79. Koeienbellen...

10 juli 2011


Les Quatre Chemins-Aubrac: 25 km.

dag 71, totaal: 1446 km.

 

 

                    

 

We zijn al wakker voor de wekker afgaat. Gerard had last van een irritatie in de keel wat telkens een irritant kuchje gaf. We slapen wel redelijk maar niet zo vast, wat waarschijnlijk komt door de slechte bedden en de vermoeidheid van de dag. Vooral na een hete dag lijkt het alsof de warmte niet het lichaam uit wil. Om even voor 7 vertrekken we richting Rieutort d'Aubrac. Onderweg eten we een banaan met turbobiscuits, die vanuit het leger altijd 10 jaar mee gaan. Erg voedzaam en altijd beter als een gerookt stokbrood met vliegen van Regina.

Het is nog stil en ongerept als we via een smal pad tussen de ruige weilanden en dennenbossen lopen. Het is al licht maar de zon is nog niet aan de horizon. We speuren naar wild zo vroeg, maar op de hoogvlakte hier zien we alleen maar koeien en paarden. Vogels zijn er al wel en ze fluiten op hun best zo vroeg. Het wordt een parcours met hindernissen vandaag. We moeten door verschillende weilanden heen, die ieder voor zich weer anders afgesloten zijn. Het begint met palen met prikkeldraad die we moeten losmaken en weer vastmaken. Daarna wat robuuste ijzeren poorten openen en dichten maar ook de schrikdraadhaak los en vast maken. En dan al die koeienkuddes waar we doorheen moeten. Veel koeien met kalfjes maar ook telkens ergens een stier. We loten erom en T is de klos, die moet voorop. PP belooft de matador te zullen spelen als het nodig mocht zijn. Het blijkt niet nodig want de ferme passen, de houding en het hijgen van T boezemt veel ontzag in bij de kuddes. Alles wijkt en gaat aan de kant. Zelfs de stier neemt het risico niet. We moeten veel aan Gerard denken. Als blinden deze hindernissen nemen zal dat ongetwijfeld een bijna onmogelijke opgave zijn. Dat kan GPS ook niet goed maken. Hij zal toch afhankelijk blijven van andere wandelaars.

De plaatsnamen die we vermelden zijn niet altijd op de kaart zichtbaar. Het zijn allemaal gehuchten van een paar huizen
met niet meer dan 3 of 4 families. Op onze wandelkaart staan ze vermeld maar op de reislog moeten we vaak terug grijpen naar de hoofdgemeentes. Het dennenhout verdwijnt langzaam en maakt plaats voor een kale heuvelachtige vlakte bestaande uit weilanden, keien en rotsen. Het begint te lijken op 
het stenen tijdperk zoals we kennen van de Flintstones. De Milkakoe is hier dik vertegenwoordigd. Als we niet beter wisten, zouden we denken dat de ijsboer in aantocht was. Veel koeien hebben hier een levensgrote bel om, die bij het grazen behoorlijk blijft klingelen. Af en toe een waar concert van bellen. 


Nog voor we Nasbinals in lopen krijgen we een flinke onweersbui over ons heen. We zitten dan nog hoog maar schuilen onder een solitaire boom is gevaarlijk zeggen ze. We trekken de regenkleding aan en lopen door. Als we Nasbinals bereiken is het alweer droog en warm en nemen we café au lait op het hotelterras. 


Bij de bakker halen we appelbeignet en cake en werken deze naar binnen terwijl we het plaatsje uitlopen. Weer gaat het op en neer maar uiteindelijk komen we in Aubrac op een hoogte van 1307 meter aan. Gadverpiellekes, wat een klim. We doen Maria aan het begin van het dorp de groeten en lopen naar plaatselijke hotel waar we ons moeten melden voor de gite communale. We zijn de eerste vandaag en worden gelegerd in een monumentale toren naast de kerk. Vijf verdiepingen waarvan drie slaapzalen en twee keukenruimtes. In de kelder douches en toilet. Het is antiek, monumentaal, degelijk en schoon. We liggen op een verdieping met vier stapelbedden. T ligt onder en PP moet klimmen. Geen probleem voor onze matador. 

                                    


Elizabeth, onze Amerikaanse pelgrim, komt later aan en heeft ook ingecheckt in de toren. We horen van haar dat de koffie van Regina smaakte als slootwater. Hebben we toch een goede inschatting gemaakt. Aubrac, een toeristisch plaatsje waar we meer van hadden verwacht. Klein met 2 hotels, 2 restaurants, 3 onbetaalbare biologische "epicerieen", een botanische tuin, een gite en verder helemaal niets. Zal best veel zijn voor Aubrac, maar niet voor ons.

Rond de klok van 22 uur gaan we plat in de toren, T onder en PP er boven op (anderhalve meter hoger).

 







Reacties

80. Zwemmen in "le lot"...

11 juli 2011

Aubrac-Espalion: 29 km.

dag 72, totaal: 1475 km.

 

Een monumentale toren en een slaapruimte met een gewelfd plafond in Romaanse stijl. De slaapzaal was vol vannacht en een van de 8 heeft behoorlijk liggen snurken. Wij waren het niet. We zijn als eersten op en proberen onze spullen met zo min mogelijk geluid in te pakken. Maar dan werkt de houten vloer niet mee. Net rond ons stapelbed kraakt de vloer flink. We kunnen er niets aan veranderen en als we vertrekken is iedereen wakker....

Het wordt vandaag een zwaar dagje schatten we in. Er staan 29 kilometertjes gepland omdat we broer Daan met vrouw en kinders niet willen missen. Die gaan we over 4 dagen treffen in Decazeville. Maar dan moeten we nog wat kilometertjes maken. Vandaag zit er tussen Aubrac (1307m) en Espalion (353m) een hoogteverschil van maar liefst 954 meters. En het gekke is dat het niet alleen maar dalen is. De kaart geeft nog wat stijgingen aan in het laatste deel van de dag. We zullen wel zien. Het is hier zo bultachtig in de Midi-Pyrenee, dat het elke dag wel ergens omhoog of naar beneden gaat. En zoals jullie lezen zijn we de Auvergne al weer een paar dagen uit. We hebben nog geen totaal overzicht van Frankrijk maar we denken dat het voorlopig nog wel even de Midi-Pyrenee blijft. 

Onderweg werken we een pak koekjes naar binnen om het eerste stuk naar Saint Chely d'Aubrac te overbruggen. Het is behoorlijk werken met de bovenbeentjes als we het eerste stuk tot aan Saint Chely d'Aubrac al 500 meter gedaald zijn over smalle bospaadjes met flinke keien. We voelen ze door de schoenzolen heen. We lopen onder het groen wat lekker koel is. De zon is zo vroeg al stevig bezig de boel op te warmen.

                   

Als we laatst genoemd plaatsje binnen lopen pakken we op een terrasje een "café au lait" met een half stokbrood met sla, tomaat en kaas. Het heeft even geduurd maar het ontbijt zit erin. We knallen weer een berichtje op onze reislog want WiFi zit gratis bij de koffie in. Als we bijna klaar zijn komt Elisabeth, onze pelgrim uit Canada, vermoeid aanlopen en is ze ook toe aan een break. Na een kort praatje lopen wij aan, op naar Saint Come d'Olt, het plaatsje waar we eigelijk wilden overnachten. Na het passeren van enkele gehuchtjes komen we aan in Grezes, een gehucht met 4 huizen waarvan een met terras. Specialiteit van het huis en de streek: salade met pannenkoekomelet in de kleur groen. Daarbij plastic tafels en stoelen, zanderige ondergrond, loslopende kippen en veel vliegen, wat hier de normaalste zaak van de wereld is. Je went eraan en gaat het zelfs normaal vinden. 

Saint Come d'Olt lopen we binnen en in het centrum hebben we er 24 km op zitten. Het is warm, erg warm maar het is ook pas 14 uur. We besluiten door te lopen naar Espalion via de route variante. We lopen Saint Come d'Olt uit over de rivier de Lot en zien aan het kiezelstrand verschillende mensen pootje baden. 10 minuten later liggen we allebei in het snelstromende water van de Lot en voelen we de hitte uit ons lijf trekken. Het water is eerst koud maar als we gewend zijn is het heerlijk van temperatuur, echt een aangenaam tussenstuk.

 

 

    

 

Het laatste deel van de route brengt ons naar Espalion alwaar we ons in het centrum melden bij de gite communale die compleet vol zit. We worden verwezen naar gite Le Halte St. Jacques over de brug. We checken in zonder eten en ontbijt omdat we vandaag genoeg gehad hebben en te moe zijn voor een volle maaltijd. In het centrum nemen we een borrel en kopen we wijn, kaas en stokbrood voor de avond. 

We liggen op de eerste verdieping op een kamer met twee stapelbedden. Er is een bed al bezet en aan de outfit denken we te maken te hebben met een jonge man. Het blijkt een wat oudere Duitse man te zijn maar daarover morgen meer. We gaan op tijd plat want we zijn doodop. T weer onder en PP met de laatste beklimming in het krakende bed bovenin....

 

 

 


Reacties

81. Herrie in de nacht…

12 juli 2011

Espalion-Golinhac: 27 km.

dag 73, totaal: 1502 km.

 


 


 

Vannacht zijn we verschillende keren wakker geweest van het lawaai buiten. De gite is in een smalle straat met hoge bebouwing. Midden in de nacht stopt er een vrachtauto recht onder ons raam. Er worden kratten gelost en de laadklep horen we op en neer gaan. Een uurtje later een vuilniswagen die een container komt legen. Het werkt hier allemaal 's nachts. Begrijpelijk gezien de temperaturen overdag maar erg vervelend voor ons. Als we opstaan komen we in gesprek met man naast ons. Hij heet Norbert en komt uit de buurt van Stuttgart. Hij is rond de 60 jaar en is de weg naar Santiago van huis af begonnen. Vanaf 8 mei is hij al onderweg. Hij heeft zijn hak wat overbelast en daarom met een extra rustdag bezig. Vanuit Espalion doen we verschillende kleine gehuchtjes aan totdat we in Estaing komen. Een mooi oud stadje met een kasteel als middelpunt. Ook een mooi kerkje in het centrum. Een oude smalle brug leidt ons over de rivier de Lot naar het centrum. Veel terrasjes en winkels met souvenirs wat de toeristische status van dit plaatsje aangeeft. Bij het bakkertje kopen we wat eten en drinken voor uit de hand, bij het Bureau de Tourisme een stempel in onze credential en bij de bibliotheek weer een dagje op de reislog. Na een klein uurtje verlaten we dit plaatsje en lopen we via de weg langs de Lot naar Montegut. Als de weg van de Lot afdraait en we het bruggetje over een beek passeren worden we via een smal stenen pad omhoog gestuurd, het begin van een steile en zware klim die ons via een ruig gebied met veel bos weer naar hoogte brengt. We zijn beiden bekaf en door het zweet glijden de handvatten van de stokken door de handen. Als we denken het hoogste punt bereikt te hebben, gaan de rugzakken af en gaan we onder een boom op enkel keien zitten. De schoenen gaan uit en sokken laten we droog waaien. Ons laatste water slokken we naar binnen en we hebben allebei nog een appeltje.

De laatste minuutjes doen we ook de ogen nog even dicht. Na ruim een half uur zijn we genoeg opgeladen voor de laatste grote afstand naar Golinhac.

 

                       

 

Het is nog steeds heet en warm en we zien het petje van Norbert achter de heuvel vandaan komen als we de rugzakken net aan doen. Hij ziet er afgepeigerd uit en loopt zwaar. De inspanning van de klim is van hem af te lezen. We lopen een stukje met hem op en komen bij een drinkwaterpunt. Alle drie vallen we aan op de kraan en drinken ons helemaal vol. Op het laatste deel van de tocht horen we het geregeld aan beide zijden ritselen in de bermen. We zien verschillende kleine hagedissen her en der wegschieten. Dan zien we een gifgroen gespikkelde hagedis van zeker 30 centimeter lengte. Wat een mooi beest maar hij laat zich niet fotograferen. We zien er verderop nog een paar en hopen nog op een fotomoment. Als we Golinhac bereiken zien we bij de intocht al een "Epicerie". Verderop in het dorpje verwijzingen naar eerdere gites en naar een camping Le Hameau de St. Jacques. We kiezen voor de camping en worden hartelijk ontvangen bij de receptie. Samen met een Frans echtpaar, Jean-Marc en Elisabeth Leclerc en met Norbert verblijven we in gite, die tegenover de bar en het zwembad is. We koken zelf ons eten en de avond brengen we met ons vijven door buiten aan een tafeltje onder het genot van wijn met kaas. Zwemmen is er niet meer van gekomen en de dame van de receptie brengt ons nog even een telefoonnummer voor als vannacht het alarm af mocht gaan. Er wordt namelijk zwaar onweer verwacht.

         


Reacties

82. Nat, natter, zeiknat…  

13 juli 2011

Golinhac-Conques: 21 km.

dag 74, totaal: 1523 km.

 

Zwaar weer de hele nacht hier op 642 hoogte. Flinke donderslagen en bliksemschichten die de slaapkamer verlichten. Er valt veel regen. Als de wekker gaat is de regen opgehouden en horen we alleen nog de druppels van de boombladeren vallen. Er hangt overal zware mist en nevel, we zitten midden in de wolken.

Het is behoorlijk afgekoeld en als we op pad gaan hebben we de regenjacks aan. Een kwartier na ons vertrek begint het te miezeren en als we een paar kilometer onderweg zijn valt de regen met bakken uit de lucht. De rugzakhoezen zijn om en ook de regenbroek hebben we aan. We lopen door wat kleine gehuchten maar hebben geen oog meer voor de omgeving omdat de regen via de capuchon binnen probeert te dringen. Het voelt hier en daar al wat nat aan de binnenzijde van de regenkleding, waarschijnlijk zweet wat moeilijk naar buiten kan. Onze regenkleding heet ademend te zijn maar met het geweld van de nattigheid aan binnen en buitenzijde schiet dat niet echt op. Foto's maken we niet omdat de Iphoon anders kletsnat wordt en we graag willen dat dit tooltje blijft werken. In het plaatsje Espeyrac blijkt alles gesloten terwijl ons boekje anders aan geeft. Na 12 kilometer komen we aan in Senergues waar we in de bar van een hotelletje een bak koffie nemen met een soort van appelflap erbij, die er hier heel anders uit ziet en naar pruimen smaakt.

De rugzakken laten we op verzoek buiten onder de overkapping staan. We maken er een baggerzooi van in de bar omdat we nat zijn en smerige schoenen hebben maar de eigenaar heeft er alle begrip voor.
Als we de rugzakken om doen voor het tweede deel van vandaag zien we een drietal wandelaars totaal verregend en doorweekt aan komen lopen. Ze hebben geen regenkleding aan en het water sopt uit hun schoenen. Daar hadden wij met onze goede voorbereiding en goede ingevette schoenen op dat moment nog geen last van. Maar het is nat, het wordt nog natter en we worden zelfs zeiknat voor we Conques bereiken. Zoveel regen op een dag hebben we nog niet mee gemaakt. Paden die veranderen in kolkende beekjes en paden waarop zo'n grote plassen zijn ontstaan dat je niet anders meer kunt dan er doorheen. En met al onze goede voorbereidingen en goede schoenen lopen we uiteindelijk ook de modder uit onze schoenen te soppen. Letterlijk zeiknat tot op de het bot. Zeker na het laatste stukje afdaling naar Conques over een smal en steil keienpad dat letterlijk veranderde in een klein stromend riviertje. 

                      

Als we in na 21 kilometer arriveren in Conques, houdt het op te regenen. We melden ons bij "d'acceuil" (ontvangst) van de Abbaye de Saint-Foy, een groot Norbertijnenklooster. We worden goed ontvangen en met onze natte rommel perfect begeleid. Te zien is dat ze hier meer met dit bijltje gehakt hebben. Schoenen vullen met kranten en in het rek.

Regenkleding en stokken aan het rek op de binnenplaats en de rugzak in een grote plastic zak om de vloer op slaapzalen schoon te houden. We zijn even verbaasd maar als we uiteindelijk op de slaapzaal D2 onze rugzak uit pakken, begrijpen we waarom....... Zeiknat zijn ook onze spullen onder in de rugzak en ons stapelbed veranderd weldra in een compleet droogrek. 

 

We zijn redelijk vroeg aangekomen en na het douchen gaan we Conques bekijken. Een prachtig en net toeristenstadje met leuke winkeltjes, barretjes, terrasjes en souvenirwinkeltjes. Daarbij ook nog een hoop cultuur en historie in bouwwerken van en rondom de abdij de Sainte Foy met bijbehorende kerk. Deze kerk is bij de ingang voorzien van een van Europa's beroemdste timpanen. Een prachtig en met rijk beeldhouwwerk versierd muurpaneel boven de ingang van de kerk. 

     

 

Voor het eten gaan we nog even proberen ons natje en droogje in te slaan voor vanavond. We vinden echter geen winkels waar voor fatsoenlijke prijzen iets te koop is. Wandelend door een van de staatjes van Conques, zien we een wat oudere man op een muurtje die eruit ziet als een echte Bourgondiër. Hij is de mussen op het pad aan het voeren met zaad uit een blikje. Ook houdt hij een boek in zijn hand met Nederlandse tekst "wijsbegeerte". Als T daarover een opmerking maakt, komen we in gesprek met Hubert Rossy, een Nederlandse hoogleraar oude architectuur en bouwkunde. Hij is 71 jaar, komt uit Amsterdam en woont al 13 jaar in Conques, samen met zijn vriendin.

Vol passie begint hij ons te vertellen over de kunstschatten van Conques en het verhaal wat de Timpaan beschrijft. Hij biedt ons een borrel aan en even later zitten we met witte en rode wijn op een muurtje bij Hubert in Conques. Als het etenstijd is in de abdij moeten we helaas terug. We mogen van Hubert alleen maar vertrekken als we de aangebroken wijnflessen mee nemen. We danken Hubert en beloven het boekje over Conques voor ons vertrek morgenvroeg in de brievenbus te gooien. 

                                                     

We schuiven net op tijd aan voor het eten. Er blijken meer dan 40 pelgrims aan tafel te zitten waarvan we bijna de helft kennen van onderweg. Voor aanvang van het eten legt een Norbertijn wat uit over hun orde en wordt er voorgebeden en het "ultreia" gezongen. Na het eten wonen we de vespers in de kerk bij en lopen we daarna nog even het stadje in. Een Franse vrouw, een pelgrim die we vaker zijn tegen gekomen, laat ons voor de kerk nog even lachend weten dat we er "terrible" uitzien met onze oranje crocs, rode T-shirt, gele en roze vest en natuurlijk onze zongebrande sokken. PP snoert ze gelijk de mond met "ce n'est pas terrible, c'est jolie". 

Als we de sarcofagen gehad hebben gaan we naar binnen en maken we voor het slapen gaan de flessen van Hubert leeg. Een grote slaapzaal met maar 5 personen, een luxe.....

 

                     

                                                                                


Reacties (1)

83. Weerzien met familie…

14 juli 2011

Conques-Decazeville: 20 km.

dag 75, totaal: 1543 km.

 


 

             

 


We zijn als eersten wakker op onze slaapzaal en gaan voorzichtig aan het inpakken. Het meeste is gelukkig droog, alleen de rugzakken nog niet. We doen zo stil als we kunnen maar de plastic tasjes ritselen behoorlijk bij het volstoppen en inpakken. Alleen de Fransman die gisteren aangekomen is voor zijn eerste etappe vanaf Conques wordt wakker.

Met meerderen zitten we aan het ontbijt, de meeste al zo vroeg omdat ze de mis willen bijwonen. Wij besluiten dat niet te doen omdat we de vespers al bijgewoond hebben en omdat we het gevoel hebben, dat dit in Conques geen meerwaarde geeft aan onze reis. Onze schoenen voelen nog nat aan als we ze aantrekken. Soppen doen ze niet meer, de kranten hebben hun werk gedaan. We lopen Conques uit steil naar beneden tot aan de oude stenen brug over de rivier de Dourdou. (het laagste punt in het dal van Conques). Het is nog nevelig en wolken hangen laag.

                

 

Dan stuurt de GR65 ons een erg smal maar vooral steil en steenachtig bergpad op, een klim die ons het eerste uur onafgebroken blijft plagen. We halen Jean-Marc en Elisabeth Leclerc in die het er ook zichtbaar moeilijk mee hebben. Tot aan de laatste honderd meter lopen we in de nevel en mist. Maar dan breekt ineens de zon door en komen we aan op het dak van de bergen rond Conques. We zijn boven de wolken uitgeklommen en terwijl we op adem komen genieten we van het uitzicht. Onze ademhaling is vlot weer normaal. We voelen ons goed, aan conditie scheelt het niet. Nat zijn van het zweet is echter niet te voorkomen na zo'n klim. Het uitzicht voelt als een beloning voor deze inspannende klim. Het gaat verder met de zon op onze bol en de wolken aan onze voeten. Heerlijk weer hier boven op ongeveer 540 meter hoogte. De weg voert ons kronkelend door het gehucht Les Clementies. Veel walnoten en hazelnoten die hier in het wild groeien maar helaas nog niet rijp. De eerste zwarte bramen treffen we aan in de struiken.

 

Ze zijn zoet en we werken de nodige vitamientjes weer naar binnen. Ook treffen we hier en daar al wat blauwe pruimen.  Ze moeten eigenlijk nog een paar daagjes zon hebben maar wij wachten dat niet af. Goed voor alles en zeker als je met de broek van de kont moet. De natuur geeft voor bijna alle kwalen een oplossing. Niet dat wij er last van hebben maar het gaat allemaal even wat makkelijker.....

Als we het gehucht Prayssac naderen worden we vrijwillig verplicht aan de kant gedirigeerd door een kudde koeien. Ze lopen traag en zitten helemaal onder de stront. Waarschijnlijk komen ze net van stal en mogen ze de wei in. We proberen ze wat vrolijker te laten kijken maar ze reageren niet als we onze mondhoeken optrekken. Als de hele kudde voorbij is blijkt het wegdek voorzien van een nieuwe zachte welriekende deklaag. 


In Prayssac zien we onze Fransman van de slaapzaal uit een vervallen schuurtje komen. Het blijkt een rustplaats voor pelgrims waar koffie, brood, geitenkaas, wijn en walnoten aanwezig zijn. Het heeft het interieur van een krot met een tafel en twee bankjes. Aan de muur bidprentjes, kruisjes, spreuken en een afbeelding van onze vorige paus. Ook een gastenboekje en een trommeltje voor de vrijwillige bijdrage. De koffie is te drinken maar het brood is versteend hard. De wijnfles ziet er niet uit en de geitenkaas meurt verschrikkelijk. Toch kan PP het niet laten een schijfje kaas naar binnen te werken. De walnoten zijn van vorig seizoen en smaken nog steeds voortreffelijk. Als we even zitten komen ook Jean-Marc en Elizabeth Leclerc aanlopen. We maken wat foto's en wisselen nog gegevens uit voor wij weer verder gaan. Apart, deze stop maar het past geheel in het pelgrimsplaatje. 

Onderweg treffen we Norbert weer en samen lopen we naar Decazeville. Daar scheiden onze wegen opnieuw omdat wij naar het 6 km van de route afgelegen Flagnac gaan om broer Daan en familie te gaan treffen. Als we afscheid nemen van Norbert stopt er een bus op de kruising. De bestuurder vraagt ons of we de route kwijt zijn en wijst ons in de juiste richting. Dan geven we aan dat we naar Flagnac moeten en dat we de bushalte zoeken.

Er is op de nationale feestdag van Frankrijk geen openbaar vervoer naar Flagnac. Als de teleurstelling duidelijk van onze gezichten is te lezen biedt hij aan ons naar de camping te brengen. Zijn bus heeft alleen een voorbank en zijn vrouw wordt achter in de laadruimte geparkeerd tussen onze rugzakken. We voelen ons wat opgelaten maar worden recht voor de camping afgezet. Wat treffen we het weer...De receptie is gesloten tot 16 uur en we nemen plaats op het terras van de camping. Als we Daan een berichtje sturen hoever ze zijn, krijgen we geen antwoord. Nog voor we het eerste glas drinken achter de kiezen hebben komt de hele familie hartelijk lachend de camping op gelopen. Een warm en emotioneel weerzien met de familie, zeker nadat T enkele traantjes moet laten als ze de boodschap van oma middels een filmpje op de Iphoon van Daan bekijkt.

Er volgt een gezellig samenzijn op de camping. De avond sluiten we af bij de stacaravan , die na enig improviseren "ruim" plaats biedt aan 7 personen. We zijn weer op de hoogte van alles wat er in het Schaijkse speelt en voor Annie Manders gaan we in ieder geval ook een kaarsje opsteken in de kathedraal in Santiago de Compostela.

              





Reacties

84. Saint Felix of Saint Felix...?

15 juli 2011

Decazeville-Saint Felix(Felzins): 19 km.

dag 76, totaal: 1562 km.

 

Vandaag een dagje voor PP met een bijna lege rugzak. De tent, het kookstel en de pannen liggen al bij Daan in de auto en de slaapzak met matjes liggen in de stacaravan, daar moeten we vannacht nog op slapen. T loopt haar 1e dagje zonder rugzak, lekker relaxed. Nancy loopt een dagje met ons mee en heeft d'r "skistokken" mee genomen. Stijgen en dalen is normaal tijdens onze tocht maar sneeuw.....nee zo gek is het nu ook weer niet. Onze reservedoppen passen alleen maar onder echte wandelstokken, waardoor we het irritante getik van de ijzeren puntjes op het wegdek regelmatig moeten aanhoren vandaag. 

                  

Daan heeft ons met de auto afgezet in Decazeville op de kruising waar we een dag eerder zijn gestopt en een lift kregen. Ontbijten was er niet bij vanmorgen, omdat er nog niets in huis was. Voor ons geen probleem, na 4 km al een stadje met zeker wel een "boulangerie". We passeren het gehucht Saint Roch (alweer een St.Roch). We zijn zo aan het kletsen dat we de kerk van Saint Roch zouden zijn voorbij gelopen als niet een dame ons in het Frans verbaasd vraagt of we de kerk niet willen bezichtigen.

Aan de buitenzijde van de kerk staat in een nis een beeld van St. Jacques en in de kerk treffen we St.Roch. Er zijn wat extra informatieborden voor toerist en pelgrim, de plaatselijke bevolking heeft er werk van gemaakt. Een opaatje spreekt ons aan en probeert een jong katje te vangen. Als we doorlopen worden we weer door een wat oudere dame geroepen die ook achter het jonge katje aan zit. Het beestje is waarschijnlijk ontsnapt en laat zich moeilijk vangen. Als het katje een boom inklimt weet PP het beestje te vangen. 

We steken de Lot over en komen uit in het stadje Livinhac-Le-Haut. Bij een gite treffen we onze Fransman, die na een dag al blijkt te zijn geblesseerd in de lies. Hij wacht tot de farmacie open is om er wat voor te halen. In het stadje halen we wat te eten. Keiharde amandelkoeken die T aanzag voor zachte gevulde koeken. Een sterk gebit en wat meer tijd hebben we nodig om stukjes van de koek weg te krijgen maar aan het eind van de dag zijn ze op. Lekker waren ze wel. We stijgen en dalen maar een beetje vandaag, een makkelijk parcours voor Nancy maar ook voor ons. We komen langs een veld met grote oranje pompoenen. Ze liggen er lekker gerijpt bij en klaar om geconsumeerd te worden. 

 

We zien een groepje van drie roofvogels bij elkaar die rondcirkelen zonder ook maar een vleugelslag te maken. Ze maken gebruik van de thermiek. Het lijken wouwen te zijn. 
Twee kilometers voor Saint Felix besluiten we Daan te bellen om ons te komen halen. We schatten zijn aanrijtijd net zolang als wij nog moeten lopen. Saint Felix, ik ben er zo, zegt Daan. 5 Minuten later belt Daan met PP. De Tom-tom kent Saint Felix niet, of PP het nog een keer wil spellen? Hij gaat het op de camping wel even navragen bij de receptie. Als we een half uur later in Saint Felix aan komen is Daan er nog niet. We nemen plaats op de bankjes achter de kerk. Er zitten nog een paar andere wandelaars. Dan gaat de telefoon en meldt Daan dat hij voor de kerk van Saint Felix staat maar ons niet ziet. We zeggen dat we achter de kerk zitten en naar voren komen. Als Daan vraagt waar we dan zitten, komt er net een grote tractorvoorbij rijden. Door de telefoon vraagt PP of hij de tractor ziet rijden waarop Daan zegt helemaal niets te zien. Als blijkt dat wij bij een andere kerk zitten dan waar Daan staat geeft hij aan wel even rond te kijken naar de andere kerk. Ondertussen belt Poen met Nancy dat hij in het zwembad op de camping verkeerd is terecht gekomen en denkt zijn enkel gebroken te hebben. Hij heeft de stacaravan kunnen bereiken en ligt met zijn been omhoog. Daan weer aan de lijn die PP aangeeft dat hij verkeerd zit maar denkt niet ver van ons vandaan te zijn. Hij kijkt wel en belt zo terug. Ondertussen zitten we al een half uur te wachten en voelt Nancy zich niet makkelijk na het telefoontje van Poen.


Dan belt Daan weer die zegt bij het kerkhof te zijn bij de kerk van Saint Felix. Als PP zegt dat we ook kort bij het kerkhof zitten loopt T linksom de kerk en Nancy rechtsom de kerk. Daan echter komt niet in beeld. Als hij PP Saint Felix nogmaals laat spellen vraagt hij welke grotere plaats hier in de buurt ligt. Op 2 km afstand ligt Saint Jean Mirabel. Als Daan deze plaats invoert in zijn tomtom blijkt hij ruim 38 km van ons vandaan te zitten bij de kerk in Saint Felix....?!?. Drie kwartier later met een heetgelopen motor die de airco niet meer kon trekken, komt Daan aan voor de kerk van het dorpje Saint Felix, precies 36,8 km verwijderd van het gehucht Saint Felix. Dat komt ervan als je blind vaart op de tomtom...

 

           

 

Als we later dan gepland op de camping aan komen blijkt het met de voet van Poen mee te vallen. Alleen maar flink gestoten en wat pijnlijk. Voor het eten plonzen we nog in het zwembad en tijdens de Hollandse avond, waar wij met onze crocs goed bij passen, borrelen we nog lekker op het terras. Veel napret en veel gelachen. Het is al na middernacht als we allen te bed gaan. 

Omdat we nog wat achter lopen met onze berichtgeving willen we op deze manier de vierdaagselopers van de politie Brabant noord en Brabant Zuid-Oost alsmede Marja van de Lee en Herma van Hintum en alle anderen heel veel succes wensen de komende week. Wij zijn er voor een jaartje niet bij maar zullen aan jullie denken. Heel veel sterkte en succes.

 



Reacties

85. Pap in de benen…

16 juli 2011

Saint Felix-Faycelles: 17 km.

dag 77, totaal: 1579 km.


 

Na het ontbijt nemen we afscheid van Nancy, Poen, Moos en Wies. Daan brengt ons naar de route waar we gisteren in op het dorpje Saint Felix zijn gestopt. Om niet verkeerd te rijden laten we de tomtom uit. Bij het kerkhof stappen we uit en nemen we afscheid van Daan. Het waren fijne momenten samen met de familie de afgelopen anderhalve dag. Blij om ze weer in de armen te hebben kunnen sluiten. Zij gaan verder naar de Costa Brava en wij verder naar ons doel. 

Van Saint Felix naar Figeac resten nog ruim 9 kilometers. Het parcours is vrij vlak en het lijkt een makkie te gaan worden. Bij het gehucht Les Crouzets ziet PP in een vervallen schuur een even zo vervallen Citroen Mehari staan, een karretje dat ie graag zou willen hebben. Hij is groen van kleur maar ziet er niet uit. Het voertuig heeft ook erg veel geleden. Toch even de locatie genoteerd in de agenda, je weet maar nooit. Tot aan Figeac komen we geen eet- of drinkgelegenheden tegen. Hier en daar een enkel huis. Het ontbijt van vanmorgen was goed en daarop halen we de stad wel. Een toch nog stevige afdaling naar de stad tot langs rivier de Cele waarna het rechtsaf de brug over gaat tot aan het centrum. 
Het is ontzettend druk in de stad vanwege de markt. Een markt die zich uitstrekt over meerdere plaatsen en pleinen. Overal straatmuzikanten en ook terrasjes. Het is er gezellig en als we het plein nabij de Office de Tourisme oplopen zoeken we een tafeltje bij het podium waar 5 jongens live-muziek maken, 4 met gitaar en 1 met schuiftrompet. We nemen een drankje en als er een Nederlands sprekend Belgisch echtpaar met kant en klaar belegd stokbrood naast ons komt zitten loopt het water bijna uit onze monden. Als we het vragen blijkt het stokbrood van het bakkertje even verderop. T loopt de markt op voor een nieuw hemdje omdat er flinke gaten in de ouwe zijn gesleten door het dragen van de rugzak.

Als ze terug komt heeft ze een nieuw hemdje en twee belegde stokbroodjes. Heerlijk bij een pot bier en cola. We proberen ook nog een pinautomaat leeg te trekken maar krijgen helemaal niks. Waarschijnlijk te groot bedrag gevraagd. Iets verder proberen we het nogmaals met een bescheidener bedrag wat wel helpt.  Bij de Office de Tourisme worden we geholpen door een vriendelijke dame die ons voorziet van alle informatie en zelfs voor ons de reservering regelt. We besluiten vanwege de drukte en het lawaai hier niet te overnachten. In het 8 km verder gelegen plaatsje Faycelles boeken we bij "La Forge", een restaurantje met goedkope slaapgelegenheid. 

                   


Als we de brug over het water weer over gaan zien we Jean-Marc en Elisabeth Leclerc op een bankje aan het water zitten. Ze zien ons ook en het weerzien is hartelijk. Hun wandeltocht zit erop en ze gaan vanavond met de trein naar huis. Ze wensen ons een "bon courage" en beloven ons te zullen volgen op de reislog.  

Als er een stevige daling bij binnenkomst van een stad is, komt er ook altijd weer een pittige stijging bij het verlaten van de stad. Zo ook in Figeac waar we na de ontmoeting met J-M&E een smal pad omhoog gestuurd worden. Het is niet zo'n heel lang stuk maar erg zwaar. Het lijkt of we haast niet meer omhoog komen. De pap zit in de benen en de vermoeidheid nog meer. De laatste kilometers naar Faycelles lijken de zwaarste die we afgelopen week gehad hebben en dat nog wel nu we met minder gewicht lopen.

Wanneer we bij restaurant "La Forge" aankomen zijn we zo moe dat we na het installeren op onze kamer eerst de bar opzoeken voor we gaan douchen. We waren toe aan een borrel. 

Een gezellig restaurantje met bar en een groen overdekt buitenterras. We bestellen "repas" en "petit dejeuner" bij de kamer en gaan. Na het douchen rap verder aan onze berichten. We zijn namelijk door de aandacht van het familiebezoek wat achter geraakt. En het toeval wil dat dit restaurantje ook WiFi heeft voor zijn klantjes. 
Een goede maaltijd in vier gangen krijgen we voorgeschoteld met drinken erbij. Na het eten nog een afzakkertje en dan uitgeteld naar de slaapkamer. De slaap kunnen we niet gelijk vatten, te vermoeid en een brandend gevoel in de voeten. Dan realiseren we ons dat onze laatste rustdag 11 dagen geleden was in Le Puy.....

               





Reacties

86. Rustdag in Faycelles...

17 juli 2011

rustdag Faycelles

dag 78, totaal: 1579 km.

 

Al het licht door de gordijnen de kamer binnen komt weten we dat de wekker zo zal gaan. Het ontbijt hebben we om half 8 besteld. We voelen ons nog steeds moe en besluiten een dag hier te blijven. Bijboeken was geen probleem dus na het ontbijt met gevulde magen gelijk weer plat.

 

 

 

Ondertussen tikt de regen zachtjes op het zonnescherm. Tot in de middag slapen we als ossen. We voelen wel dat de vermoeidheid uit ons lichaam trekt maar het branderig gevoel aan de voeten is er nog. Als T op de badkamer is hoort PP buiten mensen langs lopen. Gezien zijn schaars geklede lijf kijkt PP door een kier van het gordijn en ziet pelgrim Elisabeth uit Texas en Mark uit Canada voorbij lopen. Waarschijnlijk uit Figeac vertrokken en op de helft van hun dagetappe. Die komen we waarschijnlijk nog wel tegen. Warm appelgebak met een "cafe au lait" gaan er goed in op het terras. We lopen daarna het dorpje in en bezichtigen de kerk. In het gastenboek in de kerk zien we dat pelgrim Norbert gisteren de kerk heeft bezocht. Hij ligt ons een dag voor. We hopen dat zijn blessure hem geen parten zal gaan spelen want hij gaat wel erg snel. 
Leuke en typisch Franse huisjes in mediterrane stijl in Faycelles. Het ziet er allemaal keurig netjes uit met veel bloemenpracht. Het oogt als een toeristenplaatsje maar er zijn verder geen bars, terrassen of souvenirwinkels. 

    

Voor een huisje zien we op de rand van een plantenperkje een kat stil maar alert kijken naar beneden kijken. Op nog geen 25 centimeter afstand voor de kat zien we een klein diertje bewegen wat van afstand op een muis lijkt. De kat slaat echter niet. We horen wat schril gekrijs en gaan wat dichterbij. Dan zien we dat de muis geen muis is maar een wezel en begrijpen we dat de kat niet toehapt. Als we dichtbij komen loopt de kat knorrend langs onze benen en heeft hij geen oog meer voor de wezel. We zien de wezel telkens een stukje met zijn kop tussen de plantjes komen, nieuwsgierig naar ons. Het beestje komt echter niet uit zijn schuilplaats en we volstaan met het nemen van enkele foto's waarvan we denken dat het koppie van dit beestje op een computerscherm wel te zien zal zijn. 

 

 

Na de wandeling nemen we in het restaurant de routes en overnachtingplaatsen door tot aan Moisac. Het zullen 6 of 7 wandeldagen worden. 

Met onderbreking van het diner brengen we de rest van de dag door op onze slaapkamer en proberen we voldoende bij te tanken voor de komende week. We ervaren dat we de rustdagen hard nodig hebben.


Reacties

87. Hutjes van steen…

18 juli 2011

Faycelles-Cajarc: 23 km.

dag 79, totaal: 1602 km.


 

Het beloofd vandaag een koele en bewolkte dag te worden met hier en daar een bui. Er staan 23 km op het programma dus erg vroeg hoeven we niet weg. De lange rust en het vele slapen hebben de rug van PP geen goed gedaan. Te lang plat verstijfd de rug en als PP opstaat, staat hij scheef. Normaal is dat met enkele kilometers lopen verholpen maar met een rugzak erbij…. Hij slikt voor de zekerheid voor het ontbijt nog een brufen. Kort na 8 lopen we aan en als we het dorpje uitlopen moeten we de hoezen al om de rugzak doen en de regenjas aan. Er valt minder dan de donkere lucht doet vermoeden. De rug is nog stroef en pijnlijk maar het gaat al wat beter.  


Weinig pelgrims onderweg vandaag althans wij zien ze nog niet. De eerste pruimenbomen dienen zich aan langs de weg maar het is moeilijk om een paar echt rijpe te vinden. De juiste kleur hebben ze al wel maar de meeste zijn nog niet zoet genoeg. Ook druivenstruiken dienen zich meer en meer aan. De druiven zijn redelijk gegroeid maar nog lang niet eetbaar. Zuur en hard op dit moment. Eetbare bramen vandaag die we naar binnen slokken want een bakkertje of winkel komen voorlopig niet tegen.
We gaan richting Beduer maar slaan enkele honderden meters ervoor bij het gehucht Mas de la Croix linksaf naar het zuiden. We blijven de GR65 volgen die ons vandaag naar Cajarc leidt. Voornamelijk brede kiezelpaden die ons door ruig landschap leidt. Veel met stenen gestapelde muurtjes als perceel-begrenzing maar ook steeds meer grotere rotspartijen. 

                         

 

Veel schapen en geiten onderweg, onze weg ligt bezaaid met keutels. De schapen in dit gebied zijn licht van kleur met zwarte oren en een zwarte vlek rondom de ogen. Er zijn er enkelen die een bel om de hals dragen. Dat zullen wel de weglopertjes zijn. We hebben ze nog niet eerder gezien. Ook veel stenen hutten in de weilanden met gestapelde stenen daken die in een punt toelopen. Apart deze manier van bouwen, het lijken ons schuilhutten voor schaapherders en andere landarbeiders.

    

De plaatsjes Crayac, Grealou en Cajarc in dit gebied staan bekend om hun saffraankweek. Paars/lila kleurige bloemen die veel weg hebben van krokussen (familie ervan) maar dan groter. De meeldraden worden geoogst voor de fijne keuken. De bloem zelf zien we niet maar wel de bordjes aan de boom "saffraan vente" (saffraan te koop). Als we aankomen in Cajarc is het nog geen 15 uur. De Office de Tourisme geeft ons het adres van de gite communale die zo open gaat. Er staat aan de deur dat er gereserveerd moet worden en we besluiten dat vlug nog even te doen via het antwoordapparaat. 

Als de gite open gaat blijkt deze bijna vol. Er zijn nog maar enkele plaatsen vrij waarvan wij er twee krijgen. Als de rest geleidelijk aan binnen loopt, krijgen we in de gaten dat er geen bekenden bij zitten en de meeste luxe-pelgrims zijn. Het outfit van een pelgrim maar alle spullen in een koffertje. Georganiseerd en maar een paar dagen onderweg. Ieder zijn ding natuurlijk.

 

Na het eten in het stadje consumeren we in de gite nog wat wijn, die we onder grote belangstelling in de siggbottles schenken. Niet om te camoufleren maar voor het gewicht. Want wat over blijft gaat morgen mee. Kort na tienen ligt bijna iedereen op bed en is PP nog even laatste regeltjes aan het schrijven voor op de reislog. We zijn een heel eind bij met onze verhaaltjes.



Reacties

88. Huiskamergite "Arc en Ciel"

19 juli 2011

Cajarc-Bach: 28 km.

dag 80, totaal: 1630 km.

 

Telkens weer een klimpartij met die stapelbedden en als je er in de nacht een keer uit moet, is het afdalen in het donker terwijl heel het bed kraakt. Je hebt gelijk het idee dat iedereen er wakker van wordt. Waarom PP altijd boven "moet" liggen? Vanwege de hoogtevrees van T en hij klimt iets beter .
Als wij aan het rommelen gaan lopen de wekkers van de anderen ook af en hoeven we niet zo rustig te doen met inpakken. We werken een pak sap naar binnen en lopen aan. Voor het ontbijt gaan we eerst langs het bakkertje voor we het dorp uit lopen. 

 

   


Met hoge rotswanden aan onze rechterzijde lopen we richting Gaillac alwaar we de rivier de Lot oversteken. Op de brug weer prachtig zicht op de ruige begroeiing langs en tussen de waterstromen in. Dan ineens van onder de brug vandaan, in een rechte lijn kort boven het water en langs de linker oever een "Martin pecheur" (ijsvogel). Hij valt onmiddellijk op door zijn diepe heldere ijsblauwe kleur. Het vogeltje is een viseter en voelt zich vast en zeker thuis in deze omgeving. T ziet 'm deze keer ook en het vogeltje doet ons gelijk aan zwager Martin denken, die van vliegvissen houdt.  

Het vervolg van de route gaat vooral over brede bospaden met veel losse keien. Er staat een flinke wind en de wolken gaan snel over ons heen. Het kijkt grauw en het duurt dan ook niet lang of de eerste regendruppels vallen alweer. Het is fris hier voor de tijd van het jaar maar voor ons is het niet erg, prima wandelweer.

 

    

 

Het is een lange ruk vandaag tot de eerste rustplaats. 18 Kilometer voor we in Limogne-en-Querce in een cafeetje koffie kunnen krijgen. Na de brug bij Gaillac alleen maar bos, bos en nog eens bos. Regelmatig spetters uit de lucht maar niet zodanig dat we er compleet nat van worden. Kort voor Limoge-en-Querce zien we na lange tijd weer een reegeit op korte afstand tegen de bosrand. Kennelijk verrassen wij het beest want zij kijkt eerst heel verschrikt naar ons en verdwijnt dan heel vlug de bossage in. Het was een prachtbeest, egaal roodbruin van kleur. 

In Limogne-en-Querce tanken we even bij in het café met koffie, cola en gebak. Veel meer keus hebben we niet. Als de ergste regen voorbij is vertrekken we voor de laatste 10 kilometer vandaag naar Bach, ook alleen maar bos. Natuur en frisse lucht komen we niet te kort maar de GR65 houdt geen rekening met rustplaatsen om te eten of drinken. Waterkranen en schuilgelegenheden, de elementaire zaken, zijn wel aanwezig op de route. Dus heb geen medelijden met ons.
Als we aankomen in Varaire is alleen het restaurant geopend. Naast het restaurant is een gite waar we de eerste wandelaars binnen zien lopen. Als we een drankje nemen, horen we dat 30 mensen terecht kunnen. Duidelijk een stopplaats dus. We gaan voor de rust en besluiten een paar kilometer verder te gaan. Bij gite Les Moullins kort voor Bach reserveren we plaats inclusief "repas" en "petit-dejeuner". 
Als we aankomen bij de gite blijkt het een huiskamergite, een prachtig onderkomen met tuin gerund door Michèle. Het heet officieel chez Arc et Ciel. Of dit nu de ark en de hemel betekent of voornamen zijn, weten we niet, de gastvrouw heet in ieder geval Michèle. Een hartelijke en gastvrije vrouw van onze leeftijd. Bij binnenkomst eerst de rugzakken ontsmetten met de plantenspuit. Tegen "punaises" wat zoiets als ongedierte betekent. Frans had het er al over maar voor ons pas de 2e keer dat we dit meemaken. Goede zaak, dat wel. Als alles binnen is, zijn er 9 gasten en hebben we allemaal onze eigen kamers.

Eten doen we gezamenlijk met de gastvrouw en we krijgen een voortreffelijke maaltijd voorgeschoteld. Ze beschikt over wifi-mogelijkheid maar zowel internet als mobiele telefoon liggen in dit dunbevolkte gebied er al een paar dagen uit. We hebben nog een gezellig onderhoud met een wat ouder Frans stel waarvan de man zijn best doet om Duits tegen ons te praten. Ze komen uit Strassbourg. De blinde pelgrim Gerard Muller kennen ze niet.  

We liggen vroeg op bed. De vermoeidheid en een volle maag zorgen ervoor dat we elkaar niet veel meer te geven of te vertellen hebben voor dit moment. De luiken vallen bij het raken van de lakenzak gelijk dicht....... 

 

    




Reacties