd van onze weigerende houding als we nee schuddend door lopen. 

Voor ons horen we kerkelijk gezang klinken. Een groot ommuurd terrein met veel oude en hoge coniferen en cipressen doet ons vermoeden dat het gezang vanuit een kloostertuin komt. Het klinkt mooi en het werkt aantrekkend. We wijken van de camino af op zoek naar de bron van de muziek. Als we kort bij de bron zijn staan we voor het gebouw van het crematorium van Logrono. Iets verder op is een grote poort, de ingang tot het kerkhof van Logrono met een lange laan naar het hart van het kerkhof, een kapel.

                                       

Op het dak van de kapel zijn in de vier windrichtingen luidsprekers aangebracht die de muziek ten gehore brengen die wij gehoord hebben. Mechanische muziek dus op een kerkhof. Maar wat voor een kerkhof. Zo gigantisch groot, een stad der doden. We zien overal om ons heen grote familiegraven. Een plattegrond met straatnaamborden om niete te verdwalen. Zeven straten met urnenmuren, zover we kunnen kijken. Rechts van ons gaat een soort van golfkarretje met laadbak, waarop een sierlijke doodskist ligt. Een stoet tevoet er achter aan. Voor we het kunnen aanschouwen zijn ze al uit het oog verdwenen. Een begraafplaats bijna zo groot als het dorpje Schaijk. Zoiets hebben wij nog nooit gezien.

   

Na het kerkhof brengen we een bezoek aan het pelgrims- ontvangstbureau waar we helaas niet veel wijzer worden, lopen we via een vrij nieuwe bogenbrug over de rivier de Ebro. De brug is gebouwd in de 19e eeuw ter vervanging van een van de oudste bruggen op de Sint Jacobsroute die in de 12e eeuw werd gebouwd. Logrono is een grote stad en voor we in het centrum aan komen passeren we enkele oude monumentale panden. Als we bij de Santiagokerk in Logrono aan komen, zien we de apostuel Jacobus twee keer afgebeeld. Een keer als de pelgrim, en een keer als matamoros, de Morendoder. Volgens de legende zou hij tijdens de slag van Clavijo, ergens ten zuiden van Logrono, in 844 het christelijke leger te hulp zijn geschoten en eigenhandig de Moren hebben verslagen. Op de Plaza del Marquez bij de grote fontein nemen we een terrasje. We zij er rond het middaguur en het wachten is op Paul en Jeanneke die zich per sms al aangemeld hebben. Als we nog maar even zitten stopt er een zwarte Citroen C-4 met Spaans kenteken op de rotonde voor ons terras. De raam gaat open en we zien Paul achter het stuur en Jeanneke enthousiast roepen en zwaaien naar ons. Als ze de auto geparkeerd hebben, schuiven ze aan op het terras. Een geweldig moment van weerzien met vrienden. Dan gaat er iets door je heen. Ondertussen kondigen Wim en Elly (T's broer en schoonzus) zich aan, nog 30 kilometer, zet hem maar vast koud. Maar voor we de bestelling doen zien we ze aan komen lopen vanaf de parkeerplaats. T kan haar tranen niet meer bedwingen als ze haar familie in de armen sluit. Weerzien met dierbaren, emoties de vrije loop laten, zijn wie je bent en het laten komen zoals het komt. Het is allemaal puur op dit moment en ook dat is een wezenlijk onderdeel van de camino. 

 

Bier en wijn met een tafel vol met tappas zijn de eerste momenten waarin we bijkletsen. Daarna checken we allemaal in bij het om de hoek gelegen hotel Sercotel Potalis. De rest van de dag wordt close met ons zessen doorgebracht, waarbij we ons Bourgondisch vermaken en op de hoogte gebracht worden van alle ins en outs uit het dorpje Schaijk. 

Kort na middernacht brengt de lift van het hotel ons naar onze kamers. T en PP hebben de pijp leeg maar Wim en Paul kunnen op dat moment de inhoud van de minibar niet met rust laten. Het was goed dat PP daar geen weet van heeft gehad. Saint Jacques heeft hem duidelijk in bescherming genomen.

  

 



Reacties

116. Nieuwe schoenen, oude schoenen...

16 augustus 2011

Logrono: rustdag

dag 108, totaal: 2197 km. 

 

 

Het hotel blijkt een schot in de roos. Mooie luxe kamers, een lekker bed, mooie badkamer en een minibar met TV. Lijkt voor jullie normaal misschien maar na ....tig dagen op de camino is dit voor ons een ongekende luxe. Het geeft een goed gevoel om intensief te kunnen genieten van dit soort luxe. Daarvoor moet je wel enige tijd terug, back to basic. We hebben afgesproken om 11 uur beneden, lekker uitslapen dus.

 

Als we op de afgesproken tijd beneden zijn, zien we geen mens. Na een minuutje of 10 zien we de rest buiten zitten. Op een terras in het centrum van Logrono nemen we een heerlijk gebakken eitje met spek en.....frietjes. Effe iets anders dan een ontbijt maar het is eigenlijk al lunchtijd hier. Een kwestie van goed lezen en bestellen. Het vult in ieder geval goed. Wim en Elly gaan na de lunch terug naar Frankrijk en Paul en Jeanneke gaan er een paar uurtjes van tussen om hun vriendin Ana uit Santiago de Compostela op te halen. Ze hebben afgesproken ergens in de buurt van Burgos. Rond 15.30 uur zijn ze terug. Ana is een goede vriendin waarmee ze een groot deel van de camino hebben gelopen in 2006. Het contact is daarna intensief gebleven en nu ter gelegenheid van onze camino willen ze met haar een moment met ons samen zijn. Van Wim en Elly ontvangt PP een groot pakket, speciaal vanuit Schaijk meegenomen. Het zijn nieuwe bergschoenen, het zelfde merk en type wat hij nu aan heeft. De oude zijn aan vervanging toe. Randen, naden en een deel van de binnenvoering raken los en de zool heeft ook al een flinke tik gehad. 2200 kilometer hebben ze afgelegd en ze lopen eigenlijk best nog wel lekker. Wat zou het fantastisch zijn om de camino met het oude paar af te kunnen leggen en te kunnen zeggen: "Hier heb ik de camino mee gelopen........". Geen kwestie van gezond verstand, het zit tussen de oren.  De oude schoenen gaan in ieder geval niet met Wim & Elly mee naar huis. PP heeft nog een dag bedenktijd. Voor T geen nieuwe schoenen, ze verkeren nog in goede staat. We verwachten dan ook dat haar schoenen het einde makkelijk zullen halen. Rond 13 uur nemen we afscheid van Wim & Elly. Het was geweldig dat ze er weer waren voor ons. We zwaaien ze uit op de parkeerplaats en tegelijk met Paul & Jeanneke rijden ze aan. Wij gebruiken de tijd om tape en wat andere boodschappen te doen, wat te werken op de computer en nog even een uurtje plat te gaan. Ondertussen ontvangen we van Wim een sms, dat hij ergens in Spanje onderweg met pech staat. Een deel van zijn uitlaat heeft het begeven. En we hadden het er nog over gehad, dat hij een zo onderhoudsvriendelijke auto had. Dan arriveren Paul & Jeanneke met Ana en nemen we een terrasje bij de fontein op de Plaza nabij het hotel. Ana blijkt een vriendelijke, spontane hartelijk lieve meid die naast Spaans ook perfect Engels spreekt. Het wordt een tapasavond in het centrum van Logrono. Volgens Ana is de deze streek van Spanje bekend om zijn tappas. We gaan van bar naar bar en telkens bestellen we een tappas met wat drinken. Een super gezellige bezigheid die de maag goed vult.

Het is druk, warm en drukkend benauwd in de smalle straatjes van de binnenstad. We besluiten de avond af te sluiten op het terras in een wat open en brede straat, waar een zwoele windje lekker aan voelt.

 

 

We worden door Ana uitgenodigd om bij haar thuis te komen slapen als we in Santiago aan komen. Een uitnodiging die we maar wat graag aannemen. 

Wim laat weten dat ze met een hoop herrie en kabaal uiteindelijk toch op de camping in Frankrijk gearriveerd te zijn. De uitlaat laat hij op zijn vakantiebestemming repareren. 

Nog voor het middernacht is, liggen we uitgeteld op bed. De dagelijkse wandelingen kosten lichamelijk inspanning maar sightseeing en terrasjes pikken in Logrono is zeker zo vermoeiend. Onze nachtrust wordt rap verstoord door het alarm dat afgaat in het hotel. T belt de receptie maar voor ze kan vragen wat er loos is wordt de hoorn aan de andere kant er op gelegd. Daarna belt ze Paul en Jeanneke en vraagt of er op de 2e verdieping ook alarm is? Dat is het geval. T vertrouwt het niet en gaat naar beneden. PP kijkt rond, ruikt rond en ruikt geen onraad, hij blijft liggen. Samen met Paul en Jeanneke en enkele anderen staat T in de hal. Ze weten niet wat er loos is en het lijkt gelukkig loos alarm. Dag 108 is voorbij, wat gaat het toch snel.......

 


Reacties

117. Stierenloop in Navarette...

17 augustus 2011

Logrono-Navarette: 13 km.

dag 109, totaal: 2210 km.

 

 

 

Deze morgen met Paul, Jeanneke en Ana samen een ontbijt van het hotel. Een lopend buffet met van alles uitgebreid en gevarieerd. Dat is voor ons lang geleden. We eten ons dik en laten het goed smaken. Zelfs nog een paar stukken fruit voor onderweg. Als pelgrim heb je dat wel nodig.  We nemen afscheid van Paul, Jeanneke en Ana, waarbij ons nog op het hart gedrukt wordt dat we welkom zijn bij Ana in Santiago. Ze geeft ons gelijk haar telefoonnummer. Via de Plaza Alferez met de fonteinen lopen we al zwaaiend verder over de camino totdat we ze niet meer zien.  

Via de buitenwijk van Logrono lopen we langs het gebouw van de Guardia civil. Een bewaakt woondorp van de politie alhier met op iedere hoek van de omheining een beveiligde uitkijktoren met camera's. Dat is effe wat anders dan een vrije toegang tot het politiebureau en te woord gestaan worden door Service en Intake. Via het park verlaten we Logrono en komen we uit in een aangelegd natuurgebied rond het stuwmeer Embalse de la Grajera. Als we een foto willen maken van het meer weigert de Iphoon. Wat we ook proberen, we krijgen hem niet meer aan de gang. Er zit geen enkel geluid meer in. De eerste gedachte is dat de batterij leeg is maar 1,5 uur tevoren was hij nog voor 97% vol. Alles gaat er door onze kop maar werken, ho maar. En zonder Iphoon geen foto's en ook geen reislogberichten. Lichtelijk geladen en gestressed gaan we verder. Maar de gedachte daaraan alleen al laat ons niet meer los. 

Vandaag maar 13 kilometer tot Navarrete. Het is een en al wijngaarden hier, zover we kunnen kijken. 
We zitten in de provincie Rioja. In de wijngaarden op de hellingen worden de druiven voor de Riojawijnen verbouwd. De Rioja is het bekendste Spaanse wijnbouwgebied. Wijnen die hier vandaan komen, zijn minstens twee maal zo duur als vergelijkbare wijnen uit andere streken van Spanje. Kwalitatief zijn ze goed. De druivensoort die ze verbouwen voor de Riojawijnen is de tempranillo. Helaas zo wordt geschreven, zijn er nog maar weinig producenten die de traditionele Riojawijnen vervaardigen. Veel wijnen uit dit gebied worden tegenwoordig vermengd met de druivensoort cabernet-sauvignon. Wij, T&PP, hebben de pure tempranillo-wijn geproefd. Lang gerijpt in het vat, vol en zacht van smaak. De keus voor ons wordt steeds moeilijker want we hebben al veel goede en lekkere wijnen geproefd onderweg. 

Lopende door de wijngaarden horen we er met regelmaat het schelle gekrijs van meerdere roofvogels. Ze gaan behoorlijk te keer en we horen ze ook kort bij. Maar hoe en waar we ook kijken, we zien geen vogels. Niet in de lucht, niet in de bomen, helemaal nergens. Vreemd vinden we dat, totdat we een zekere mate van regelmaat terug horen in het geluid. Dan zien we een klein object in de wijngaarden wat we niet thuis kunnen brengen. Hoe korter we naderen hoe scheller het geluid van roofvogels. Het object blijkt een van de vele geluidsinstallaties die roofvogelgeluiden produceert ter afschrikking van andere vogels die schade veroorzaken aan de wijngaarden. Dat het werkt zijn we van overtuigd, we zien geen enkele vogel hier. In Navarrete melden we ons bij de albergue municipal naast de bar. We zijn er al om 11.30 uur maar de albergue gaat pas open om 14 uur. We plaatsen onze rugzakken voor de deur en nemen plaats bij de bar.

Stopcontact, stroom, niks krijgt onze Iphoon meer aan de gang. PP is al aan de gang te kijken hoe dat apparaatje uit elkaar kan als T’s oog valt op een Iphoon van een Spanjaard die naast ons zit. Hij blijkt Engels te spreken en T vraagt hem een oplossing voor het probleem. In eerste instantie weet hij het niet en zegt hij dat ie niet technisch is maar dan vraagt hij of wij al ge-reset hebben. Hoezo resetten, wat bedoelt hij? "Did you read the instuctions of your Iphoon"
Als hij daarna twee knoppen van onze Iphoon tegelijk induwt en 5 seconden vast houdt, komt er weer aktie in het apparaatje. Hij werkt weer........ "Muchos gracias señor". En gelijk denkt PP bij zichzelf: "sukkel dat je bent". 

Iets voor 14 uur is het inchecken, bed 19 en 20 op de eerste verdieping. We leren die avond Ursula's en Sabine uit Duitsland kennen. Ondertussen was Norbert ook gearriveerd met de mededeling dat Ilona den Ouden ook onderweg is naar hier. De dag is nog niet om, maar al dubbel geslaagd. Met Norbert drinken we een paar biertjes totdat Ilona binnen komt vallen. De eerste confrontatie is hartelijk en warm maar ook emotioneel. Ilona valt PP om de nek en barst in tranen uit. Norbert had al gewaarschuwd, ze zit er helemaal doorheen. In alle spontaniteit kan PP op dat moment ook zijn tranen niet bedwingen. Ilona vraagt naar T. Als de dames de emotionele momenten achter de rug hebben, voelt Ilona zich gelukkig al een stuk veiliger en beter. 

We zijn getuige van de stierenloop in Navarrete, een traditionele bezigheid hier die ons niet kan bekoren. Traditie of niet, zo ga je niet met beesten om. we zijn er gauw mee klaar.

 

De kip in het pelgrimsmenu blijkt een echte halve geroosterde kip. Samen met de salade vooraf, het kleine ijsje achteraf en niet te vergeten de flessen wijn een goed en vullend menu. 
De avond sluiten we af op het feest in het dorp. Podium met livemuziek van Abba en Boney M waar we zowaar nog een leuke quickstep op onze oranje crocs op maken. Om 23 uur is het einde party omdat we binnen moeten zijn. Samen met Norbert zijn we net op tijd binnen.




Reacties

118. Slapeloze nacht...

18 augustus 2011

Navarette-Azofra: 22 km.

dag 110, totaal: 2232 km.


 

De avond was leuk geweest maar de nacht is zwaar klote. Op de slaapzaal doet geen mens lang zijn ogen dicht. Het is feest in het dorp en na de livemuziek voor de oudjes, begint om middernacht de houseparty voor de jongeren op hetzelfde plein en podium. Onze straat, smal en met hoge bebouwing, geeft hetzelfde effect als het geluid door een tunnel. Alle ramen op de slaapzaal staan open omdat het anders veel te benauwd is. Het geluid dreunt en galmt naar binnen. Iedereen ligt te draaien en te zuchten en te schudden in bed. Niemand snurkt deze nacht. Er zijn momenten dat je even wegvalt maar dan klinkt de muziek weer. Als we dat geweten hadden....... Voor 5 uur vinden we het genoeg en gaan we eruit. Een klein uurtje later zijn we op weg. Donker in het begin maar we hebben de maan die ons pad voldoende verlicht. Alleen op de splitsingen is het even het lampje aan om te kijken welke richting de pijl en de schelp ons sturen. 

Het eerste plaatsje wat we aandoen is Ventosa. Het is al licht maar er is nog niets geopend. We lopen over de Alto de San Anton, een pas op 620 meter hoogte. Ook hier is het weer schilderachtig, met wijngaarden begroeide heuvels van de Rioja, een gebied dat ook uitnodigt om te wandelen.

 

Elke heuvel heeft hier zijn eigen geschiedenis. Zo ook de Poyo de Roldan (de Roelandsberg), een markante heuvel met een grote zendmast die al van ver te zien was. We lopen er rechts omheen. Volgens de legende heeft ridder Roeland vroeger tijdens zijn pelgrimstocht hier gevochten met de kwaadaardige reus Ferragut, die een Moor was. Veel gevangenen van de reus konden door toedoen van Roeland ontsnappen. Het is maar dat jullie het weten. Tussen de  wijngaarden zien we overal waterputten en irrigatiekanalen, alles van beton. Duidelijk een droog gebied hier op deze hoogte dat zonder extra water niet kan bestaan.

  

Als we enkele kilometers voor Najera lopen, gaat de telefoon. Paul&Jeanneke die op de koffie willen komen. We spreken af ergens in het centrum en op de brug over de rivier de Najerilla krijgen we elkaar in het oog en drinken we "café con leche" op het nabij gelegen terras. Een leuk weerzien zo kort na het bezoek in Logrono. Na een uurtje nemen we voor de resterende caminotijd definitief afscheid van hen. Zij gaan verder naar Barcelona en wij de andere kant op.  Als we de stad Najera uit lopen zien we huizen tegen een hoge bergwand aangebouwd. De bergwand is leemachtig rose van kleur en ziet er grillig uit. Nabij de top van de berg zien we een grote roofvogel achter een wat kleinere vogel aan gaan en gekke kapriolen uithalen. Het lijken aanvalsbewegingen. De andere vogel maakt zich uit de weg en de roofvogel blijf in de buurt van de bergtop rondvliegen.

Het blijkt een arend te zijn, een vogel die in deze streek voorkomt en die we nog niet eerder gezien hebben op onze weg. Een sierlijke grote vogel die anders vliegt dan de roofvogels die we reeds gezien hebben. Helaas konden we de arend niet op korte afstand vastleggen. 

 

Anderhalf uur later komen we na 22 kilometer aan in Azofra. We vinden het genoeg voor vandaag. De gemeentelijke herberg is een vrij nieuw gebouw die slaapplaats biedt aan 60 pelgrims, allemaal 2-persoons kamertjes. Een luxe voor ons deze keer. Iets later komt Ilona binnen gelopen. Ze heeft na een goede nachtrust ook een goede dag gehad en voelt zich weer een stuk beter. Ook Anne-Isabelle komt binnen, een Française uit Schalon sur Saône. Ze is de laatste dagen wat opgelopen met Ilona en wij kennen haar van de 2e nacht bij de gite l'Esprit du Chemin toen we met drieën op een kamer lagen. Met ons vieren gaan we voor het pelgrimsmenu het dorp in. Als we aanschuiven op het terras buiten, begint het te druppelen. Maar de druppels gaat weldra over in een flinke plensbui en moeten we met onze drank en voorgerechten rap rennen om niet al te nat binnen te komen in het restaurant. Hoezo droog gebied hier..... Als de buikjes gevuld zijn en de flessen leeg, gaan we terug naar de albergue. Het is lekker afgekoeld en de temperatuur is aangenaam. Ons Iphoontje is al een heel eind leeg maar op de kamer is geen stopcontact. PP gaat nog even de gezamenlijke ruimte in om te laden waarbij hij ondertussen aan het dagverslag werkt. We liggen wat achter dus elk moment is meegenomen. T gaat uitgeteld plat. Het was een zware dag na een zware nacht…

           



Reacties

119. De rode bal...

19 augustus 2011

Azofra-Granon: 22 km.

dag 111, totaal: 2254 km.

 

 

 

Na eindelijk een goede nachtrust vertrekken we in het donker op weg naar Cirinuela, het eerstvolgende dorpje circa 9 kilometer verder. Dat betekent dus ook de eerste uren geen koffie of goed ontbijt. We moeten het doen met wat oud brood en vruchtensap.

 

Halverwege komt de zon als een rode bal in het oosten omhoog. Het geeft een schitterend plaatje hier in dit landschap. In het begin veelal nog wijngaarden maar enkele kilometers voor Cirinuela alleen nog maar heuvelachtig akkerland waar het koren afgemaaid is. Her en der staan de stapels met pakken stro klaar voor transport. De eerste stapel die we passeren is 4 pakken breed, 10 pakken hoog en 39 pakken lang, iets minder dan 1200 pakken. En wat voor pakken, flinke joekels die niet te tillen zijn. 

 

Cirinuela lopen we binnen langs een golfterrein aan de rand van een luxe nieuwbouwwijk. Het gras en overige begroeiing op het golfterrein ziet er verzorgd groen uit. Wat een contrast met het landschap er omheen. De nieuwbouwwijk ziet er niet echt Spaans uit. Een modern dorp met verschillende typen huizen die je ook in Nederland aan treft.

Er is een speelplaats en een nieuw openbaar zwembad in een park tussen de huizen. De aangeplant is nog jong en klein. Het dorp ziet er gelikt uit. Maar opvallend is dat bijna de helft van de huizen nog niet bewoond is en te koop staat. Waarschijnlijk is hier een of andere project uit de grond gestampt, waarbij de malaise heeft toegeslagen. Na deze wijk komen we langs het oude deel van het gehucht Cirinuela. Het past helemaal niet bij elkaar. 

Bij het verlaten van de dit dorp komen we langs een plantage met hoge begroeiing. Klimplanten die langs lijnen groeien tot wel 3 meter hoogte. Er hangen allemaal kleine dennenappelachtige bolletjes aan. Het ziet er uit al de hop die bij ons gebruikt wordt bij het bier brouwen. Zeker weten we het niet. Als we zo'n bolletje ontleden en kneuzen zien we tussenin kleine geelachtige meeldraadjes en ruiken we de geur van wiet, zoals bij ons de hennep ruikt. En PP kan het weten. Maar het is echte hop die hier waarschijnlijk ook voor de bier-industie bestemd is. Bijzonder want we zijn het onderweg niet eerder tegen gekomen.

  

De weg gaat verder naar Santo Domingo de la Calzada, een plaatsje waar wij Mexicaans bij denken maar gewoon op Spaans grondgebied zijn. Dit is het plaatsje waar ze een echte levende haan en kip hebben in de kathedraal. Een bezienswaardigheid zegt men. Maar ook pelgrims moeten hier grof betalen om de kerk binnen te mogen. We passen er voor. De legende is ons bekend en vertelt dat een Duits echtpaar en hun zoon op weg naar Santiago in een herberg in Santo Domingo overnachten. Daar probeert het dienstmeisje de zoon te verleiden. Omdat de jongeman niet op haar avances inging, verstopte het meisje als wraak een zilveren beker in zijn bepakking. Toen het gezin verder wilde reizen, sloeg ze alarm. De jongen werd wegens diefstal veroordeeld en opgehangen. Zijn ouders trokken verder naar Santiago en klaagden hun nood bij de apostel. Toen ze op de terugweg weer door Santo Domingo kwamen, zagen ze tot hun grote vreugde dat hun zoon nog leefde. De apostel had hem al die tijd - enkele weken lang- ondersteund zodat hij niet kon stikken. Nadat de jongeman was bevrijd, snelde iemand naar de bisschop om hem van het wonder in kennis te stellen. Deze wilde juist beginnen aan zijn maaltijd, die bestond uit een gebraden haan en een kip. Hij hoorde het verhaal ongelovig aan en riep uit: "dit beest hier zal nog eerder vleugels krijgen dan dat zoiets waar kan zijn". En onmiddellijk kregen de haan en de kip vleugels. De haan kraaide en de twee vogels vlogen van het bord op. 

We hadden meer van Santo Domingo verwacht maar helaas. De camino gaat langs de kathedraal, maar om het centrum te bereiken moeten we behoorlijk wat meters omlopen. We eten een "bocadilo" en gaan verder richting Granon, een saaie weg die een groot gedeelte langs een drukke N-weg voert. In het dorp Granon melden we ons bij de alberque in de kerk. Ilona had dit aanbevolen en zou ook hier naar toe komen. Anne-Isabelle is al binnen en als we ons geld hebben begeven we ons naar de slaapzaal. We hebben nog voldoende keus welk matje we nemen op de grond?! Naast die van Anne-Isabelle en in samenspraak met haar houden we twee matrasjes vrij voor Ilona.

Als Ilona binnen komt, laat ze haar eigen wil gelden en besluit ze door te gaan omdat ze bang is weer geen nacht in stilte hier te hebben. Er is namelijk een dorpsfeest in Granon en er wordt nachtelijke muziek verwacht. Omdat we ons al geïnstalleerd en gedoucht hebben, blijven we hier. De avondmaaltijd wordt met alle pelgrims in de huiskamer genoten. Heerlijke salade met bonenschotel. 

 

 

In de plaatselijke bar leren we Benito uit Spanje en Martha uit Italië kennen. Samen nuttigen we een paar drankjes en hebben we leuke conversatie in meerdere talen met handgebaren. Dan blijkt het Italiaans PP beter af te gaan dan het Spaans en besluiten we dat PP bij thuiskomst Italiaans gaat leren en T Spaans. Makkelijk voor alle volgende camino's die we nog mogelijk nog gaan lopen. 

Voor het naar bed gaan spreken we nog even met Josef uit Zwitserland en met Mari uit Engeland maar van Ierse afkomst. Zij is 53 jaar en loopt de camino alleen. We spreken af dat we morgen nog voor het licht wordt samen vertrekken. 


Om 22 uur leggen we ons neer op de matjes op de grond. Het is hard en even wennen maar we hebben geen keus. Propjes van papier moeten voorkomen dat de herrie buiten onze nachtrust niet geheel verstoort.


Reacties

120. Lunchen op het stro...

20 augustus 2011

Granon-Villafranca Montes de Oca: 27 km.

dag 112, totaal: 2281 km.

 

 

Wat een herrie weer vannacht. De propjes in de oren bij PP hebben niet veel geholpen. T heeft veel wakker gelegen. Het was deze keer geen housemuziek, dus echt dreunen deed het niet. Maar slapen, ho maar. Op de matjes op de grond daarbij gerekend, hebben we gewoon onvoldoende rust gehad. Om 6 uur lopen we met Josef en Mari aan op weg naar het volgende dorp. De maan geeft ons voldoende licht om het brede kiezelpad te volgen. We passeren enkele kleine gehuchtjes waar totaal niets te beleven valt. Tussen de gehuchtjes worden we over een pad gestuurd, dat parallel loopt langs de N120, de nationale weg die naar Burgos loopt. Als het licht wordt, horen we op verschillende plaatsen knallen. Er lopen mensen met jachthonden in het veld. Er wordt druk gejaagd en geknald maar vreemd genoeg zien we niets lopen of vliegen. De honden lopen hard rond, snuffelend met de neus aan de grond. Ze lopen ver voor de jagers uit regelmatig buiten schotafstand. Erg gedisciplineerd jagen ze niet. Van Mari horen we dat er hier alleen maar op konijnen gejaagd wordt want veel meer zit er niet op deze kale vlakte. Hier en daar is er wel wat dekking in de vorm van een stukje groen struikgewas met enkele bomen. Maar het is hier vooral stoppelvelden waar graan heeft gestaan. Stapels strobalen ook hier en een tractor langs ons pad wat los stro van het veld aan het verpakken is. Toch heeft het iets als we dit heuvelachtige landschap in voornamelijk westelijke richting doorkruisen. Het heeft zijn eigen karakter en schoonheid. Het is absoluut niet saai hier te lopen.

Een van de balen stro gebruiken we om de eerste rust te nemen en wat te eten. We eten koekjes met chocolade en een banaan. Dit alles afgeblust met heerlijk kraanwater uit Granon. We delen met elkaar en het is best gezellig zo'n stop op de pak stro.


Terwijl we zitten komt er een sms'je van Ilona binnen. Ze verontschuldigt zich dat ze gisteren is doorgelopen. Als PP terug stuurt dat het ok is, zien we in de verte twee gestaltes lopen die ons doen vermoeden dat het Ilona en Anne-Isabelle zijn. Een stuk verder zijn we herenigd en lopen we gezamenlijk verder. In het dorpje Espinosa del Camino nemen we een flinke pauze bij een bar. Eindelijk ook wifi hier en T werkt weer een bericht op de reislog. We raken wat achter met onze belevingen op papier maar we doen ons best. 

  

Op de kerktoren van dit dorp zien we grote vogelnesten zoals we de afgelopen dagen in bijna alle voorgaande dorpen ook al gezien hebben, voor het eerst in Najera. Soms wel drie of vier nesten op een toren. Het zijn ooievaarsnesten maar de eerste ooievaar moeten we nog zien. Iets verderop is een kleine albergue met een vlag van de Orde van Malta. Anne-Isabelle houdt het voor gezien, is door familieomstandigheden behoorlijk emotioneel en wil graag alleen zijn. Ilona biedt aan om ook te blijven maar uiteindelijk gaan we verder zonder haar. 

De route gaat verder naar Villafranca Montes del Oca via een onverharde weg die door de akkers een heuvel op loopt. Op het hoogste punt hebben we een prachtig uitzicht op de "Montes de Oca". Het laatste stuk van de route gaat over het asfalt van de N120 met veel verkeer dat ons voorbij raast. We zien Anne-Isabelle weer een eind achter ons lopen. Als ze bijgetrokken is, blijkt dat ze eieren voor haar geld heeft gekozen omdat er in Espinosa del Camino een dorpsfeest was. En weer een nacht met lawaai trok ze niet meer. 

In Villafranca Montes del Oca staan er 27 kilometers op de dagteller en checken we in bij de aubergue municipal alwaar we op een slaapzaal met stapelbedden terecht komen, 22 stuks. Het ziet er allemaal schoon en goed onderhouden uit. De verdere middag brengen we samen met Josef en Mari door op het terras bij een plaatselijke bar. Er vallen wat druppeltjes maar we hoeven nog niet naar binnen. 

We bezoeken de "tienda" (winkel) in een andere bar en scharrelen ons ontbijt bijeen. Brood is niet meer te krijgen maar koekjes nog wel. Onze pelgrimsmaaltijd nuttigen we in het plaatselijke hotel en de avond sluiten we af in de auberge met een flesje wijn

 

 



Reacties